Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2018:2947

2018-03-12 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL18.3042
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2018-03-12
Publicatiedatum
2018-03-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL18.3042
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

asiel, Dublin, MOB, beroep niet-ontvankelijk

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.374 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: NL18.3042


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser], eiser
(gemachtigde: mr. J.M. Niemer),


en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Rennen).




Procesverloop


Bij besluit van 13 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.



Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.3043, plaatsgevonden op 6 maart 2018. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.





Overwegingen

1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 22 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:183), geeft een vreemdeling die met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde daarmee te kennen dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.

2. Bij bericht van 23 februari 2018 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank kenbaar gemaakt dat hem is gebleken dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft voorts aangegeven dat eiser geen contact met hem heeft opgenomen.

3. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Niet is gebleken dat eiser desondanks nog belang heeft bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.







Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2018.













griffier


rechter








Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:




RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.