Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:7694
2026-07-16
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
12072695 \ CV FORM 26-1061
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Small claim. Eiser heeft via de website van Booking een accommodatie geboekt. Omdat zij bij het maken van de boeking een verkeerd e-mailadres heeft opgegeven, heeft zij de boekingsbevestiging niet ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat het verkeerd opgeven van het e-mailadres voor risico van eiser komt. Eiser was volgens de annuleringsvoorwaarden te laat om de boeking te annuleren, waardoor Booking geen geld terug hoeft te betalen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2023:835 Hoge Raad 02-06-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.545 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12072695 \ CV FORM 26-1061
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] (Spanje),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
BOOKING.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Booking,
zelf procederend.
De zaak in het kort
[eiser] heeft via de website van Booking een accommodatie geboekt. Omdat zij bij het maken van de boeking een verkeerd e-mailadres heeft opgegeven, heeft zij de boekingsbevestiging niet ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat het verkeerd opgeven van het e-mailadres voor risico van [eiser] komt. [eiser] was volgens de annuleringsvoorwaarden te laat om de boeking te annuleren, waardoor Booking geen geld terug hoeft te betalen.
1De procedure
1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV) heeft [eiser] door middel van het vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV, met bijlagen, een verzoek ingediend. Het verzoek is ontvangen op 2 januari 2026.
1.2.
Booking is in de gelegenheid gesteld te reageren door het antwoordformulier C als bedoeld in artikel 5 lid 3 EPGV in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. Booking heeft bij e-mail van 15 april 2026 een verweerschrift, met producties, ingediend.
1.3.
[eiser] heeft vervolgens bij e-mail van 30 april 2026 op het verweer gereageerd. Daarna heeft Booking bij brief van 15 mei 2026 op [eiser] gereageerd. De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Booking exploiteert een online reserveringsplatform ( [website] ) waarop accommodaties van verschillende accommodatiehouders (hierna: de aanbieder(s)) worden getoond. Klanten kunnen op de website van Booking, door gebruik te maken van de daarop aanwezige digitale faciliteiten, een accommodatie van die aanbieders boeken.
2.2.
Op de website van Booking is vermeld dat als een klant via Booking een accommodatie boekt, Booking algemene voorwaarden met de naam ‘servicevoorwaarden voor klanten’ hanteert (hierna: de algemene voorwaarden).
In artikel A8 lid 1 van die algemene voorwaarden staat dat Booking verantwoordelijk is voor het beheren van betalingen die door Booking georganiseerd worden. Als de aanbieder de kosten in rekening brengt, is de manier van betalen (bijvoorbeeld belasten creditcard) afhankelijk van de betalingsvoorwaarden van de aanbieder.
Artikel A9 lid 1 van de algemene voorwaarden staat dat door het maken van een boeking de toepasselijke voorwaarden zoals weergeven in het boekingsproces geaccepteerd worden. Daarnaast is bepaald dat de annuleringsvoorwaarden van de aanbieder(s) en eventuele andere voorwaarden op de website van Booking zijn vermeld.
In artikel A20 lid 1 van de algemene voorwaarden staat dat Nederlands recht van toepassing is, naast het Europese consumentenrecht.
2.3.
[eiser] heeft een Booking-account. Dit account is gekoppeld aan het emailadres ‘[emailadres 1]’.
2.4.
Op 11 januari 2024 heeft [eiser] via de website van Booking de accommodatie ‘[accomodatie]’ in Spanje geboekt, voor de periode van 14 tot 17 maart 2024 (hierna: de boeking). [eiser] heeft daarvoor € 399,09 betaald.
2.5.
Booking heeft bij e-mail van 11 januari 2024 een bevestiging van de boeking gestuurd. Die boekingsbevestiging is verstuurd naar het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’.
2.6.
[eiser] heeft op 12 maart 2024 telefonisch contact gehad met Booking. Tijdens dit contact heeft [eiser] verklaard dat zij die dag door de aanbieder per Whatsapp was benaderd, maar dat zij niet op de hoogte was van de boeking omdat zij geen boekingsbevestiging had ontvangen. Vervolgens heeft Booking het reserveringsnummer ([nummer]) aan [eiser] medegedeeld, waarna [eiser] om kosteloze annulering van de boeking heeft gevraagd. Daarnaast is diezelfde dag het aan de boeking gekoppelde e-mailadres op verzoek van [eiser] gewijzigd van ‘[emailadres 2][…]’ naar ‘[emailadres 1]’.
2.7.
De aanbieder heeft Booking op 12 maart 2024 geïnformeerd dat annulering mogelijk was, maar zonder terugbetaling.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[eiser] verzoekt, kort gezegd, Booking te veroordelen tot betaling van € 399,09, met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar verzoek ten grondslag dat de boekingsbevestiging naar een verkeerd e-mailadres is gestuurd. [eiser] heeft de bevestiging daardoor nooit ontvangen. Om die reden zijn de algemene voorwaarden niet van toepassing en moet Booking het betaalde bedrag terugbetalen, aldus steeds [eiser] .
3.3.
Booking voert verweer. Booking betoogt dat zij de bevestigingsmail heeft gestuurd aan het e-mailadres dat [eiser] bij het maken van de boeking heeft opgegeven. Booking hoeft daarom niets aan [eiser] (terug) te betalen, aldus Booking.
4De beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
Partijen zijn woonachtig, dan wel gevestigd, op het grondgebied van verschillende lidstaten van de Europese Unie, namelijk Spanje en Nederland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: Brussel I-bis).
4.2.
De grondslag van de vordering is dienstverlening, namelijk bemiddeling in huur en verhuur. Verder is [eiser] consument en Booking handelaar. [eiser] heeft ervoor gekozen om haar verzoek aan de Nederlandse rechter voor te leggen. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 Brussel I-bis is de Nederlandse rechter bevoegd omdat de gedaagde, Booking, haar vestigingsplaats in Amsterdam heeft.
Toepasselijk recht
4.3.
Daarnaast moet worden vastgesteld welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Dit wordt bepaald op grond van Verordening (EG) 593/2008 (hierna: Rome I), aangezien het gaat om een burgerlijk geschil en de in artikel 1 Rome I genoemde uitzonderingen niet van toepassing zijn.
4.4.
In artikel 6 lid 2 Rome I is bepaald dat bij consumentenovereenkomsten partijen een rechtskeuze kunnen afspreken, waarbij de consument echter niet de bescherming mag verliezen die hij wegens dwingend recht van zijn eigen lidstaat geniet. In artikel 20 van de algemene voorwaarden is voor Nederlands recht gekozen, waarbij ook is voldaan aan het vereiste dat [eiser] niet de bescherming verliest die zij aan het dwingend Spaans consumentenrecht kan ontlenen. Dit beding is dan ook niet als oneerlijk aan te merken. Dat betekent dat in beginsel het geschil naar Nederlands recht beoordeeld moet worden.
Het verzoek
4.5.
Tussen partijen is in geschil of Booking de kosten van de boeking aan [eiser] terug moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat Booking dit niet hoeft te doen. Dat wordt hierna uitgelegd.
Boekingsbevestiging
4.6.
Vast staat dat [eiser] op 11 januari 2024 via de website van Booking een accommodatie heeft geboekt. [eiser] heeft de boeking als consument gemaakt. Dit maakt dat sprake is van een overeenkomst op afstand. Voor zulke overeenkomsten bepaalt de wet onder andere dat de handelaar een bevestiging van de overeenkomst aan de consument moet verstrekken (artikel 6:230v lid 7 Burgerlijk Wetboek (BW)). Dit moet binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval voordat de dienst wordt uitgevoerd.
4.7.
Tussen partijen is niet in geschil dat Booking bij e-mail van 11 januari 2024 een boekingsbevestiging heeft gestuurd naar het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’. Wel is in geschil of [eiser] dit e-mailadres heeft opgegeven bij het maken van de boeking. Booking heeft ter onderbouwing van haar stelling, dat [eiser] dit emailadres heeft opgegeven, schermafbeeldingen uit haar reserveringssysteem overgelegd. Daarop is te zien dat de boeking is geregistreerd op het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’. [eiser] betwist dat zij dit e-mailadres tijdens de boeking heeft opgegeven, maar dat is door haar niet gemotiveerd of onderbouwd. Daarnaast blijkt nergens uit dat [eiser] bij het maken van de boeking, zoals zij aanvoert, gebruik heeft gemaakt van haar Booking-account. Dit maakt dat de kantonrechter tot de conclusie komt dat bij het maken van de boeking het emailadres ‘[emailadres 2][…]’ is opgegeven.
4.8.
Booking heeft de boekingsbevestiging naar het opgegeven e-mailaders verstuurd en heeft daarmee aan haar verplichting voldaan om een bevestiging van de boeking te versturen. Booking mocht er namelijk van uitgaan dat het opgegeven e-mailadres juist was en dat de boekingsbevestiging [eiser] , door verzending naar dat e-mailadres, zou bereiken. Dat dit niet gebeurd is doordat het opgegeven e-mailadres niet van [eiser] is, komt voor haar risico. Het is namelijk aan [eiser] om bij het maken van de boeking de juiste (adres)gegevens op te geven en dit heeft zij kennelijk verkeerd gedaan.
Algemene voorwaarden
4.9.
Daarnaast maakt de omstandigheid dat de boekingsbevestiging naar dit onjuiste emailadres gestuurd is, niet dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de boeking. Nog daargelaten dat het voor risico van [eiser] komt dat de email met boekingsbevestiging haar niet heeft bereikt, heeft Booking op haar website duidelijk vermeld dat zij algemene voorwaarden hanteert. Die algemene voorwaarden kunnen zonder noemenswaardige inspanning op of via haar website gevonden worden. Omdat Booking moet worden gezien als een dienstverrichter, heeft zij de algemene voorwaarden daarmee op afdoende wijze aan [eiser] verstrekt (artikel 6:230c aanhef en onder 3 BW, zie ook Hoge Raad 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:835).
4.10.
De algemene voorwaarden zijn dus op de overeenkomst van toepassing, net zoals de annuleringsvoorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de boeking op 12 maart 2024 op grond van de annuleringsvoorwaarden niet meer kosteloos kon annuleren. Dit betekent dat [eiser] geen recht heeft op terugbetaling van het door haar betaalde bedrag. Om die reden wordt het verzoek van [eiser] afgewezen.
Bewijs van waarmerking
4.11.
[eiser] heeft verzocht om een Spaanstalig certificaat van de beslissing te verstrekken. Omdat het verzoek van [eiser] is afgewezen, ziet de kantonrechter daar geen aanleiding toe. Dit verzoek wordt om die reden afgewezen.
De proceskosten
4.12.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat Booking zonder gemachtigde procedeert, worden de proceskosten begroot op nihil.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van Booking begroot op nihil,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 16 juli 2026.
64813
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12072695 \ CV FORM 26-1061
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] (Spanje),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
BOOKING.COM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Booking,
zelf procederend.
De zaak in het kort
[eiser] heeft via de website van Booking een accommodatie geboekt. Omdat zij bij het maken van de boeking een verkeerd e-mailadres heeft opgegeven, heeft zij de boekingsbevestiging niet ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat het verkeerd opgeven van het e-mailadres voor risico van [eiser] komt. [eiser] was volgens de annuleringsvoorwaarden te laat om de boeking te annuleren, waardoor Booking geen geld terug hoeft te betalen.
1De procedure
1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV) heeft [eiser] door middel van het vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV, met bijlagen, een verzoek ingediend. Het verzoek is ontvangen op 2 januari 2026.
1.2.
Booking is in de gelegenheid gesteld te reageren door het antwoordformulier C als bedoeld in artikel 5 lid 3 EPGV in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren. Booking heeft bij e-mail van 15 april 2026 een verweerschrift, met producties, ingediend.
1.3.
[eiser] heeft vervolgens bij e-mail van 30 april 2026 op het verweer gereageerd. Daarna heeft Booking bij brief van 15 mei 2026 op [eiser] gereageerd. De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Booking exploiteert een online reserveringsplatform ( [website] ) waarop accommodaties van verschillende accommodatiehouders (hierna: de aanbieder(s)) worden getoond. Klanten kunnen op de website van Booking, door gebruik te maken van de daarop aanwezige digitale faciliteiten, een accommodatie van die aanbieders boeken.
2.2.
Op de website van Booking is vermeld dat als een klant via Booking een accommodatie boekt, Booking algemene voorwaarden met de naam ‘servicevoorwaarden voor klanten’ hanteert (hierna: de algemene voorwaarden).
In artikel A8 lid 1 van die algemene voorwaarden staat dat Booking verantwoordelijk is voor het beheren van betalingen die door Booking georganiseerd worden. Als de aanbieder de kosten in rekening brengt, is de manier van betalen (bijvoorbeeld belasten creditcard) afhankelijk van de betalingsvoorwaarden van de aanbieder.
Artikel A9 lid 1 van de algemene voorwaarden staat dat door het maken van een boeking de toepasselijke voorwaarden zoals weergeven in het boekingsproces geaccepteerd worden. Daarnaast is bepaald dat de annuleringsvoorwaarden van de aanbieder(s) en eventuele andere voorwaarden op de website van Booking zijn vermeld.
In artikel A20 lid 1 van de algemene voorwaarden staat dat Nederlands recht van toepassing is, naast het Europese consumentenrecht.
2.3.
[eiser] heeft een Booking-account. Dit account is gekoppeld aan het emailadres ‘[emailadres 1]’.
2.4.
Op 11 januari 2024 heeft [eiser] via de website van Booking de accommodatie ‘[accomodatie]’ in Spanje geboekt, voor de periode van 14 tot 17 maart 2024 (hierna: de boeking). [eiser] heeft daarvoor € 399,09 betaald.
2.5.
Booking heeft bij e-mail van 11 januari 2024 een bevestiging van de boeking gestuurd. Die boekingsbevestiging is verstuurd naar het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’.
2.6.
[eiser] heeft op 12 maart 2024 telefonisch contact gehad met Booking. Tijdens dit contact heeft [eiser] verklaard dat zij die dag door de aanbieder per Whatsapp was benaderd, maar dat zij niet op de hoogte was van de boeking omdat zij geen boekingsbevestiging had ontvangen. Vervolgens heeft Booking het reserveringsnummer ([nummer]) aan [eiser] medegedeeld, waarna [eiser] om kosteloze annulering van de boeking heeft gevraagd. Daarnaast is diezelfde dag het aan de boeking gekoppelde e-mailadres op verzoek van [eiser] gewijzigd van ‘[emailadres 2][…]’ naar ‘[emailadres 1]’.
2.7.
De aanbieder heeft Booking op 12 maart 2024 geïnformeerd dat annulering mogelijk was, maar zonder terugbetaling.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[eiser] verzoekt, kort gezegd, Booking te veroordelen tot betaling van € 399,09, met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar verzoek ten grondslag dat de boekingsbevestiging naar een verkeerd e-mailadres is gestuurd. [eiser] heeft de bevestiging daardoor nooit ontvangen. Om die reden zijn de algemene voorwaarden niet van toepassing en moet Booking het betaalde bedrag terugbetalen, aldus steeds [eiser] .
3.3.
Booking voert verweer. Booking betoogt dat zij de bevestigingsmail heeft gestuurd aan het e-mailadres dat [eiser] bij het maken van de boeking heeft opgegeven. Booking hoeft daarom niets aan [eiser] (terug) te betalen, aldus Booking.
4De beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
Partijen zijn woonachtig, dan wel gevestigd, op het grondgebied van verschillende lidstaten van de Europese Unie, namelijk Spanje en Nederland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: Brussel I-bis).
4.2.
De grondslag van de vordering is dienstverlening, namelijk bemiddeling in huur en verhuur. Verder is [eiser] consument en Booking handelaar. [eiser] heeft ervoor gekozen om haar verzoek aan de Nederlandse rechter voor te leggen. Op grond van de hoofdregel van artikel 4 Brussel I-bis is de Nederlandse rechter bevoegd omdat de gedaagde, Booking, haar vestigingsplaats in Amsterdam heeft.
Toepasselijk recht
4.3.
Daarnaast moet worden vastgesteld welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Dit wordt bepaald op grond van Verordening (EG) 593/2008 (hierna: Rome I), aangezien het gaat om een burgerlijk geschil en de in artikel 1 Rome I genoemde uitzonderingen niet van toepassing zijn.
4.4.
In artikel 6 lid 2 Rome I is bepaald dat bij consumentenovereenkomsten partijen een rechtskeuze kunnen afspreken, waarbij de consument echter niet de bescherming mag verliezen die hij wegens dwingend recht van zijn eigen lidstaat geniet. In artikel 20 van de algemene voorwaarden is voor Nederlands recht gekozen, waarbij ook is voldaan aan het vereiste dat [eiser] niet de bescherming verliest die zij aan het dwingend Spaans consumentenrecht kan ontlenen. Dit beding is dan ook niet als oneerlijk aan te merken. Dat betekent dat in beginsel het geschil naar Nederlands recht beoordeeld moet worden.
Het verzoek
4.5.
Tussen partijen is in geschil of Booking de kosten van de boeking aan [eiser] terug moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat Booking dit niet hoeft te doen. Dat wordt hierna uitgelegd.
Boekingsbevestiging
4.6.
Vast staat dat [eiser] op 11 januari 2024 via de website van Booking een accommodatie heeft geboekt. [eiser] heeft de boeking als consument gemaakt. Dit maakt dat sprake is van een overeenkomst op afstand. Voor zulke overeenkomsten bepaalt de wet onder andere dat de handelaar een bevestiging van de overeenkomst aan de consument moet verstrekken (artikel 6:230v lid 7 Burgerlijk Wetboek (BW)). Dit moet binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst, maar in ieder geval voordat de dienst wordt uitgevoerd.
4.7.
Tussen partijen is niet in geschil dat Booking bij e-mail van 11 januari 2024 een boekingsbevestiging heeft gestuurd naar het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’. Wel is in geschil of [eiser] dit e-mailadres heeft opgegeven bij het maken van de boeking. Booking heeft ter onderbouwing van haar stelling, dat [eiser] dit emailadres heeft opgegeven, schermafbeeldingen uit haar reserveringssysteem overgelegd. Daarop is te zien dat de boeking is geregistreerd op het e-mailadres ‘[emailadres 2][…]’. [eiser] betwist dat zij dit e-mailadres tijdens de boeking heeft opgegeven, maar dat is door haar niet gemotiveerd of onderbouwd. Daarnaast blijkt nergens uit dat [eiser] bij het maken van de boeking, zoals zij aanvoert, gebruik heeft gemaakt van haar Booking-account. Dit maakt dat de kantonrechter tot de conclusie komt dat bij het maken van de boeking het emailadres ‘[emailadres 2][…]’ is opgegeven.
4.8.
Booking heeft de boekingsbevestiging naar het opgegeven e-mailaders verstuurd en heeft daarmee aan haar verplichting voldaan om een bevestiging van de boeking te versturen. Booking mocht er namelijk van uitgaan dat het opgegeven e-mailadres juist was en dat de boekingsbevestiging [eiser] , door verzending naar dat e-mailadres, zou bereiken. Dat dit niet gebeurd is doordat het opgegeven e-mailadres niet van [eiser] is, komt voor haar risico. Het is namelijk aan [eiser] om bij het maken van de boeking de juiste (adres)gegevens op te geven en dit heeft zij kennelijk verkeerd gedaan.
Algemene voorwaarden
4.9.
Daarnaast maakt de omstandigheid dat de boekingsbevestiging naar dit onjuiste emailadres gestuurd is, niet dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de boeking. Nog daargelaten dat het voor risico van [eiser] komt dat de email met boekingsbevestiging haar niet heeft bereikt, heeft Booking op haar website duidelijk vermeld dat zij algemene voorwaarden hanteert. Die algemene voorwaarden kunnen zonder noemenswaardige inspanning op of via haar website gevonden worden. Omdat Booking moet worden gezien als een dienstverrichter, heeft zij de algemene voorwaarden daarmee op afdoende wijze aan [eiser] verstrekt (artikel 6:230c aanhef en onder 3 BW, zie ook Hoge Raad 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:835).
4.10.
De algemene voorwaarden zijn dus op de overeenkomst van toepassing, net zoals de annuleringsvoorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de boeking op 12 maart 2024 op grond van de annuleringsvoorwaarden niet meer kosteloos kon annuleren. Dit betekent dat [eiser] geen recht heeft op terugbetaling van het door haar betaalde bedrag. Om die reden wordt het verzoek van [eiser] afgewezen.
Bewijs van waarmerking
4.11.
[eiser] heeft verzocht om een Spaanstalig certificaat van de beslissing te verstrekken. Omdat het verzoek van [eiser] is afgewezen, ziet de kantonrechter daar geen aanleiding toe. Dit verzoek wordt om die reden afgewezen.
De proceskosten
4.12.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat Booking zonder gemachtigde procedeert, worden de proceskosten begroot op nihil.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van Booking begroot op nihil,
5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. E.J. Otten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 16 juli 2026.
64813