Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:9688

2026-09-10 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12303740 \ KK EXPL 26-439
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-09-10
Publicatiedatum
2026-09-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12303740 \ KK EXPL 26-439
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huur woonruimte; vordering (tijdelijke) ontruiming na brand

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.007 tekens)
RECHTBANK
AMSTERDAM



Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 12303740 \ KK EXPL 26-439




Vonnis in kort geding van 10 september 2026




in de zaak van




WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Eigen Haard,
gemachtigde: mr. J.P. Van Oudenhoven,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 10 juli 2026.




1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 3 september 2026. Namens Eigen Haard waren aanwezig mevrouw [naam 1] ([functie]) en mevrouw [naam 2] (bedrijfsjurist), bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen hoewel de dagvaarding op de juiste manier is uitgebracht. Het exploot van de dagvaarding is betekend aan het adres van de door [gedaagde] van Eigen Haard gehuurde woning en daar achtergelaten in een gesloten envelop met daarop de wettelijk voorgeschreven vermeldingen omdat ter plaatse niemand werd aangetroffen aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten zoals bedoeld in artikel 47 wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv). Eigen Haard heeft toegelicht dat [gedaagde] diens woning, hoewel deze volgens Eigen Haard vanwege een brand onbewoonbaar is, nog bewoont en dat hij daar, ook recent, door omwonenden is gezien en gehoord. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de kantonrechter (aanvullende) betekening van de dagvaarding volgens de regels van artikel 54 Rv niet noodzakelijk. Tegen [gedaagde] is daarom verstek verleend zoals bedoeld in artikel 139 Rv.



1.3.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken. De gemachtigde van Eigen Haard heeft spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Eigen Haard verhuurt aan [gedaagde] met ingang van 1 september 2017 een woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde).



2.2.
Op 6 mei 2026 heeft een brand gewoed in het gehuurde. De brand is door de brandweer geblust. Medewerkers van Eigen Haard hebben vervolgens getracht met [gedaagde] in gesprek te komen, maar dat is niet gelukt. Op 19 mei 2026 heeft een medewerker van Eigen Haard [gedaagde] uiteindelijk gesproken en hem een verblijf in een hotel aangeboden zodat Eigen Haard de woning zou kunnen schoonmaken en herstellen en zij onderzoek zou kunnen doen naar de oorzaak van de brand. Omdat dit hotel (op de betreffende locatie) overboekt bleek, kon [gedaagde] daar niet verblijven. Een door Eigen Haard op 20 mei 2026 aangeboden logeerwoning in [plaats] werd door [gedaagde] geweigerd. Na telefonisch contact op 20 en 21 mei 2026 is het Eigen Haard en betrokken instanties niet meer gelukt om contact te krijgen met [gedaagde].



2.3.
In een brief van 20 mei 2026 heeft Eigen Haard aan [gedaagde] verzocht de volledige en onbelemmerde toegang tot de woning te verlenen binnen 3 werkdagen. In deze brief heeft Eigen Haard ook het volgende geschreven: “Daarnaast informeren wij u dat wij zullen zorgdragen voor passende vervangende woonruimte gedurende de periode van de herstelwerkzaamheden. Aan deze tijdelijke huisvesting zijn voor u geen kosten verbonden. (…) De schade aan de woning zal door ons volledig worden hersteld. Aan deze herstelwerkzaamheden zijn eveneens geen kosten voor u verbonden, tenzij in een later stadium anders blijkt op basis van onderzoek naar de oorzaak en aansprakelijkheid”. Eigen Haard heeft vervolgens op 18 juni 2026 een brief met vergelijkbare strekking gestuurd. [gedaagde] heeft niet op deze brieven gereageerd.





3Het geschil


3.1.
Eigen Haard vordert primair een permanente en subsidiair een tijdelijke ontruiming van het gehuurde. Zij vordert daarnaast betaling van de lopende huur en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.



3.2.
Eigen Haard legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] verplicht is medewerking te verlenen aan onderzoek naar de brand, vaststelling van de schade en de uitvoering van schoonmaak- en herstelwerkzaamheden in de woning. Volgens Eigen Haard verleent [gedaagde] geen medewerking.





4De beoordeling


4.1.
Eigen Haard vordert primair de ontruiming van de woning, vooruitlopend op een vordering tot ontbinding van de huur.



4.2.
Een vordering tot ontruiming in kort geding kan worden toegewezen als in hoge mate waarschijnlijk is dat de kantonrechter in een eventuele bodemprocedure de gevorderde ontruiming zal toewijzen. Daarnaast moet de vordering zo spoedeisend zijn dat de beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht. Ook moet er een belangenafweging gemaakt worden en moet de ontruiming proportioneel zijn.



4.3.
De primaire vordering van Eigen Haard loopt vooruit op een ontbinding van de huur op grond van tekortschieten door [gedaagde] en strekt tot de definitieve ontruiming van de woning. De subsidiaire vordering strekt tot nakoming door [gedaagde].



4.4.
Uit foto’s van de woning blijkt aanzienlijke (brand)schade en roetaanslag binnen het gehuurde. Door [gedaagde] is geen verweer gevoerd zodat er vanuit kan worden gegaan dat Eigen Haard er belang bij heeft om onderzoek te doen naar (de oorzaak van) de brand, de schade aan de woning vast te stellen en schoonmaak- en herstelwerkzaamheden aan het gehuurde uit te voeren. Dit belang is ook spoedeisend omdat, zoals Eigen Haard heeft gesteld, de woning niet veilig is en niet (veilig) kan worden bewoond totdat de werkzaamheden zijn voltooid. De stelling van Eigen Haard dat [gedaagde] op grond van artikel 7:213 BW en artikel 7:220 lid 1 BW verplicht is medewerking hieraan te verlenen komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor.



4.5.
Het spoedeisende belang van Eigen Haard ziet op het verrichten van de voornoemde werkzaamheden. Eigen Haard heeft ten aanzien van de primaire vordering (een definitieve ontruiming door [gedaagde]) geen zelfstandig spoedeisend belang gesteld, zodat deze vordering reeds om die reden moet worden afgewezen. Voor zover Eigen Haard - in het kader van haar primaire vordering - het gestelde tekortschieten door [gedaagde] en/of haar spoedeisende belang mede motiveert met een beroep op structurele en onduldbare overlast door [gedaagde], heeft zij daarop pas ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, waar [gedaagde] niet is verschenen, een beroep gedaan en is dat standpunt onvoldoende met concrete bewijsstukken onderbouwd.



4.6.
Ten aanzien van de subsidiaire vordering geldt het volgende. Eigen Haard stelt dat de woning van [gedaagde] door de brand onbewoonbaar is. Zij stelt verder dat de medewerking die [gedaagde] moet verlenen betekent dat hij de woning verlaat gedurende de periode dat Eigen Haard de in 4.4 genoemde onderzoeks- schoonmaak- en herstelwerkzaamheden verricht. Eigen Haard heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat deze vorm van medewerking noodzakelijk is en dat [gedaagde] deze medewerking niet verleent. De vordering tot tijdelijke ontruiming voor de duur van de genoemde werkzaamheden is daarom toewijsbaar.



4.7.
De kantonrechter wijst erop dat Eigen Haard op proportionele wijze van haar bevoegdheid gebruik moet maken. Dat betekent dat Eigen Haard (de voorbereiding van) de werkzaamheden zonder onnodige onderbreking voltooit. Bij de uitvoering van de werkzaamheden ligt het in de rede dat [gedaagde], die immers zijn huis uit moet, goed wordt geïnformeerd over waar hij gedurende de periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd kan verblijven, wat de werkzaamheden inhouden en hoe lang deze duren.



4.8.
Eigen Haard heeft betaling van de lopende huur gevorderd, maar gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] enige betalingsachterstand heeft laten ontstaan en dat Eigen Haard bij toewijzing enig (spoedeisend) belang heeft. Deze vordering is reeds daarom niet toewijsbaar.



4.9.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eigen Haard worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


126,14







- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


577,00







- nakosten


€


21,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


863,64













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] tijdelijk, voor de duur van de in 4.4 omschreven werkzaamheden en met inachtneming door Eigen Haard van hetgeen in 4.7 is overwogen, te ontruimen, te bewerkstelligen door de gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 558 sub b Rv in samenhang met 556 lid 1 en 557 Rv,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 863,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.















































67982