Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:9683
2026-09-21
Civiel recht
C/13/790131 / KG ZA 26-565
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Eiser 2 is eigenaar van een pand in Amsterdam. In het pand is een ATM geplaatst. Eisers vorderen kort gezegd dat gedaagden de ATM moeten verwijderen. Die vordering wordt afgewezen t.a.v. gedaagden 1 en 2 bij gebrek aan een spoedeisend belang. De vordering wordt toegewezen t.a.v. gedaagde 3, die niet is verschenen en tegen wie verstek is verleend. Nu een deel van de gedaagden wel is verschenen geldt dat dit vonnis ook t.a.v. gedaagde 3 als op tegenspraak gewezen wordt beschouwd (artikel 140 lid 3 Rv).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1999:ZC2911 Hoge Raad 28-05-1999
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.017 tekens)
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/790131 / KG ZA 26-565 MK/KH
Vonnis in kort geding van 21 september 2026
in de zaak van
1HEINEKEN NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,2. HEINEKEN EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
te Amsterdam,
eisende partijen bij gelijkluidende dagvaardingen van 24 en 25 juli 2026,
hierna ieder apart te noemen: HNL en HEM en samen: Heineken c.s.,
advocaat: mr. J. Verstoep,
tegen
1JANNAT B.V.,
te Amsterdam,2. STICHTING ONS GELUK,
te Amsterdam,
hierna ieder apart te noemen: Jannat en Ons Geluk en samen: Jannat c.s.,
advocaat: mr. J.N.T. van der Linden,
3. IN2RETAIL B.V.,
te Best,
hierna te noemen: In2Retail,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Tijdens de zitting op 7 september 2026 heeft Heineken c.s. de vorderingen in de dagvaarding toegelicht. Jannat c.s. heeft verweer gevoerd. Genoemde partijen hebben producties in het geding gebracht en een pleitnota (deels) voorgedragen. Tegen de niet verschenen gedaagde, In2Retail, is verstek verleend. Vonnis is bepaald op vandaag.
1.2.
Ter zitting waren, voor zover relevant, aanwezig:
- namens Heineken c.s.: [naam 1] (bedrijfsjurist) en [naam 2] (vertegenwoordiger) met mr. Verstoep,
- namens Jannat c.s.: [naam 3] ( [functie 1] ) en [naam 4] (gemachtigde) met mr. Van der Linden,- [naam 5] ( [functie 2] van Touchdown Sports B.V., hierna: TD Sports) als toehoorder.
2De feiten
2.1.
HEM is eigenaar van het pand aan [adres 1] (hierna: het pand). In het pand werd door Jannat van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2024 een sportcafé onder de naam ‘ [cafe] ’ geëxploiteerd (hierna: het café), op basis van afspraken met HNL die zijn vastgelegd in een huurovereenkomst uit 1992, een allonge uit 2009 en een akte indeplaatsstelling uit 2014 (hierna samen: de huurovereenkomst).
2.2.
In artikel 4 van de huurovereenkomst is bepaald dat het “de huurder verboden [is, vzr] het gehuurde zonder schriftelijke toestemming van [HNL, vzr] geheel of gedeeltelijk aan derde(n) te verhuren, ter woon of ten gebruike af te staan.” In artikel 10 staat dat dat ook geldt voor vertimmeringen of veranderingen aan het gehuurde, van welke aard ook, en dat HNL het recht heeft te verlangen dat het gehuurde door de huurder weer in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht.
2.3.
Sinds september 2017 is er naast de toegangsdeur tot het café een geldautomaat
(ATM) geplaatst. De beheerstichting van Jannat, Ons Geluk, sloot daartoe een geldautomatenovereenkomst met de uitbater van de ATM, (de rechtsvoorganger van) In2Retail. Op grond van die overeenkomst ontvangt Ons Geluk een maandelijkse vergoeding van In2Retail.
2.4.
Jannat heeft het café (meer specifiek de activa die behoren tot de onderneming) verkocht aan TD Sports. Jannat en TD Sports hebben bij aanvullende overeenkomst van 17 februari 2024 afgesproken dat:
“De thans (…) geplaatste, door de muur, geldautomaat aan [adres 2] , voor onbepaalde tijd aan genoemd adres aanwezig blijft. De huur betreffende de geldautomaat blijft toekomen aan een door [Jannat, vzr] aan te wijzen (rechts)persoon. Indien de (gemeentelijke) regelgeving betreffende de door de muur geldautomaat wijzigt, (dan wel de eigenaar van het pand het niet meer toestaat) waardoor de exploitatie van de door de muur geld automaat niet meer toegestaan zou zijn vervalt dit recht van [Jannat, vzr], zonder dat zij hier enige vergoeding voor kan bedingen.”
2.5.
Bij akte van indeplaatsstelling heeft TD Sports de verplichtingen uit de huurovereenkomst met HNL overgenomen van Jannat met ingang van 1 april 2024.
2.6.
Op 28 november 2025 heeft TD Sports de aanvullende overeenkomst met Jannat opgezegd per 31 december 2025. Op 4 december 2025 heeft Jannat gereageerd dat zij niet akkoord is met die opzegging.
2.7.
Op 1 februari 2026 heeft TD Sports met toestemming van HNL het café tijdelijk verpacht aan Fabian B.V. Uit artikel 12.2 en 12.3 van de desbetreffende pachtovereenkomst volgt dat de pachter ermee bekend is dat er over de opzegging van de aanvullende overeenkomst met betrekking tot de ATM een lopend dispuut bestaat met de vorige horeca-exploitant (Jannat), die heeft aangegeven niet akkoord te zijn met de opzegging, en dat verpachter (TD Sports) geen garanties kan geven omtrent de uitkomst van dit dispuut of eventuele gemeentelijke besluitvorming hieromtrent.
2.8.
In een kort geding vonnis van deze rechtbank van 22 april 2026 tussen Jannat en TD Sports heeft de voorzieningenrechter in het kort overwogen dat geen sprake is van een rechtsgeldige beëindiging van de aanvullende overeenkomst tussen die partijen. De afspraak tussen TD Sports en Jannat die inhoudt dat TD Sports de aanwezigheid van de ATM in het pand in beginsel duldt voor onbepaalde tijd, geldt daarom nog steeds. TD Sports heeft een appèldagvaarding uitgebracht.
2.9.
In correspondentie vanaf 1 mei 2026 tussen (de advocaten van) partijen heeft Heineken c.s. gedaagden gesommeerd om de ATM weg te halen, onder andere omdat zij daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Voor het geval wel toestemming zou zijn gegeven, trekt Heineken c.s. die in. Jannat c.s. en In2Retail hebben tot op heden geen gehoor gegeven aan de sommatie.
3Het geschil
3.1.
Heineken c.s. vordert samengevat om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. primair: Jannat, Ons Geluk en/of In2Retail op straffe van een dwangsom hoofdelijk te gebieden de ATM binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis uit het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden,
II. subsidiair: Heineken c.s. te machtigen de ATM op kosten van Jannat, Ons Geluk en In2Retail op hun kosten te laten verwijderen,
III. in alle gevallen: Jannat, Ons Geluk en In2Retail hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Heineken c.s. voert aan dat zij nooit schriftelijke toestemming heeft gegeven voor het plaatsen van de ATM, terwijl die toestemming op grond van artikel 4 en artikel 10 van de huurovereenkomst wel vereist is. Voor zover die toestemming wel zou zijn gegeven, is die ingetrokken. Gedaagden maken inbreuk op het eigendomsrecht van HEM. Op grond van artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een zaak bevoegd die zaak van eenieder die haar zonder recht houdt op te eisen. HEM hoeft gelet hierop niet te dulden dat de ATM in haar pand blijft. Zij wil vrije beschikking houden over haar pand om dat te kunnen verkopen, zonder ATM, wanneer zij dat wil.
3.3.
Jannat c.s. voert verweer. Volgens haar is Heineken c.s. al jarenlang bekend met de ATM in het pand, die van buitenaf duidelijk zichtbaar is. Daartegen heeft zij nooit enig bezwaar geuit. Niet tijdens de frequente bezoeken door de accountmanager van Heineken c.s. en ook niet bij de oplevering van het gehuurde bij het einde van de huur door Jannat. Uit de door Jannat c.s. ingebrachte stukken blijkt dat Heineken c.s. al sinds 2017 van de ATM weet. Heineken c.s. is pas voor het eerst in actie gekomen nadat Jannat in kort geding tegen TD Sports in het gelijk is gesteld.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De kernvraag die partijen voor zover verschenen verdeeld houdt, is of Jannat c.s. in dit kort geding verplicht kan worden om de ATM te verwijderen en verwijderd te houden. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat dat niet het geval is, omdat een spoedeisend belang aan de zijde van Heineken c.s. ontbreekt.
4.2.
Heineken c.s. voert aan dat zij pas in januari 2026 op de hoogte was van het feit dat er een ATM geplaatst was.
4.3.
Jannat c.s. brengt naar voren dat de ATM aan de buitenkant zit, goed zichtbaar is en dat Heineken c.s. daartegen nooit bezwaar heeft gemaakt na bezoeken of bij de oplevering van het door Jannat gehuurde pand in 2024. Dat Heineken c.s. pas in januari 2026 wist van de ATM is gelet daarop onvoldoende aannemelijk. Dat Heineken c.s. veel accountmanagers en vertegenwoordigers heeft waardoor Heineken c.s. niet altijd van alles op de hoogte is, zoals ter zitting naar voren werd gebracht, kan Jannat c.s. niet worden tegengeworpen.
4.4.
De voorzieningenrechter volgt het verweer van Jannat c.s. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.5.
Jannat c.s. heeft een kopie overgelegd van een bezoekverslag van de beheerder van Heineken c.s. van 10 juni 2021 waarop een foto van de plek in de muur is afgebeeld waar een ATM geplaats was of kan worden, met twee aanduidingen op/aan de gevel: “ATM”. Het bezoekverslag is ondertekend “Namens eigenaar”. Ook is een besluit van de gemeente Amsterdam van 28 juli 2017 overgelegd waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een ATM “in de pui van het gebouw op [adres 3]/[adres 2], in de gevel aan [straat]”. Op basis hiervan is reeds voldoende aannemelijk dat Heineken c.s. al (veel) eerder dan januari 2026 van de ATM op de hoogte was. Voor zover ze dat niet was omdat zij veel panden in beheer heeft of geen informatie kreeg van de beheerder komt dat voor haar risico.
4.6.
Dat Heineken c.s. pas in juli 2026 actie onderneemt tegen gedaagden terwijl zij al van de ATM wist sinds 2017 (door de omgevingsvergunning), sinds 2021 (door het bezoekverslag) of in ieder geval sinds 2024 (door de oplevering), verhoudt zich niet goed met het spoedeisende karakter van een kort geding. Heineken c.s. heeft dat spoedeisend belang desgevraagd ter zitting ook onvoldoende onderbouwd.
4.7.
Gelet op voorgaande worden de vorderingen van Heineken c.s. jegens Jannat c.s. afgewezen.
4.8.
Aan In2Retail is, als niet verschenen gedaagde, verstek verleend. Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt in dat geval dat de vordering wordt toegewezen tenzij deze de (voorzieningen)rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daarbij geldt dat verweren die door de wel verschenen gedaagden zijn aangevoerd niet in het voordeel van de niet verschenen gedaagde werken, tenzij de rechtsbetrekking tussen partijen het noodzakelijk maakt dat voor alle gedaagden een gelijke beslissing wordt gegeven (vgl. ECLI:NL:HR:1999:ZC2911). Van een dergelijk processueel ondeelbare rechtsbetrekking is in dit geval geen sprake.
4.9.
De vorderingen van Heineken c.s. jegens In2Retail komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen als volgt worden toegewezen. Nu Jannat c.s. wel is verschenen geldt tot slot dat dit vonnis ook jegens In2Retail als op tegenspraak gewezen wordt beschouwd (ex artikel 140 lid 3 Rv).
4.10.
Heineken c.s. is ten aanzien van Jannat c.s. in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Jannat c.s. betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- griffierecht
€
735
- salaris advocaat
€
1.177
- nakosten
€
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101
4.11.
In2Retail is ten aanzien van Heineken c.s. in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Heineken c.s. betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- dagvaarding
€
134,81
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.235,81
4.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
gebiedt In2Retail om de ATM binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis uit het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden,
5.2.
veroordeelt In2Retail om aan Heineken c.s. te betalen een dwangsom van € 500 per dag dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, totdat een maximum van € 50.000 is bereikt,
5.3.
veroordeelt In2Retail in de proceskosten van Heineken c.s. van € 2.235,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als In2Retail niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet In2Retail € 98 extra betalen plus de kosten van betekening,
5.4.
weigert de gevraagde voorzieningen ten aanzien van Jannat c.s.,
5.5.
veroordeelt Heineken c.s. hoofdelijk in de proceskosten van Jannat c.s. van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Heineken c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Heineken c.s. hoofdelijk € 98 extra betalen plus de kosten van betekening,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026.
Coll: GR
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/790131 / KG ZA 26-565 MK/KH
Vonnis in kort geding van 21 september 2026
in de zaak van
1HEINEKEN NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,2. HEINEKEN EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
te Amsterdam,
eisende partijen bij gelijkluidende dagvaardingen van 24 en 25 juli 2026,
hierna ieder apart te noemen: HNL en HEM en samen: Heineken c.s.,
advocaat: mr. J. Verstoep,
tegen
1JANNAT B.V.,
te Amsterdam,2. STICHTING ONS GELUK,
te Amsterdam,
hierna ieder apart te noemen: Jannat en Ons Geluk en samen: Jannat c.s.,
advocaat: mr. J.N.T. van der Linden,
3. IN2RETAIL B.V.,
te Best,
hierna te noemen: In2Retail,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Tijdens de zitting op 7 september 2026 heeft Heineken c.s. de vorderingen in de dagvaarding toegelicht. Jannat c.s. heeft verweer gevoerd. Genoemde partijen hebben producties in het geding gebracht en een pleitnota (deels) voorgedragen. Tegen de niet verschenen gedaagde, In2Retail, is verstek verleend. Vonnis is bepaald op vandaag.
1.2.
Ter zitting waren, voor zover relevant, aanwezig:
- namens Heineken c.s.: [naam 1] (bedrijfsjurist) en [naam 2] (vertegenwoordiger) met mr. Verstoep,
- namens Jannat c.s.: [naam 3] ( [functie 1] ) en [naam 4] (gemachtigde) met mr. Van der Linden,- [naam 5] ( [functie 2] van Touchdown Sports B.V., hierna: TD Sports) als toehoorder.
2De feiten
2.1.
HEM is eigenaar van het pand aan [adres 1] (hierna: het pand). In het pand werd door Jannat van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2024 een sportcafé onder de naam ‘ [cafe] ’ geëxploiteerd (hierna: het café), op basis van afspraken met HNL die zijn vastgelegd in een huurovereenkomst uit 1992, een allonge uit 2009 en een akte indeplaatsstelling uit 2014 (hierna samen: de huurovereenkomst).
2.2.
In artikel 4 van de huurovereenkomst is bepaald dat het “de huurder verboden [is, vzr] het gehuurde zonder schriftelijke toestemming van [HNL, vzr] geheel of gedeeltelijk aan derde(n) te verhuren, ter woon of ten gebruike af te staan.” In artikel 10 staat dat dat ook geldt voor vertimmeringen of veranderingen aan het gehuurde, van welke aard ook, en dat HNL het recht heeft te verlangen dat het gehuurde door de huurder weer in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht.
2.3.
Sinds september 2017 is er naast de toegangsdeur tot het café een geldautomaat
(ATM) geplaatst. De beheerstichting van Jannat, Ons Geluk, sloot daartoe een geldautomatenovereenkomst met de uitbater van de ATM, (de rechtsvoorganger van) In2Retail. Op grond van die overeenkomst ontvangt Ons Geluk een maandelijkse vergoeding van In2Retail.
2.4.
Jannat heeft het café (meer specifiek de activa die behoren tot de onderneming) verkocht aan TD Sports. Jannat en TD Sports hebben bij aanvullende overeenkomst van 17 februari 2024 afgesproken dat:
“De thans (…) geplaatste, door de muur, geldautomaat aan [adres 2] , voor onbepaalde tijd aan genoemd adres aanwezig blijft. De huur betreffende de geldautomaat blijft toekomen aan een door [Jannat, vzr] aan te wijzen (rechts)persoon. Indien de (gemeentelijke) regelgeving betreffende de door de muur geldautomaat wijzigt, (dan wel de eigenaar van het pand het niet meer toestaat) waardoor de exploitatie van de door de muur geld automaat niet meer toegestaan zou zijn vervalt dit recht van [Jannat, vzr], zonder dat zij hier enige vergoeding voor kan bedingen.”
2.5.
Bij akte van indeplaatsstelling heeft TD Sports de verplichtingen uit de huurovereenkomst met HNL overgenomen van Jannat met ingang van 1 april 2024.
2.6.
Op 28 november 2025 heeft TD Sports de aanvullende overeenkomst met Jannat opgezegd per 31 december 2025. Op 4 december 2025 heeft Jannat gereageerd dat zij niet akkoord is met die opzegging.
2.7.
Op 1 februari 2026 heeft TD Sports met toestemming van HNL het café tijdelijk verpacht aan Fabian B.V. Uit artikel 12.2 en 12.3 van de desbetreffende pachtovereenkomst volgt dat de pachter ermee bekend is dat er over de opzegging van de aanvullende overeenkomst met betrekking tot de ATM een lopend dispuut bestaat met de vorige horeca-exploitant (Jannat), die heeft aangegeven niet akkoord te zijn met de opzegging, en dat verpachter (TD Sports) geen garanties kan geven omtrent de uitkomst van dit dispuut of eventuele gemeentelijke besluitvorming hieromtrent.
2.8.
In een kort geding vonnis van deze rechtbank van 22 april 2026 tussen Jannat en TD Sports heeft de voorzieningenrechter in het kort overwogen dat geen sprake is van een rechtsgeldige beëindiging van de aanvullende overeenkomst tussen die partijen. De afspraak tussen TD Sports en Jannat die inhoudt dat TD Sports de aanwezigheid van de ATM in het pand in beginsel duldt voor onbepaalde tijd, geldt daarom nog steeds. TD Sports heeft een appèldagvaarding uitgebracht.
2.9.
In correspondentie vanaf 1 mei 2026 tussen (de advocaten van) partijen heeft Heineken c.s. gedaagden gesommeerd om de ATM weg te halen, onder andere omdat zij daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Voor het geval wel toestemming zou zijn gegeven, trekt Heineken c.s. die in. Jannat c.s. en In2Retail hebben tot op heden geen gehoor gegeven aan de sommatie.
3Het geschil
3.1.
Heineken c.s. vordert samengevat om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. primair: Jannat, Ons Geluk en/of In2Retail op straffe van een dwangsom hoofdelijk te gebieden de ATM binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis uit het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden,
II. subsidiair: Heineken c.s. te machtigen de ATM op kosten van Jannat, Ons Geluk en In2Retail op hun kosten te laten verwijderen,
III. in alle gevallen: Jannat, Ons Geluk en In2Retail hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Heineken c.s. voert aan dat zij nooit schriftelijke toestemming heeft gegeven voor het plaatsen van de ATM, terwijl die toestemming op grond van artikel 4 en artikel 10 van de huurovereenkomst wel vereist is. Voor zover die toestemming wel zou zijn gegeven, is die ingetrokken. Gedaagden maken inbreuk op het eigendomsrecht van HEM. Op grond van artikel 5:2 Burgerlijk Wetboek is de eigenaar van een zaak bevoegd die zaak van eenieder die haar zonder recht houdt op te eisen. HEM hoeft gelet hierop niet te dulden dat de ATM in haar pand blijft. Zij wil vrije beschikking houden over haar pand om dat te kunnen verkopen, zonder ATM, wanneer zij dat wil.
3.3.
Jannat c.s. voert verweer. Volgens haar is Heineken c.s. al jarenlang bekend met de ATM in het pand, die van buitenaf duidelijk zichtbaar is. Daartegen heeft zij nooit enig bezwaar geuit. Niet tijdens de frequente bezoeken door de accountmanager van Heineken c.s. en ook niet bij de oplevering van het gehuurde bij het einde van de huur door Jannat. Uit de door Jannat c.s. ingebrachte stukken blijkt dat Heineken c.s. al sinds 2017 van de ATM weet. Heineken c.s. is pas voor het eerst in actie gekomen nadat Jannat in kort geding tegen TD Sports in het gelijk is gesteld.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
De kernvraag die partijen voor zover verschenen verdeeld houdt, is of Jannat c.s. in dit kort geding verplicht kan worden om de ATM te verwijderen en verwijderd te houden. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat dat niet het geval is, omdat een spoedeisend belang aan de zijde van Heineken c.s. ontbreekt.
4.2.
Heineken c.s. voert aan dat zij pas in januari 2026 op de hoogte was van het feit dat er een ATM geplaatst was.
4.3.
Jannat c.s. brengt naar voren dat de ATM aan de buitenkant zit, goed zichtbaar is en dat Heineken c.s. daartegen nooit bezwaar heeft gemaakt na bezoeken of bij de oplevering van het door Jannat gehuurde pand in 2024. Dat Heineken c.s. pas in januari 2026 wist van de ATM is gelet daarop onvoldoende aannemelijk. Dat Heineken c.s. veel accountmanagers en vertegenwoordigers heeft waardoor Heineken c.s. niet altijd van alles op de hoogte is, zoals ter zitting naar voren werd gebracht, kan Jannat c.s. niet worden tegengeworpen.
4.4.
De voorzieningenrechter volgt het verweer van Jannat c.s. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.5.
Jannat c.s. heeft een kopie overgelegd van een bezoekverslag van de beheerder van Heineken c.s. van 10 juni 2021 waarop een foto van de plek in de muur is afgebeeld waar een ATM geplaats was of kan worden, met twee aanduidingen op/aan de gevel: “ATM”. Het bezoekverslag is ondertekend “Namens eigenaar”. Ook is een besluit van de gemeente Amsterdam van 28 juli 2017 overgelegd waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een ATM “in de pui van het gebouw op [adres 3]/[adres 2], in de gevel aan [straat]”. Op basis hiervan is reeds voldoende aannemelijk dat Heineken c.s. al (veel) eerder dan januari 2026 van de ATM op de hoogte was. Voor zover ze dat niet was omdat zij veel panden in beheer heeft of geen informatie kreeg van de beheerder komt dat voor haar risico.
4.6.
Dat Heineken c.s. pas in juli 2026 actie onderneemt tegen gedaagden terwijl zij al van de ATM wist sinds 2017 (door de omgevingsvergunning), sinds 2021 (door het bezoekverslag) of in ieder geval sinds 2024 (door de oplevering), verhoudt zich niet goed met het spoedeisende karakter van een kort geding. Heineken c.s. heeft dat spoedeisend belang desgevraagd ter zitting ook onvoldoende onderbouwd.
4.7.
Gelet op voorgaande worden de vorderingen van Heineken c.s. jegens Jannat c.s. afgewezen.
4.8.
Aan In2Retail is, als niet verschenen gedaagde, verstek verleend. Artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt in dat geval dat de vordering wordt toegewezen tenzij deze de (voorzieningen)rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daarbij geldt dat verweren die door de wel verschenen gedaagden zijn aangevoerd niet in het voordeel van de niet verschenen gedaagde werken, tenzij de rechtsbetrekking tussen partijen het noodzakelijk maakt dat voor alle gedaagden een gelijke beslissing wordt gegeven (vgl. ECLI:NL:HR:1999:ZC2911). Van een dergelijk processueel ondeelbare rechtsbetrekking is in dit geval geen sprake.
4.9.
De vorderingen van Heineken c.s. jegens In2Retail komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen als volgt worden toegewezen. Nu Jannat c.s. wel is verschenen geldt tot slot dat dit vonnis ook jegens In2Retail als op tegenspraak gewezen wordt beschouwd (ex artikel 140 lid 3 Rv).
4.10.
Heineken c.s. is ten aanzien van Jannat c.s. in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Jannat c.s. betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- griffierecht
€
735
- salaris advocaat
€
1.177
- nakosten
€
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101
4.11.
In2Retail is ten aanzien van Heineken c.s. in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Heineken c.s. betalen. Deze proceskosten worden begroot op:
- dagvaarding
€
134,81
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.235,81
4.12.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
gebiedt In2Retail om de ATM binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis uit het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden,
5.2.
veroordeelt In2Retail om aan Heineken c.s. te betalen een dwangsom van € 500 per dag dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, totdat een maximum van € 50.000 is bereikt,
5.3.
veroordeelt In2Retail in de proceskosten van Heineken c.s. van € 2.235,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als In2Retail niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet In2Retail € 98 extra betalen plus de kosten van betekening,
5.4.
weigert de gevraagde voorzieningen ten aanzien van Jannat c.s.,
5.5.
veroordeelt Heineken c.s. hoofdelijk in de proceskosten van Jannat c.s. van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Heineken c.s. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Heineken c.s. hoofdelijk € 98 extra betalen plus de kosten van betekening,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026.
Coll: GR