Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:8604

2026-08-28 Bestuursrecht AMS 24/5032
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-08-28
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AMS 24/5032
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Sdu Nieuws Bestuursrecht 2026/189

Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift ten onrechte niet inhoudelijk behandeld. Al de bijzondere omstandigheden in samenhang bezien, maken dat de Svb de (beperkte) termijnoverschrijding niet aan eiser heeft kunnen tegenwerpen. Beroep gegrond.

Citeert (7)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.195 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: AMS 24/5032


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,


en


de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (de Svb),
(gemachtigde: mr. A.F.L.B. Metz).




Procesverloop


Op 20 juli 2023 heeft de Svb het AOW-pensioen van eiser herzien. Op 31 oktober 2023 heeft de Svb aan eiser een boete opgelegd en bepaald dat een bedrag aan te veel ontvangen AOW moet worden terugbetaald.



Met het bestreden besluit van 6 augustus 2024 heeft de Svb het bezwaar van eiser nietontvankelijk verklaard.



Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De Svb heeft gereageerd met een verweerschrift.



Partijen waren met bericht van verhindering niet op de zitting aanwezig.





Overwegingen

1. Op 20 juli 2023 heeft de Svb de hoogte van het AOW- pensioen van eiser aangepast omdat eiser sinds 1 maart 2015 in Colombia woont. Ook heeft de Svb op die datum een brief naar eiser gestuurd. Daarin staat dat hij te veel AOW heeft ontvangen en dat de Svb van plan is dit van hem terug te vragen. Verder staat in die brief dat de Svb van plan is eiser een boete op te leggen, omdat dat hij niet binnen zes weken melding heeft gemaakt van zijn verhuizing.

2. Op 11 september 2023 heeft de Svb het besluit van 20 juli 2023 ingetrokken.

3. Op 31 oktober 2023 heeft de Svb een bedrag van € 34.440,16 aan te veel ontvangen AOW van eiser teruggevorderd; ook heeft de Svb hem een boete van € 5.533,33 opgelegd.

4. Eiser heeft op 11 april 2024 gebeld met de Svb. Uit dat gesprek is gebleken dat eiser de besluiten van 20 juli 2023 en 31 oktober 2023 niet heeft ontvangen. Daarom heeft de Svb deze besluiten (en ook de besluiten van 11 september 2023 en 12 januari 2024) op 12 april


2024 nogmaals naar eiser opgestuurd. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb heeft dit bezwaar op 7 juni 2024 ontvangen.


5. Met het bestreden besluit van 6 augustus 2024 heeft de Svb het bezwaarschrift van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit te laat is ingediend. Het bezwaarschrift had uiterlijk voor 25 mei 2024 bij de Svb binnen moeten zijn. Eiser heeft het bezwaarschrift pas op 3 juni 2024 opgesteld. Dat sprake was van een feestdag op Aruba vlak na het overhandigen van het bezwaarschrift op het postkantoor is geen geldige reden om het bezwaar alsnog in behandeling te nemen. Ook het vermoeden van eiser dat het bezwaar nog enige tijd op het postkantoor heeft gelegen, doet hier niets aan af, aldus het bestreden besluit.



De standpunten van partijen



6. Eiser voert aan dat hij de besluiten van de Svb veel te laat heeft ontvangen en dat hij daardoor niet binnen zes weken bezwaar kon maken. Op Aruba wordt de post pas weken later bezorgd en daar kan eiser niets aan doen. Het is niet mogelijk om digitaal in contact te komen met de Svb; hij wordt steeds niet of slecht geholpen. Volgens de Svb op Aruba is het bijna niet mogelijk om binnen zes weken post naar Nederland te versturen. Eiser heeft de Svb vorig jaar gemeld dat hij permanent in Colombia was gaan wonen. Doordat de Svb het AOW-pensioen van eiser steeds verlaagde, kon hij daar steeds moeilijker van leven. Eiser stelt dat hij daarom weer op Aruba is gaan wonen.

7. De Svb stelt dat zij het bezwaarschrift van eiser tegen de besluiten van 20 juli 2023 en 31 oktober 2023 terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. Het besluit van 20 juli 2023 is met het besluit van 11 september 2023 ingetrokken. Het was daarom niet mogelijk om daar nog bezwaar tegen te maken. Dit is in het bestreden besluit niet onderkend en daarom is het bezwaar tegen beide beslissingen niet-ontvankelijk verklaard, vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Overigens heeft eiser geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 september 2023, terwijl hem op 12 april 2023 daarvan een afschrift is verstuurd. Wat betreft het besluit van 31 oktober 2023 blijft de Svb bij het standpunt zoals verwoord in het bestreden besluit.



Toetsingskader



8. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Het bestuursorgaan laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. In de rechtspraak zijn nieuwe uitgangspunten geformuleerd voor de beoordeling van termijnoverschrijdingen in bestuursrechtelijke procedures. bezwaarschrift terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. In het geval van een beroep op bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen moet een op het individuele geval gerichte, contextuele benadering worden gevolgd. Dit betekent dat alle omstandigheden van het geval in hun samenhang moeten



worden bezien. De rechtbank zal deze uitgangspunten hanteren bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van eiser.



8.1.
Bij bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, kan in de eerste plaats worden gedacht aan persoonlijke omstandigheden van de indiener zelf en in de tweede plaats aan externe omstandigheden die voor overbelasting en stress kunnen zorgen. Bij de vraag naar de toerekening kan aandacht worden besteed aan de hoedanigheid van de indiener, of deze zich heeft laten bijstaan door een rechtshulpverlener of andere derde, de omvang van de termijnoverschrijding, de partijconstellatie en de positie van het bestuursorgaan. Bij het bewijs van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen bestaat aanleiding voor een minder strikte benadering dan voorheen. Dit betekent onder meer dat aan de bewijsmiddelen en de daaraan te verbinden bewijskracht geen in de context van het geval onnodig hoge eisen mogen worden gesteld.



Beoordeling door de rechtbank




9. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken. Deze termijn begint nadat het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De Svb heeft de in overweging 4. genoemde besluiten op 12 april 2024 nogmaals naar eiser opgestuurd, nadat hij had gesteld deze niet te hebben ontvangen. Dit betekent dat eiser tot en met 24 mei 2024 tijdig bezwaar kon maken. De Svb heeft het bezwaarschrift op 7 juni 2024 ontvangen. Het bezwaarschrift en het poststempel op de envelop zijn gedateerd op 3 juni 2024. Daarom gaat de rechtbank er van uit dat het bezwaarschrift op 3 juni 2024 op de post is gedaan. De bezwaartermijn was op dat moment al tien dagen verstreken. Het te laat indienen van het bezwaarschrift is dus niet het gevolg van problemen met het versturen van post vanaf Aruba, maar van het pas na het verstrijken van de bezwaartermijn op de post doen van het bezwaarschrift.




9.1.
De rechtbank ziet echter aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De Svb heeft de in overweging 4. genoemde besluiten namelijk opnieuw verstuurd naar eiser, zonder toe te lichten of en vanaf wanneer een nieuwe bezwaartermijn ging lopen. Verweerder kon en mocht er niet zonder meer van uit gaan dat eiser hiermee wel bekend zou zijn, mede gelet op zijn vergevorderde leeftijd, het niet hebben van juridische bijstand en de veelheid aan correspondentie en besluiten, die het voor eiser niet overzichtelijker maakten. Eiser heeft ook om die reden diverse keren hierover contact gezocht met de Svb. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding bijzondere omstandigheden aan te nemen die in samenhang bezien maken dat de Svb de (beperkte) termijnoverschrijding niet aan eiser heeft kunnen tegenwerpen. Al deze omstandigheden tezamen maken dat het de Svb duidelijk had moeten zijn dat eiser tegen al de genoemde besluiten rechtsmiddelen had willen aanwenden. Binnen deze context bezien had de Svb het bezwaar van eiser tegen het (later ingetrokken) besluit van 20 juli 2023, moeten aanmerken als mede gericht tegen het besluit van 11 september 2023.




Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, omdat dit niet deugdelijk is gemotiveerd. Verweerder zal het bezwaar van eiser alsnog inhoudelijk




moeten behandelen. De rechtbank bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.


12. Omdat het beroep gegrond is, moet de Svb het door eiser betaalde griffierecht aan hem vergoeden. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:



verklaart beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit van 6 augustus 2024;


draagt het Uwv op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;


draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.





Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Delstra, rechter,
in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026.













griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.


Dit volgt uit artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.


Zie College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31, ECLI:NL:CBB:2024:32, ECLI:NL:CBB:2024:33, ECLI:NL:CBB:2024:34, bevestigd in Centrale Raad van Beroep 8 mei 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:932, ECLI:NL:CRVB:2024:935 en ECLI:NL:CRVB:2024:972.


Dit staat in artikel 6:7 van de Awb.


Met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb.