Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2022:11173

2022-10-13 Civiel recht 10123115 \ RL EXPL 22-15770
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2022-10-13
Publicatiedatum
2022-10-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Proces-verbaal
Zaaknummer
10123115 \ RL EXPL 22-15770
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Sdu Nieuws Huurrecht 2022/264

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk omdat het geen kantonzaak is

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.700 tekens)
Rechtbank den haag


zittingsplaats 's-Gravenhage



MG/bc
Zaak-/rolnummer: 10123115 \ RL EXPL 22-15770



Op 13 oktober 2022 is mr. M.E. Groeneveld-Stubbe, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.H. Pot, griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling in de zaak tussen:





1 [eiser] ,wonende te [woonplaats] ,2. [eiseres] ,wonende te [woonplaats] ,3. de vennootschap onder firma [naam vof] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers,
gemachtigde: mr. T.A. Timmermans,



tegen





[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,gemachtigde: mr. M.J.S. Spanjersberg.
Partijen worden hierna aangeduid als (gezamenlijk) “ [eisers] .”, “ [eiser] ” (als eiser sub 1) en “ [gedaagde] ”.



Ter zitting zijn (namens zichzelf en namens de V.O.F.) verschenen [eiser] en [eiseres] bijgestaan door mr. T.A. Timmersmans. [gedaagde] is verschenen bijgestaan door mr. M.J.S. Spanjersberg.



Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, heeft de kantonrechter mondeling vonnis gewezen waarvan dit proces-verbaal een zakelijke weergave is.





1Procedure


1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:


de dagvaarding van 7 oktober 2022 met producties 1 tot en met 7;


de brief van mr. Timmermans van 10 oktober 2022 met productie 8;


de akte overlegging producties van de zijde van [gedaagde] .







2Feiten, geschil en beoordeling


2.1.

[gedaagde] en [eiser] zijn ex-echtelieden. Op 17 november 2021 is de echtscheiding uitgesproken. Voor het beëindigen van hun huwelijk waren partijen woonachtig in de bedrijfswoning aan de [adres] te [plaats] . [gedaagde] is in deze woning blijven wonen en [eiser] is verhuisd naar een huurwoning in [plaats] . Hij heeft een tijdelijke huurovereenkomst tot 18 december 2022.


2.2.

In deze kort geding procedure vordert [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning aan de [adres] binnen 14 dagen te ontruimen op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag. Daarnaast vordert hij afgifte van de kentekenbewijzen van een drietal landbouwvoertuigen, eveneens op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.




2.3.
Allereerst moet worden beoordeeld of de kantonrechter in dit geval bevoegd is. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet het geval is. Artikel 93 Rv bepaalt in welke gevallen de kantonrechter bevoegd is, te weten in zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,-, vorderingen van onbepaalde waarde indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-, zaken betreffende de onderwerpen genoemd in artikel 93, sub c, Rv (waaronder huurzaken) en andere zaken waarvan de wet dit bepaalt.



2.4.
De onderhavige woning ziet op ontruiming van de voormalige echtelijke woning. Deze woning is gelet op de huwelijkse voorwaarden gemeenschappelijk eigendom van partijen. Anders dan [eiser] betoogt (en door [gedaagde] wordt betwist) is van een huurovereenkomst met betrekking tot deze woning geen sprake. Een vordering tot ontruiming is een vordering van onbepaalde waarde waarvan niet gezegd kan worden dat er aanwijzingen zijn dat deze geen hogere waarde dan € 25.000,- vertegenwoordigt. Dat betekent dat deze zaak niet binnen de bevoegdheid van de kantonrechter valt en dus ten onrechte bij de kantonrechter is aangebracht.



2.5.
Gelet op het voorgaande verklaart de kantonrechter zich onbevoegd om van dit geschil kennis te nemen.



2.6.

[eisers] . worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.





3Beslissing

De kantonrechter

3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen;



3.2.
veroordeelt [eisers] . in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 187,-- aan kosten van de gemachtigde;



3.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2022.