Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:20768

2023-12-27 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.39893
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-12-27
Publicatiedatum
2024-01-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.39893
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring. Zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko. Beroep ongegrond.

Citeert (6)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.153 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.39893


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S. Faber),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.




Procesverloop


Verweerder heeft op 19 april 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 27 december 2023 gesloten.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 24 november 2023.

4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn is. Sinds de verzending van de LP-aanvraag heeft DT&V in totaal eenentwintig keer een rappel gestuurd naar de Marokkaanse autoriteiten, waarvan de laatste op 22 december 2023. De nationaliteit van eiser is door de Marokkaanse autoriteiten bevestigd op 13 december 2023, maar dit zegt niets over daadwerkelijke afgifte van een LP. Het is bekend dat de Marokkaanse autoriteiten hun onderdanen eindeloos in bewaring laten zitten. Eiser zit al acht maanden in bewaring en het is nog steeds volstrekt onduidelijk of, en zo ja, wanneer de Marokkaanse diplomatieke vertegenwoordiging zal overgaan tot de verlening van een LP.

5. Er bestaan geen aanknopingspunten voor het algemeen oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Marokko ontbreekt. Hiervan is ook in de specifieke situatie van eiser geen sprake. Niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten voor eiser geen LP zullen afgeven. Uit het dossier blijkt juist van voortgang in de behandeling van de LP-aanvraag voor eiser. Op 13 december 2023 hebben de Marokkaanse autoriteiten namelijk de nationaliteit van eiser bevestigd. Uit de voortgangsrapportage blijkt verder dat de Directie Interne Aangelegenheden op 15 december 2023 de Marokkaanse autoriteiten schriftelijk heeft verzocht om een LP af te geven voor eiser. Redelijkerwijs is daarom juist te verwachten dat daadwerkelijk een LP zal worden afgegeven voor eiser, wat maakt dat sprake is van zicht op uitzetting binnen korte termijn naar Marokko. De enkele stelling dat het bekend is dat de Marokkaanse autoriteiten hun onderdanen eindeloos in bewaring laten zitten is niet onderbouwd en leidt gelet op de voortgang in de behandeling van de LP-aanvraag voor eiser niet tot een ander oordeel.

6. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.





Beslissing


De rechtbank:


 verklaart het beroep ongegrond;
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.




De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Bij de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6394, 17 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10734, 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15089, 8 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17236 en 29 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18661.


Laissez-passer.


Dienst Terugkeer en Vertrek.


Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3033).


Per Note verbale.