Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:14712

2023-09-27 Bestuursrecht 22/7763
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-09-27
Publicatiedatum
2023-10-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
22/7763
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de aanvraag voor een paspoort van eiseres terecht afgewezen; eiseres heeft het Nederlanderschap verloren; verweerder hoefde geen evenredigheidstoets te verrichten; beroep ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.101 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 22/7763


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 september 2023 in de zaak tussen



[eiseres], uit Turkije, eiseres
(gemachtigde: mr. I. Özkara),


en




de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
(gemachtigde: mr. I.D. Fleuren).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar aanvraag voor een Nederlands paspoort.



1.1
Bij besluit van 14 september 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd de aanvraag voor een Nederlands paspoort van eiseres in behandeling te nemen (lees: af te wijzen). Bij besluit van 25 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.



1.2
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



1.3
De zitting was op 19 september 2023 door middel van een digitale beeldverbinding. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.




Beoordeling door de rechtbank



Wat heeft verweerder besloten?


2. Verweerder heeft de aanvraag voor een Nederlands paspoort van eiseres niet in behandeling genomen, omdat zij het Nederlanderschap op 14 december 2012 zou hebben verloren. De reden daarvoor is dat haar vader op die datum afstand zou hebben gedaan van het Nederlanderschap, hetgeen automatisch het verlies van het Nederlanderschap van zijn minderjarige kinderen met zich brengt.



Wat vindt eiseres in beroep?


3. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte geen evenredigheidstoets heeft verricht zoals bedoeld in het zogenoemde Tjebbes-arrest.



Wat is het oordeel van de rechtbank?


4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres in ieder geval de Turkse nationaliteit heeft en dat haar vader op 14 december 2012 afstand heeft gedaan van het Nederlanderschap. Daardoor heeft eiseres, die op dat moment minderjarig was, het Nederlanderschap verloren.

5. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat verweerder ten onrechte geen evenredigheidstoets heeft verricht zoals bedoeld in het Tjebbes-arrest. De bevoegdheid om op basis van deze toets vast te stellen dat het Nederlanderschap niet is vervallen (met terugwerkende kracht) is sinds 1 april 2022 wettelijk geregeld en sindsdien bestaat er geen bevoegdheidslacune in de RWN voor een dergelijke vaststelling. Nu de aanvraag van eiseres dateert van 15 augustus 2022, moet eiseres een optieverklaring voor het Nederlanderschap afleggen indien zij een beroep wil doen op deze evenredigheidstoets. Het betoog van eiseres slaagt niet.

6. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft de kosten die eiseres voor deze procedure heeft gemaakt niet te vergoeden.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 september 2023.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), gelezen in samenhang met artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet.


Arrest van het Europees Hof van Justitie van 12 maart 2019, C-221/17 (ECLI:EU:C:2019:189).


Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, gelezen in samenhang met artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van die wet.


Zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 4 november 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:11394), rechtsoverweging 4.8.


Zie artikel 6, eerste lid, aanhef en onder p, van de RWN.