Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8776
2026-08-06
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12116391 CV EXPL 26-2658
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Effectenlease; eega-problematiek.
Citeert (4)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 Gerechtshof Amsterdam 11-11-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3138 Gerechtshof Amsterdam 11-11-2025
- ECLI:NL:HR:2015:3018 Hoge Raad 09-10-2015
- ECLI:NL:HR:2017:936 Hoge Raad 19-05-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.195 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer: 12116391 CV EXPL 26-2658
Vonnis van de kantonrechter van 6 augustus 2026
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G. van Dijk,
tegen
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: Dexia,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met bijlagen van 18 februari 2026;
de conclusie van antwoord met bijlagen;
de conclusie van repliek met bijlagen;
de conclusie van dupliek met bijlagen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[naam] (hierna: [naam] ) heeft de volgende leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ondertekend met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:
Nr.
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer]
16 juli 2002
WinstVerDriedubbelaar - Verlenging
2.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
15 juli 2005
- € 3.693,48
Deels: € 1.282,38 (waarvan € 1.142,48 betaald en € 139,90 verrekend met dividendopbrengsten)
2.3.
Volgens opgave van Dexia heeft [naam] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 2.374,05 aan maandtermijnen en een bedrag van € 1.142,48 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [naam] € 830,65 aan dividenden ontvangen.
2.4.
[naam] was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gehuwd met [eiseres] . [eiseres] heeft [naam] destijds geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van deze overeenkomst.
2.5.
Bij brief van 21 december 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiseres] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 sub d jo. 1:89 BW. De gemachtigde van [naam] heeft vervolgens op 6 januari 2006 een sommatiebrief aan Dexia gestuurd waarin Dexia een termijn van twee weken na dagtekening is gesteld om alle onder de overeenkomst door [naam] aan Dexia betaalde bedragen terug te betalen. Dexia heeft hieraan geen gehoor gegeven.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd en Dexia veroordeelt om al hetgeen wat door [naam] krachtens de overeenkomst aan Dexia is betaald aan [eiseres] terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van de sommatiebrief, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van algehele voldoening, en;
II. Dexia veroordeelt in de kosten van het geding.
3.2.
Dexia betwist de vorderingen van [eiseres] . Daartoe stelt zij zich, voor zover hier van belang, op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiseres] is verjaard.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover nodig, hierna nader worden ingegaan.
4De beoordeling
Volmacht
4.1.
Dexia voert aan dat Leaseproces niet gevolmachtigd is om namens [eiseres] deze procedure te starten en dat daarom sprake is van een spookprocedure. Dit verweer, wat daar verder ook van zij, wordt verworpen omdat dit te laat, namelijk eerst bij de conclusie van dupliek is aangevoerd.
Vernietiging
4.2.
Tussen partijen staat niet ter discussie staat dat de overeenkomst op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d jo. artikel 1:89 BW is vernietigd. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of de uit die vernietiging voortvloeiende vordering uit onverschuldigde betaling van [eiseres] is verjaard. De kantonrechter overweegt hieromtrent zoals hierna uiteengezet.
Verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling
4.3.
Dexia stelt dat de door [eiseres] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard, dat de gemachtigde van [eiseres] (hierna: Leaseproces) niet gevolmachtigd was om namens [eiseres] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiseres] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
4.4.
[eiseres] heeft de bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. [eiseres] verwijst daarbij naar de opt-out-verklaring uit 2007 en naar de stuitingsbrieven van Leaseproces uit 2009, 2012, 2016 en 2021, in het bijzonder naar de brieven van 24 januari 2012 en 27 oktober 2016 (zie productie J bij conclusie van repliek) ten behoeve van al haar cliënten (onder wie [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
4.5.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ), wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de stuitingsbrief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Anders dan Dexia betoogt, kan nadien op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan door Dexia. Voor een nadere onderbouwing hiervan, wordt verwezen naar de arresten van het gerechtshof Amsterdam van onder andere 11 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 en ECLI:NL:GHAMS:2025:3138). Uit deze arresten volgt dat het niet relevant is óf en op wélke wijze Leaseproces voorafgaande aan de stuitingsbrief van 24 januari 2012 gevolmachtigd was en evenmin of Dexia in haar brief van 31 oktober 2016 de volmacht heeft betwist, met als gevolg dat de stellingen van Dexia daarover geen bespreking behoeven. Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomst reeds aanhangige collectieve procedure, de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat het gerechtshof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend had verklaard. Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
De vorderingen van [eiseres]
4.6.
Het voorgaande betekent dat de door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd, toewijsbaar is.
4.7.
Dexia dient aan [eiseres] ter zake van de overeenkomst (terug) te betalen al hetgeen [naam] uit hoofde van de overeenkomst aan Dexia heeft betaald, verminderd met al hetgeen hij uit de overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet door [eiseres] is weersproken.
Wettelijke rente en proceskosten
4.8.
De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het einde van de termijn als genoemd in de sommatiebrief, dus vanaf 21 januari 2006. Indien na genoemde datum betalingen zijn verricht door [naam] , dan is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van die betaling.
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de overeenkomst is voor het overige toewijsbaar als volgt.
4.9.1.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald, minus hetgeen van Dexia is ontvangen.
4.9.2.
Telkens wanneer na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald voor de overeenkomst, is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.
4.9.3.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van voldoening van al hetgeen wat Dexia op grond van de hiervoor onder rechtsoverweging 4.7 bedoelde berekeningswijze verschuldigd is.
4.9.4.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan, kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.
4.10.
Dexia is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 151,94
- griffierecht € 93,00
- salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten x € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 964,94.
5De beslissing
5.1.
verklaart voor recht dat de effectenleaseovereenkomst met contractnummer [nummer] is vernietigd;
5.2.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] ter zake van die overeenkomst te betalen hetgeen Dexia op grond van de hiervoor in rechtsoverweging 4.7 bedoelde berekening verschuldigd is;
5.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] de wettelijke rente te betalen die Dexia verschuldigd is ter zake van de overeenkomst op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rechtsoverwegingen 4.8 tot en met 4.9.4;
5.4.
veroordeelt Dexia in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 964,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.E.F. Chel.
Zie: HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018; HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer: 12116391 CV EXPL 26-2658
Vonnis van de kantonrechter van 6 augustus 2026
in de zaak van:
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G. van Dijk,
tegen
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: Dexia,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met bijlagen van 18 februari 2026;
de conclusie van antwoord met bijlagen;
de conclusie van repliek met bijlagen;
de conclusie van dupliek met bijlagen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[naam] (hierna: [naam] ) heeft de volgende leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ondertekend met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:
Nr.
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer]
16 juli 2002
WinstVerDriedubbelaar - Verlenging
2.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
15 juli 2005
- € 3.693,48
Deels: € 1.282,38 (waarvan € 1.142,48 betaald en € 139,90 verrekend met dividendopbrengsten)
2.3.
Volgens opgave van Dexia heeft [naam] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 2.374,05 aan maandtermijnen en een bedrag van € 1.142,48 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [naam] € 830,65 aan dividenden ontvangen.
2.4.
[naam] was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gehuwd met [eiseres] . [eiseres] heeft [naam] destijds geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van deze overeenkomst.
2.5.
Bij brief van 21 december 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiseres] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 sub d jo. 1:89 BW. De gemachtigde van [naam] heeft vervolgens op 6 januari 2006 een sommatiebrief aan Dexia gestuurd waarin Dexia een termijn van twee weken na dagtekening is gesteld om alle onder de overeenkomst door [naam] aan Dexia betaalde bedragen terug te betalen. Dexia heeft hieraan geen gehoor gegeven.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd en Dexia veroordeelt om al hetgeen wat door [naam] krachtens de overeenkomst aan Dexia is betaald aan [eiseres] terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van de sommatiebrief, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum tot aan de dag van algehele voldoening, en;
II. Dexia veroordeelt in de kosten van het geding.
3.2.
Dexia betwist de vorderingen van [eiseres] . Daartoe stelt zij zich, voor zover hier van belang, op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiseres] is verjaard.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover nodig, hierna nader worden ingegaan.
4De beoordeling
Volmacht
4.1.
Dexia voert aan dat Leaseproces niet gevolmachtigd is om namens [eiseres] deze procedure te starten en dat daarom sprake is van een spookprocedure. Dit verweer, wat daar verder ook van zij, wordt verworpen omdat dit te laat, namelijk eerst bij de conclusie van dupliek is aangevoerd.
Vernietiging
4.2.
Tussen partijen staat niet ter discussie staat dat de overeenkomst op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d jo. artikel 1:89 BW is vernietigd. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of de uit die vernietiging voortvloeiende vordering uit onverschuldigde betaling van [eiseres] is verjaard. De kantonrechter overweegt hieromtrent zoals hierna uiteengezet.
Verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling
4.3.
Dexia stelt dat de door [eiseres] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard, dat de gemachtigde van [eiseres] (hierna: Leaseproces) niet gevolmachtigd was om namens [eiseres] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiseres] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
4.4.
[eiseres] heeft de bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. [eiseres] verwijst daarbij naar de opt-out-verklaring uit 2007 en naar de stuitingsbrieven van Leaseproces uit 2009, 2012, 2016 en 2021, in het bijzonder naar de brieven van 24 januari 2012 en 27 oktober 2016 (zie productie J bij conclusie van repliek) ten behoeve van al haar cliënten (onder wie [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
4.5.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ), wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de stuitingsbrief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Anders dan Dexia betoogt, kan nadien op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan door Dexia. Voor een nadere onderbouwing hiervan, wordt verwezen naar de arresten van het gerechtshof Amsterdam van onder andere 11 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 en ECLI:NL:GHAMS:2025:3138). Uit deze arresten volgt dat het niet relevant is óf en op wélke wijze Leaseproces voorafgaande aan de stuitingsbrief van 24 januari 2012 gevolmachtigd was en evenmin of Dexia in haar brief van 31 oktober 2016 de volmacht heeft betwist, met als gevolg dat de stellingen van Dexia daarover geen bespreking behoeven. Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomst reeds aanhangige collectieve procedure, de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat het gerechtshof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend had verklaard. Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
De vorderingen van [eiseres]
4.6.
Het voorgaande betekent dat de door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd, toewijsbaar is.
4.7.
Dexia dient aan [eiseres] ter zake van de overeenkomst (terug) te betalen al hetgeen [naam] uit hoofde van de overeenkomst aan Dexia heeft betaald, verminderd met al hetgeen hij uit de overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet door [eiseres] is weersproken.
Wettelijke rente en proceskosten
4.8.
De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het einde van de termijn als genoemd in de sommatiebrief, dus vanaf 21 januari 2006. Indien na genoemde datum betalingen zijn verricht door [naam] , dan is de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag van die betaling.
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de overeenkomst is voor het overige toewijsbaar als volgt.
4.9.1.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald, minus hetgeen van Dexia is ontvangen.
4.9.2.
Telkens wanneer na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald voor de overeenkomst, is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.
4.9.3.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van voldoening van al hetgeen wat Dexia op grond van de hiervoor onder rechtsoverweging 4.7 bedoelde berekeningswijze verschuldigd is.
4.9.4.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan, kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.
4.10.
Dexia is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden tot op heden begroot op:
- dagvaarding € 151,94
- griffierecht € 93,00
- salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten x € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 964,94.
5De beslissing
5.1.
verklaart voor recht dat de effectenleaseovereenkomst met contractnummer [nummer] is vernietigd;
5.2.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] ter zake van die overeenkomst te betalen hetgeen Dexia op grond van de hiervoor in rechtsoverweging 4.7 bedoelde berekening verschuldigd is;
5.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] de wettelijke rente te betalen die Dexia verschuldigd is ter zake van de overeenkomst op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rechtsoverwegingen 4.8 tot en met 4.9.4;
5.4.
veroordeelt Dexia in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 964,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.E.F. Chel.
Zie: HR 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018; HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936.