Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:8687
2026-08-18
Civiel recht
12143966 \ CV EXPL 26-3951
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Appartementseigenaar moet meewerken aan onderzoek naar de vraag of zijn parketvloer voldoet aan de geluidsnormen zoals vastgelegd in de splitsingsakte. Geen sprake van verjaring. Geen belang eigenaar bij inzien correspondentie van het bestuur van de VVE.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:1448 Gerechtshof Amsterdam 18-04-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (24.836 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 12143966 \ CV EXPL 26-3951
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats],
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [locatie],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. M.J.R. Elbers,
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 12 maart 2026,
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 7 mei 2026,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte wijziging eis in conventie,
1.2.
Op 8 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de verzoekschriftprocedure die tussen partijen aanhangig is, bekend onder kenmerk 12137115 EA VERZ 26-314. Op de zitting was [eiser] aanwezig met zijn ouders. Namens de VvE waren bestuursleden [naam 1] en [naam 2] aanwezig met de gemachtigde. Verder waren een aantal VvE-leden als belanghebbenden aanwezig. De VvE heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
1.3.
De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[eiser] is eigenaar van een appartement aan de [adres]. Het appartement maakt deel uit van een appartementengebouw bestaande uit 152 appartementsrechten. [eiser] is als eigenaar van het appartement van rechtswege lid van de VvE.
2.2.
Aan de voorzijde van het appartement van [eiser] (het woongedeelte) ligt al sinds het jaar 1998 een klassiek houten parketvloer. Aan de achterzijde van het appartement (het slaapgedeelte) lag een laminaatvloer. In 2023 heeft [eiser] de laminaatvloer aan de achterzijde vervangen door eveneens een klassieke parketvloer. De parketvloer in het woongedeelte is toen ook geschuurd en geolied.
2.3.
In artikel n. sub 3. van de splitsingsakte van de VvE is het volgende bepaald:
“met uitzondering van de sanitaire ruimten van alle appartementsrechten dient de vloerbedekking van de privé-gedeelten van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Ter beperking van hinderlijke contactgeluiden, zoals het lopen van personen en schuiven van meubilair in het gebouw, is het verboden min of meer harde vloerbedekking zoals parket, plavuizen, marmer en dergelijke aan te brengen, tenzij wordt aangetoond dat de contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking een waarde bereikt van Ico = tien decibel (10 db) of meer.
Dit betekent dat harde vloerbedekking zoals gemeld uitsluitend is toegestaan wanneer het aanbrengen op deskundige wijze zal geschieden met een zogenaamde zwevende vloer, zodat deze vloerbedekking niet in rechtstreeks contact staat met de ondervloer of de wanden en geen hinder kan ontstaan voor de overige eigenaren van het gebouw;”
2.4.
In artikel 14 van het huishoudelijk reglement is een soortgelijke bepaling opgenomen.
2.5.
Verder is in het toepasselijke Modelreglement 1992 het volgende opgenomen onder artikel 41 sub 6:
“het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen welke die eigenaar mocht verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; (…)”
2.6.
Sinds 2023 hebben de onderburen van [eiser] last van (contact)geluidsoverlast door de vloerbedekking in het appartement van [eiser]. De onderburen hebben de VvE verzocht hierop actie te ondernemen.
2.7.
Het bestuur van de VvE heeft aangestuurd op het laten verrichten van een geluidsmeting teneinde vast te stellen of de vloerafwerking in het appartement van [eiser] voldoet aan de norm zoals vastgelegd in de splitsingsakte. [eiser] heeft geweigerd mee te werken aan een dergelijk geluidsonderzoek.
2.8.
Op de algemene ledenvergadering van 4 maart 2026 is besloten tot machtiging van het bestuur van de VvE om een gerechtelijke procedure tegen [eiser] op te starten.
2.9.
Bij verzoekschrift van 5 maart 2026 is [eiser] opgekomen tegen dit besluit (procedure 12137115 EA VERZ 26-314) en heeft hij nietigverklaring, dan wel vernietiging daarvan verzocht. Op 12 maart 2026 heeft [eiser] onderhavige dagvaarding uit laten brengen.
2.10.
Bij beschikking van dezelfde datum als dit vonnis is het verzoek van [eiser] tot nietigverklaring/vernietiging van het besluit van de VvE afgewezen.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert in conventie na wijziging van eis:
veroordeling van de VvE om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis volledige inzage te verstrekken van haar administratie, op straffe van een dwangsom,
een verklaring voor recht dat de verdieping scheidende constructievloer tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE – en derhalve niet tot de verantwoordelijkheid van [eiser] – behoort,
met veroordeling van de VvE in alle proceskosten met wettelijke rente.
3.2.
De VvE voert verweer. Volgens de VvE is het inzagerecht in de administratie niet ongelimiteerd en onvoorwaardelijk. [eiser] heeft reeds inzage in alle (financiële) administratie van de VvE en de relevante stukken. [eiser] heeft onvoldoende belang bij zijn vorderingen.
3.3.
In reconventie vordert de VvE:
veroordeling van [eiser] tot het verlenen van volledige en tijdige medewerking aan een onafhankelijk geluidsonderzoek en de daarvoor benodigde toegang tot zijn appartementsrecht, binnen twee maanden na dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
veroordeling van [eiser] tot betaling van de kosten van het hiervoor bedoelde geluidsonderzoek,
indien uit voornoemd onderzoek mocht blijken dat de vloerafwerking niet voldoet aan de norm in de splitsingsakte van de VvE (te weten een contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking van Ico = tien decibel (10 dB) of meer), veroordeling van [eiser] om binnen twee maanden na gereedkoming van het onderzoeksrapport voor eigen rekening en risico dusdanige voorzieningen te treffen dat de vloerafwerking in het appartementsrecht van [eiser] alsnog aan de bedoelde norm voldoet, en [eiser] te veroordelen hier bewijs van te overleggen, op straffe van een dwangsom,
indien hiervoor bedoelde voorzieningen niet mogelijk blijken te zijn, veroordeling van [eiser] tot verwijdering en vervanging van de vloerafwerking in zijn appartementsrecht, voor eigen rekening en risico, en [eiser] te veroordelen hier bewijs van te overleggen, op straffe van een dwangsom,
met veroordeling van [eiser] in de proceskosten met wettelijke rente.
3.4.
[eiser] voert verweer. Volgens [eiser] is de VvE niet ontvankelijk in haar vordering, omdat het besluit dat op 4 maart 2026 is genomen nietig, dan wel vernietigbaar is. De vordering kan overigens ook inhoudelijk niet slagen volgens [eiser]. De verdieping scheidende constructievloeren zijn bouwkundig onjuist aangelegd. Het gaat hier om een gemeenschappelijke zaak, waardoor dit gebrek voor rekening en risico van de VvE komt. [eiser] kan niet worden gehouden tot het treffen van maatregelen tot naleving van de in de splitsingsakte opgenomen geluidsnorm, voor zover het daaraan niet voldoen zijn oorzaak vindt in een gebrek aan een gemeenschappelijk deel waarvoor de VvE verantwoordelijk is.
3.5.
Voor het geval de eis in reconventie toch (deels) wordt toegewezen, vordert [eiser]:
veroordeling van de VvE om voordat een geluidsmeting plaatsvindt de verdieping scheidende constructievloer alsmede overige met de gemeenschappelijke gedeelten verbonden bouwkundige elementen die mogelijk invloed hebben op de geluidsisolatie, zoals verlaagde, niet-geïsoleerde plafonds, op zodanige wijze en op kosten van de VvE te herstellen dat het daarmee voor [eiser] mogelijk wordt aan de in de splitsingsakte en het Huishoudelijk Reglement gestelde norm van een geluidreductie van 10 dB te voldoen,
veroordeling van de VvE tot het realiseren van de hiertoe benodigde werkzaamheden op kosten van de VvE binnen 6 maanden na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
veroordeling van de VvE om de woning van [eiser] na uitvoering van de benodigde werkzaamheden terug te brengen in de huidige staat,
veroordeling van de VvE tot alle gevolgschade die [eiser] door bovengenoemde herstelwerkzaamheden lijdt, waar nodig nader op te maken bij staat,
met veroordeling van de VvE in alle proceskosten met wettelijke rente.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Inzage administratie
4.1.
[eiser] vordert volledige inzage in de administratie van de VvE. De VvE heeft aangevoerd dat [eiser] via de Convect-app reeds inzage heeft in alle (financiële) stukken van de VvE die voor een individuele appartementseigenaar van belang zijn. Volgens [eiser] is dat niet zo en hij wenst inzage te krijgen in (onder andere) correspondentie van de bestuursleden, met als doel ‘inzage te krijgen in wat nu eigenlijk ten grondslag ligt aan de opstelling van het bestuur inzake de kwestie omtrent vermeende geluidsoverlast veroorzaakt door [eiser] naar de ondergelegen woning’. Verder is [eiser] van mening dat er 4 januari 2024 een rapportage is opgemaakt door bestuurslid [naam 2] die in het bezit van het bestuur is. Ook hier wil [eiser] inzage in.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. De onderburen van [eiser] zeggen last te hebben van geluidsoverlast van zijn vloer en hebben gevraagd of de VvE hierop actie wil ondernemen. Dat de VvE vervolgens – gelet op de objectieve geluidsnorm in de splitsingsakte – heeft aangestuurd op een geluidsmeting om te bezien of de vloer van [eiser] aan de gestelde norm voldoet, is een normale gang van zaken. Wat “ten grondslag ligt” aan het handelen van het bestuur is daarmee een gegeven. De suggestie dat er méér of anders aan de hand zou zijn is op geen enkele wijze nader onderbouwd. Van enig belang bij het inzien van de correspondentie tussen de bestuursleden over deze kwestie is dan ook niet gebleken.
4.3.
Ten aanzien van het ‘rapport’ van 4 januari 2024 waarnaar [eiser] verwijst, heeft de VvE aangegeven dat dit niet bestaat. Bestuurslid [naam 2] is op 4 januari 2024 bij de onderburen van [eiser] binnen geweest en heeft met hen meegeluisterd of hij ook (contact)geluidsoverlast kon waarnemen. Volgens de VvE is dit alles wat er is gebeurd en is er geen rapportage of anderszins van dit bezoek opgemaakt. Dat dit anders zou zijn, heeft [eiser] niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. In een stuk dat niet bestaat, kan de VvE ook geen inzage verschaffen.
4.4.
Voor het overige is de vordering van [eiser] te onbepaald om toegewezen te kunnen worden. De vordering wordt daarom afgewezen.
Verklaring voor recht
4.5.
[eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat de verdieping scheidende constructievloer tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE – en derhalve niet tot de verantwoordelijkheid van [eiser] – behoort. De kantonrechter overweegt dat de constructie(vloer) vanzelfsprekend tot het gemeenschappelijke deel hoort. De VvE heeft ook erkend dat de constructievloer gemeenschappelijk is. [eiser] heeft daarom geen belang bij deze vordering en deze zal worden afgewezen.
De parketvloer
Ontvankelijkheid VvE
4.6.
Voor het instellen van een reconventionele vordering door de VvE is een machtiging van het bestuur vereist (zie ook ECLI:NL:GHAMS:2017:1448). Op de algemene ledenvergadering van 4 maart 2026 is besloten die machtiging aan het bestuur te verlenen. [eiser] is in de procedure 12137115 EA VERZ 26-314 opgekomen tegen dit besluit en heeft nietigverklaring, dan wel vernietiging daarvan verzocht.
4.7.
In de procedure 12137115 EA VERZ 26-314 is ook vandaag uitspraak gedaan. Het verzoek van [eiser] tot nietigverklaring/vernietiging van het besluit van de VvE is afgewezen. Dat betekent dat het besluit van 4 maart 2026 in stand blijft en dat de VvE ontvankelijk is in de vordering in reconventie.
Parketvloer voorzijde appartement
4.8.
Ten aanzien van de parketvloer aan de voorzijde van het appartement geldt dat die er al bijna 30 jaar ligt en alleen is opgeknapt in 2023. Dit in tegenstelling tot de parketvloer aan de achterzijde van het appartement die [eiser] zelf in 2023 heeft laten leggen.
4.9.
Als er sprake is van een onrechtmatige situatie, bijvoorbeeld een parketvloer die in strijd met de norm van de splitsingsakte is aangelegd, dan geldt op grond van artikel 3:306 BW voor het instellen van een rechtsvordering een verjaringstermijn van 20 jaar. Die verjaringstermijn begint te lopen op het moment dat de VvE en de andere eigenaren bekend waren of hadden kunnen zijn met de onrechtmatige situatie.
4.10.
Voor het geval de parketvloer aan de voorzijde van het appartement al sinds 1998 niet voldoet aan de norm van de splitsingsakte, heeft [eiser] onvoldoende voor het voetlicht gebracht wanneer de VvE dit wist of had kunnen weten. Het gaat hier immers om een privé-gedeelte, waar in beginsel alleen [eiser] en zijn rechtsvoorgangers toegang toe hebben. Omdat er vóór 2023 ook nooit klachten van de onderburen zijn ontvangen over (contact)geluidsoverlast, was er voor de VvE ook geen aanleiding om op een eerder moment onderzoek te doen naar de vloerafwerking in het appartement van [eiser]. Uit het dossier volgt niet exact hoe en wanneer de VvE op de hoogte is geraakt van het bestaan van de parketvloeren in het appartement van [eiser], maar in ieder geval zijn er geen aanwijzingen dat zij deze kennis al bezat voor de eerste klachten van de onderburen in september 2023. De verjaringstermijn van 20 jaar is daarom op zijn vroegst aangevangen in september 2023, zodat verjaring niet aan de orde is.
Voldoet de parketvloer aan de norm
4.11.
In de splitsingsakte van de VvE is expliciet bepaald dat het aanbrengen van harde vloerbedekkingen verboden is. Dit is alleen anders in het geval dat geschiedt met een zwevende vloer en de contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking een waarde bereikt van Ico = tien decibel of meer. Verder volgt uit de akte dat het aan de appartementsrechteigenaar is om aan te tonen dat voldaan wordt aan deze geluidsnorm.
4.12.
Volgens [eiser] heeft hij aangetoond dat zijn vloerbedekking voldoet aan de eis zoals opgenomen in de splitsingsakte. Hij verwijst daartoe naar een door hem overgelegde factuur ten aanzien van de aanleg van de parketvloer aan de achterzijde van het appartement en verklaringen van de vorige bewoners ten aanzien van de parketvloer aan de voorzijde van het appartement.
4.13.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de VvE terecht geen genoegen genomen met deze stukken. [eiser] heeft geen enkel stuk overgelegd waaruit objectief blijkt dat de norm uit de splitsingsakte niet wordt overschreden. Dat op de factuur van de vloer staat dat deze is gelegd ‘met een richtlijn van -10db’, is daarvoor onvoldoende. Ook de overgelegde verklaringen, waaruit volgt dat de parketvloer in de voorkamer ‘volgens de voorschriften’ is gelegd en dat daarbij ‘veel rekening is gehouden met mogelijke geluidsoverlast’ is onvoldoende bewijs dat de vloer voldoet aan de norm die is gegeven in de splitsingsakte. Vastgesteld moet worden dat er geen documenten zijn overgelegd waaruit ondubbelzinnig volgt dat de vloer daadwerkelijk zwevend is gelegd op zo een wijze dat de geluidsnorm daadwerkelijk wordt nageleefd. Evenmin is anderszins sprake van een meetrapport of objectieve meting waaruit blijkt dat de geluidsnorm daadwerkelijk wordt nageleefd. Zonder dergelijk bewijs kan niet worden vastgesteld dat de vloer voldoet aan de norm uit de splitsingsakte.
4.14.
De conclusie is dat [eiser] niet heeft aangetoond dat zijn vloerafwerking aan de geluidsnorm uit de splitsingsakte voldoet. Een vordering tot verwijdering van deze vloer zou dus voor toewijzing in aanmerking kunnen komen. De VvE heeft echter uiteengezet dat zij vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid niet direct wenst over te gaan tot verwijdering van de vloer, maar eerst door middel van een geluidsonderzoek vast wil stellen of de vloer daadwerkelijk niet aan de objectieve norm voldoet. Deze stapsgewijze aanpak komt de kantonrechter redelijk voor en de hiertoe ingestelde vorderingen komen voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde dwangsommen worden toegewezen als hierna bepaald.
4.15.
Het voorgaande wordt niet anders door eventuele tekortkomingen aan de constructievloer. Juist omdat bekend was dat de constructievloer geluid doorlatend kan zijn worden in de splitsingsakte eisen gesteld ten aanzien van een dekvloer. Hierbij is expliciet gekozen voor een verbod: de splitsingsakte verbiedt harde vloeren, tenzij wordt voldaan aan bepaalde objectieve (geluids)normen. Ook als het door de constructievloer lastiger is om te voldoen aan de geluidsnorm – zoals [eiser] stelt maar de VvE betwist – betekent dit niet dat de VvE verplicht is de constructievloer aan te passen om zo toch een harde dekvloer, die in principe verboden is, mogelijk te maken. De vorderingen van [eiser] die hierop zijn gericht (genoemd onder rechtsoverweging 3.5.) zijn daarom ook niet toewijsbaar.
Proceskosten
4.16.
[eiser] heeft zowel in conventie als in reconventie ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.17.
De proceskosten van de VvE worden in conventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
720,00
4.18.
De proceskosten van de VvE worden in reconventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
Totaal
€
576,00
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3.
veroordeelt [eiser] tot het verlenen van volledige en tijdige medewerking aan een onafhankelijk geluidsonderzoek en de daarvoor benodigde toegang tot zijn appartementsrecht, binnen twee maanden na betekening van dit vonnis,
5.4.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.5.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van het hiervoor onder 5.3. bedoelde geluidsonderzoek,
5.6.
veroordeelt [eiser] om, voor zover uit voornoemd geluidsonderzoek mocht blijken dat de vloerafwerking niet voldoet aan de norm in de splitsingsakte van de VvE (te weten een contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking van Ico = tien decibel (10 dB) of meer), binnen twee maanden na gereedkoming van het onderzoeksrapport voor eigen rekening en risico dusdanige voorzieningen te treffen dat de vloerafwerking in zijn appartement alsnog aan de bedoelde norm voldoet, onder overlegging van bewijs aan de VvE,
5.7.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.6. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.8.
veroordeelt [eiser], voor zover hiervoor bedoelde voorzieningen niet mogelijk blijken te zijn, tot verwijdering en vervanging van de vloerafwerking in zijn appartementsrecht, voor eigen rekening en risico, onder overlegging van bewijs aan de VvE,
5.9.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.8. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.10.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.11.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.12.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.13.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.
Civiel recht
Kantonrechter
fno: 33623
Zaaknummer: 12143966 \ CV EXPL 26-3951
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats],
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [locatie],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. M.J.R. Elbers,
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 12 maart 2026,
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 7 mei 2026,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte wijziging eis in conventie,
1.2.
Op 8 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De mondelinge behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de verzoekschriftprocedure die tussen partijen aanhangig is, bekend onder kenmerk 12137115 EA VERZ 26-314. Op de zitting was [eiser] aanwezig met zijn ouders. Namens de VvE waren bestuursleden [naam 1] en [naam 2] aanwezig met de gemachtigde. Verder waren een aantal VvE-leden als belanghebbenden aanwezig. De VvE heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.
1.3.
De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[eiser] is eigenaar van een appartement aan de [adres]. Het appartement maakt deel uit van een appartementengebouw bestaande uit 152 appartementsrechten. [eiser] is als eigenaar van het appartement van rechtswege lid van de VvE.
2.2.
Aan de voorzijde van het appartement van [eiser] (het woongedeelte) ligt al sinds het jaar 1998 een klassiek houten parketvloer. Aan de achterzijde van het appartement (het slaapgedeelte) lag een laminaatvloer. In 2023 heeft [eiser] de laminaatvloer aan de achterzijde vervangen door eveneens een klassieke parketvloer. De parketvloer in het woongedeelte is toen ook geschuurd en geolied.
2.3.
In artikel n. sub 3. van de splitsingsakte van de VvE is het volgende bepaald:
“met uitzondering van de sanitaire ruimten van alle appartementsrechten dient de vloerbedekking van de privé-gedeelten van een zodanige samenstelling te zijn dat contactgeluiden zo veel mogelijk worden tegengegaan. Ter beperking van hinderlijke contactgeluiden, zoals het lopen van personen en schuiven van meubilair in het gebouw, is het verboden min of meer harde vloerbedekking zoals parket, plavuizen, marmer en dergelijke aan te brengen, tenzij wordt aangetoond dat de contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking een waarde bereikt van Ico = tien decibel (10 db) of meer.
Dit betekent dat harde vloerbedekking zoals gemeld uitsluitend is toegestaan wanneer het aanbrengen op deskundige wijze zal geschieden met een zogenaamde zwevende vloer, zodat deze vloerbedekking niet in rechtstreeks contact staat met de ondervloer of de wanden en geen hinder kan ontstaan voor de overige eigenaren van het gebouw;”
2.4.
In artikel 14 van het huishoudelijk reglement is een soortgelijke bepaling opgenomen.
2.5.
Verder is in het toepasselijke Modelreglement 1992 het volgende opgenomen onder artikel 41 sub 6:
“het bestuur is verplicht aan iedere eigenaar alle inlichtingen te verstrekken betreffende de administratie van het gebouw en het beheer van de fondsen welke die eigenaar mocht verlangen en hem op zijn verzoek inzage te verstrekken van alle op die administratie en dat beheer betrekking hebbende boeken, registers en bescheiden; (…)”
2.6.
Sinds 2023 hebben de onderburen van [eiser] last van (contact)geluidsoverlast door de vloerbedekking in het appartement van [eiser]. De onderburen hebben de VvE verzocht hierop actie te ondernemen.
2.7.
Het bestuur van de VvE heeft aangestuurd op het laten verrichten van een geluidsmeting teneinde vast te stellen of de vloerafwerking in het appartement van [eiser] voldoet aan de norm zoals vastgelegd in de splitsingsakte. [eiser] heeft geweigerd mee te werken aan een dergelijk geluidsonderzoek.
2.8.
Op de algemene ledenvergadering van 4 maart 2026 is besloten tot machtiging van het bestuur van de VvE om een gerechtelijke procedure tegen [eiser] op te starten.
2.9.
Bij verzoekschrift van 5 maart 2026 is [eiser] opgekomen tegen dit besluit (procedure 12137115 EA VERZ 26-314) en heeft hij nietigverklaring, dan wel vernietiging daarvan verzocht. Op 12 maart 2026 heeft [eiser] onderhavige dagvaarding uit laten brengen.
2.10.
Bij beschikking van dezelfde datum als dit vonnis is het verzoek van [eiser] tot nietigverklaring/vernietiging van het besluit van de VvE afgewezen.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert in conventie na wijziging van eis:
veroordeling van de VvE om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis volledige inzage te verstrekken van haar administratie, op straffe van een dwangsom,
een verklaring voor recht dat de verdieping scheidende constructievloer tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE – en derhalve niet tot de verantwoordelijkheid van [eiser] – behoort,
met veroordeling van de VvE in alle proceskosten met wettelijke rente.
3.2.
De VvE voert verweer. Volgens de VvE is het inzagerecht in de administratie niet ongelimiteerd en onvoorwaardelijk. [eiser] heeft reeds inzage in alle (financiële) administratie van de VvE en de relevante stukken. [eiser] heeft onvoldoende belang bij zijn vorderingen.
3.3.
In reconventie vordert de VvE:
veroordeling van [eiser] tot het verlenen van volledige en tijdige medewerking aan een onafhankelijk geluidsonderzoek en de daarvoor benodigde toegang tot zijn appartementsrecht, binnen twee maanden na dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
veroordeling van [eiser] tot betaling van de kosten van het hiervoor bedoelde geluidsonderzoek,
indien uit voornoemd onderzoek mocht blijken dat de vloerafwerking niet voldoet aan de norm in de splitsingsakte van de VvE (te weten een contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking van Ico = tien decibel (10 dB) of meer), veroordeling van [eiser] om binnen twee maanden na gereedkoming van het onderzoeksrapport voor eigen rekening en risico dusdanige voorzieningen te treffen dat de vloerafwerking in het appartementsrecht van [eiser] alsnog aan de bedoelde norm voldoet, en [eiser] te veroordelen hier bewijs van te overleggen, op straffe van een dwangsom,
indien hiervoor bedoelde voorzieningen niet mogelijk blijken te zijn, veroordeling van [eiser] tot verwijdering en vervanging van de vloerafwerking in zijn appartementsrecht, voor eigen rekening en risico, en [eiser] te veroordelen hier bewijs van te overleggen, op straffe van een dwangsom,
met veroordeling van [eiser] in de proceskosten met wettelijke rente.
3.4.
[eiser] voert verweer. Volgens [eiser] is de VvE niet ontvankelijk in haar vordering, omdat het besluit dat op 4 maart 2026 is genomen nietig, dan wel vernietigbaar is. De vordering kan overigens ook inhoudelijk niet slagen volgens [eiser]. De verdieping scheidende constructievloeren zijn bouwkundig onjuist aangelegd. Het gaat hier om een gemeenschappelijke zaak, waardoor dit gebrek voor rekening en risico van de VvE komt. [eiser] kan niet worden gehouden tot het treffen van maatregelen tot naleving van de in de splitsingsakte opgenomen geluidsnorm, voor zover het daaraan niet voldoen zijn oorzaak vindt in een gebrek aan een gemeenschappelijk deel waarvoor de VvE verantwoordelijk is.
3.5.
Voor het geval de eis in reconventie toch (deels) wordt toegewezen, vordert [eiser]:
veroordeling van de VvE om voordat een geluidsmeting plaatsvindt de verdieping scheidende constructievloer alsmede overige met de gemeenschappelijke gedeelten verbonden bouwkundige elementen die mogelijk invloed hebben op de geluidsisolatie, zoals verlaagde, niet-geïsoleerde plafonds, op zodanige wijze en op kosten van de VvE te herstellen dat het daarmee voor [eiser] mogelijk wordt aan de in de splitsingsakte en het Huishoudelijk Reglement gestelde norm van een geluidreductie van 10 dB te voldoen,
veroordeling van de VvE tot het realiseren van de hiertoe benodigde werkzaamheden op kosten van de VvE binnen 6 maanden na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom,
veroordeling van de VvE om de woning van [eiser] na uitvoering van de benodigde werkzaamheden terug te brengen in de huidige staat,
veroordeling van de VvE tot alle gevolgschade die [eiser] door bovengenoemde herstelwerkzaamheden lijdt, waar nodig nader op te maken bij staat,
met veroordeling van de VvE in alle proceskosten met wettelijke rente.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Inzage administratie
4.1.
[eiser] vordert volledige inzage in de administratie van de VvE. De VvE heeft aangevoerd dat [eiser] via de Convect-app reeds inzage heeft in alle (financiële) stukken van de VvE die voor een individuele appartementseigenaar van belang zijn. Volgens [eiser] is dat niet zo en hij wenst inzage te krijgen in (onder andere) correspondentie van de bestuursleden, met als doel ‘inzage te krijgen in wat nu eigenlijk ten grondslag ligt aan de opstelling van het bestuur inzake de kwestie omtrent vermeende geluidsoverlast veroorzaakt door [eiser] naar de ondergelegen woning’. Verder is [eiser] van mening dat er 4 januari 2024 een rapportage is opgemaakt door bestuurslid [naam 2] die in het bezit van het bestuur is. Ook hier wil [eiser] inzage in.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. De onderburen van [eiser] zeggen last te hebben van geluidsoverlast van zijn vloer en hebben gevraagd of de VvE hierop actie wil ondernemen. Dat de VvE vervolgens – gelet op de objectieve geluidsnorm in de splitsingsakte – heeft aangestuurd op een geluidsmeting om te bezien of de vloer van [eiser] aan de gestelde norm voldoet, is een normale gang van zaken. Wat “ten grondslag ligt” aan het handelen van het bestuur is daarmee een gegeven. De suggestie dat er méér of anders aan de hand zou zijn is op geen enkele wijze nader onderbouwd. Van enig belang bij het inzien van de correspondentie tussen de bestuursleden over deze kwestie is dan ook niet gebleken.
4.3.
Ten aanzien van het ‘rapport’ van 4 januari 2024 waarnaar [eiser] verwijst, heeft de VvE aangegeven dat dit niet bestaat. Bestuurslid [naam 2] is op 4 januari 2024 bij de onderburen van [eiser] binnen geweest en heeft met hen meegeluisterd of hij ook (contact)geluidsoverlast kon waarnemen. Volgens de VvE is dit alles wat er is gebeurd en is er geen rapportage of anderszins van dit bezoek opgemaakt. Dat dit anders zou zijn, heeft [eiser] niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. In een stuk dat niet bestaat, kan de VvE ook geen inzage verschaffen.
4.4.
Voor het overige is de vordering van [eiser] te onbepaald om toegewezen te kunnen worden. De vordering wordt daarom afgewezen.
Verklaring voor recht
4.5.
[eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat de verdieping scheidende constructievloer tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE – en derhalve niet tot de verantwoordelijkheid van [eiser] – behoort. De kantonrechter overweegt dat de constructie(vloer) vanzelfsprekend tot het gemeenschappelijke deel hoort. De VvE heeft ook erkend dat de constructievloer gemeenschappelijk is. [eiser] heeft daarom geen belang bij deze vordering en deze zal worden afgewezen.
De parketvloer
Ontvankelijkheid VvE
4.6.
Voor het instellen van een reconventionele vordering door de VvE is een machtiging van het bestuur vereist (zie ook ECLI:NL:GHAMS:2017:1448). Op de algemene ledenvergadering van 4 maart 2026 is besloten die machtiging aan het bestuur te verlenen. [eiser] is in de procedure 12137115 EA VERZ 26-314 opgekomen tegen dit besluit en heeft nietigverklaring, dan wel vernietiging daarvan verzocht.
4.7.
In de procedure 12137115 EA VERZ 26-314 is ook vandaag uitspraak gedaan. Het verzoek van [eiser] tot nietigverklaring/vernietiging van het besluit van de VvE is afgewezen. Dat betekent dat het besluit van 4 maart 2026 in stand blijft en dat de VvE ontvankelijk is in de vordering in reconventie.
Parketvloer voorzijde appartement
4.8.
Ten aanzien van de parketvloer aan de voorzijde van het appartement geldt dat die er al bijna 30 jaar ligt en alleen is opgeknapt in 2023. Dit in tegenstelling tot de parketvloer aan de achterzijde van het appartement die [eiser] zelf in 2023 heeft laten leggen.
4.9.
Als er sprake is van een onrechtmatige situatie, bijvoorbeeld een parketvloer die in strijd met de norm van de splitsingsakte is aangelegd, dan geldt op grond van artikel 3:306 BW voor het instellen van een rechtsvordering een verjaringstermijn van 20 jaar. Die verjaringstermijn begint te lopen op het moment dat de VvE en de andere eigenaren bekend waren of hadden kunnen zijn met de onrechtmatige situatie.
4.10.
Voor het geval de parketvloer aan de voorzijde van het appartement al sinds 1998 niet voldoet aan de norm van de splitsingsakte, heeft [eiser] onvoldoende voor het voetlicht gebracht wanneer de VvE dit wist of had kunnen weten. Het gaat hier immers om een privé-gedeelte, waar in beginsel alleen [eiser] en zijn rechtsvoorgangers toegang toe hebben. Omdat er vóór 2023 ook nooit klachten van de onderburen zijn ontvangen over (contact)geluidsoverlast, was er voor de VvE ook geen aanleiding om op een eerder moment onderzoek te doen naar de vloerafwerking in het appartement van [eiser]. Uit het dossier volgt niet exact hoe en wanneer de VvE op de hoogte is geraakt van het bestaan van de parketvloeren in het appartement van [eiser], maar in ieder geval zijn er geen aanwijzingen dat zij deze kennis al bezat voor de eerste klachten van de onderburen in september 2023. De verjaringstermijn van 20 jaar is daarom op zijn vroegst aangevangen in september 2023, zodat verjaring niet aan de orde is.
Voldoet de parketvloer aan de norm
4.11.
In de splitsingsakte van de VvE is expliciet bepaald dat het aanbrengen van harde vloerbedekkingen verboden is. Dit is alleen anders in het geval dat geschiedt met een zwevende vloer en de contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking een waarde bereikt van Ico = tien decibel of meer. Verder volgt uit de akte dat het aan de appartementsrechteigenaar is om aan te tonen dat voldaan wordt aan deze geluidsnorm.
4.12.
Volgens [eiser] heeft hij aangetoond dat zijn vloerbedekking voldoet aan de eis zoals opgenomen in de splitsingsakte. Hij verwijst daartoe naar een door hem overgelegde factuur ten aanzien van de aanleg van de parketvloer aan de achterzijde van het appartement en verklaringen van de vorige bewoners ten aanzien van de parketvloer aan de voorzijde van het appartement.
4.13.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de VvE terecht geen genoegen genomen met deze stukken. [eiser] heeft geen enkel stuk overgelegd waaruit objectief blijkt dat de norm uit de splitsingsakte niet wordt overschreden. Dat op de factuur van de vloer staat dat deze is gelegd ‘met een richtlijn van -10db’, is daarvoor onvoldoende. Ook de overgelegde verklaringen, waaruit volgt dat de parketvloer in de voorkamer ‘volgens de voorschriften’ is gelegd en dat daarbij ‘veel rekening is gehouden met mogelijke geluidsoverlast’ is onvoldoende bewijs dat de vloer voldoet aan de norm die is gegeven in de splitsingsakte. Vastgesteld moet worden dat er geen documenten zijn overgelegd waaruit ondubbelzinnig volgt dat de vloer daadwerkelijk zwevend is gelegd op zo een wijze dat de geluidsnorm daadwerkelijk wordt nageleefd. Evenmin is anderszins sprake van een meetrapport of objectieve meting waaruit blijkt dat de geluidsnorm daadwerkelijk wordt nageleefd. Zonder dergelijk bewijs kan niet worden vastgesteld dat de vloer voldoet aan de norm uit de splitsingsakte.
4.14.
De conclusie is dat [eiser] niet heeft aangetoond dat zijn vloerafwerking aan de geluidsnorm uit de splitsingsakte voldoet. Een vordering tot verwijdering van deze vloer zou dus voor toewijzing in aanmerking kunnen komen. De VvE heeft echter uiteengezet dat zij vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid niet direct wenst over te gaan tot verwijdering van de vloer, maar eerst door middel van een geluidsonderzoek vast wil stellen of de vloer daadwerkelijk niet aan de objectieve norm voldoet. Deze stapsgewijze aanpak komt de kantonrechter redelijk voor en de hiertoe ingestelde vorderingen komen voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde dwangsommen worden toegewezen als hierna bepaald.
4.15.
Het voorgaande wordt niet anders door eventuele tekortkomingen aan de constructievloer. Juist omdat bekend was dat de constructievloer geluid doorlatend kan zijn worden in de splitsingsakte eisen gesteld ten aanzien van een dekvloer. Hierbij is expliciet gekozen voor een verbod: de splitsingsakte verbiedt harde vloeren, tenzij wordt voldaan aan bepaalde objectieve (geluids)normen. Ook als het door de constructievloer lastiger is om te voldoen aan de geluidsnorm – zoals [eiser] stelt maar de VvE betwist – betekent dit niet dat de VvE verplicht is de constructievloer aan te passen om zo toch een harde dekvloer, die in principe verboden is, mogelijk te maken. De vorderingen van [eiser] die hierop zijn gericht (genoemd onder rechtsoverweging 3.5.) zijn daarom ook niet toewijsbaar.
Proceskosten
4.16.
[eiser] heeft zowel in conventie als in reconventie ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.17.
De proceskosten van de VvE worden in conventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
720,00
4.18.
De proceskosten van de VvE worden in reconventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
Totaal
€
576,00
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3.
veroordeelt [eiser] tot het verlenen van volledige en tijdige medewerking aan een onafhankelijk geluidsonderzoek en de daarvoor benodigde toegang tot zijn appartementsrecht, binnen twee maanden na betekening van dit vonnis,
5.4.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.3. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.5.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van het hiervoor onder 5.3. bedoelde geluidsonderzoek,
5.6.
veroordeelt [eiser] om, voor zover uit voornoemd geluidsonderzoek mocht blijken dat de vloerafwerking niet voldoet aan de norm in de splitsingsakte van de VvE (te weten een contactgeluidsisolatie van de kale vloer inclusief de vloerbedekking van Ico = tien decibel (10 dB) of meer), binnen twee maanden na gereedkoming van het onderzoeksrapport voor eigen rekening en risico dusdanige voorzieningen te treffen dat de vloerafwerking in zijn appartement alsnog aan de bedoelde norm voldoet, onder overlegging van bewijs aan de VvE,
5.7.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.6. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.8.
veroordeelt [eiser], voor zover hiervoor bedoelde voorzieningen niet mogelijk blijken te zijn, tot verwijdering en vervanging van de vloerafwerking in zijn appartementsrecht, voor eigen rekening en risico, onder overlegging van bewijs aan de VvE,
5.9.
veroordeelt [eiser] om aan de VvE een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de veroordeling onder 5.8. voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,
5.10.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
5.11.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.12.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.13.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.