Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:20622

2023-12-21 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.39500
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-12-21
Publicatiedatum
2023-12-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.39500
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring, zicht op uitzetting Marokko, lichter middel, beroep ongegrond

Citeert (5)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.548 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.39500


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M. Rasul),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder




Procesverloop


Verweerder heeft op 7 juli 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 21 december 2023.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 20 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11032. Vervolgens zijn al eerder vervolgberoepen ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12899 van 1 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16674 en van 23 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18353. In de laatstgenoemde uitspraak staat dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 16 november 2023.

4. Eiser voert aan dat onvoldoende voortvarend wordt gewerkt aan zijn uitzetting en zicht op uitzetting ontbreekt. Verder stelt eiser dat een lichter middel moet worden toegepast omdat de zes maanden termijn dreigt te worden overschreden.

5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt en dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. In zijn algemeenheid is sprake van zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn. Uit de voortgangsrapportage volgt dat verweerder regelmatig rappelleert bij de Marokkaanse autoriteiten en bovendien via het DIA op meerdere momenten aandacht heeft gevraagd voor de zaak van eiser. Daarnaast voert verweerder regelmatig vertrekgesprekken met eiser. Daarnaast blijkt uit de voortgangsrapportage van verweerder dat de Marokkaanse autoriteiten op 13 december 2023 per note verbale de nationaliteit van eiser hebben bevestigd. Er zal in contact worden getreden met het consulaat-generaal van Marokko betreffende de afgifte van een lp. Gelet hierop is er geen grond voor het oordeel dat in het geval van eiser, verweerder niet voortvarend werkt aan zijn uitzetting en het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt.

6. De rechtbank volgt eiser verder niet in zijn stelling dat verweerder een lichter middel moet toepassen. De maatregel van bewaring duurt nog geen zes maanden, wat maakt dat verweerder niet gehouden is om een belangenafweging te maken bij het voortduren van de maatregel. Het is de rechtbank verder niet gebleken dat de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, en het daaruit volgende risico op onttrekking aan het toezicht, niet meer van toepassing zijn op eiser. Eiser heeft verder geen omstandigheden aangevoerd die de bewaring onevenredig bezwarend maken. Gelet op het onttrekkingsrisico heeft verweerder ook terecht geen lichter middel toegepast.

7. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.






Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.





Vreemdelingenwet 2000.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269.


Dienst Interne Aangelegenheden.


Laissez-passer.