Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:7576

2026-07-30 Civiel recht; Personen- en familierecht C/13/774935
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-07-30
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/774935
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

gezagsbeeindigende maatregel wordt op verzoek van de Raad toegewezen. Vader is veroordeeld wegens geweld tegen moeder, waarvan de kinderen getuige zijn geweest. Onder andere is aan de man als bijzondere voorwaarde een vijf jaar durend contactverbod oppgelegd. Contact met moeder over de kinderen is onmogelijk. Er is voldaan aan de eisen van 1:266 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (18.723 tekens)
beschikking



RECHTBANK AMSTERDAM




Afdeling privaatrecht



zaaknummer / rekestnummer: C/13/774935 / FA RK 25-6616




Beschikking van 30 juli 2026 betreffende wijziging van het gezag




in de zaak van:




de Raad voor de Kinderbescherming,locatie Amsterdam,gevestigd te Amsterdam,hierna te noemen: de Raad,



tegen




[de vader],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. S. Benayad te Amsterdam.



Als belanghebbende is aangemerkt:
- De moeder [de moeder], verblijvend op een geheim adres, hierna te noemen de moeder.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoek van de Raad en het rapport van de Raad met bijlagen, gedateerd 27 augustus 2025;


het bericht van de Raad van 9 september 2025 waarin het verzoek is aangepast met een toelichting;


het definitieve rapport van de Raad van 2 juli 2026.





1.2.

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. De kinderrechter heeft gelijktijdig het echtscheidingsverzoek van moeder met zaaknummer C/13/778952 / FA RK 25-8910 behandeld.
Verschenen zijn de vader en zijn advocaat, de advocaat van de moeder en mevrouw [naam], raadsmedewerker. De moeder heeft via de telefoon van haar advocaat de mondelinge behandeling bijgewoond.






2De feiten


2.1.
De ouders zijn gehuwd op 1 april 2014 te Diemen. De moeder heeft op 17 november 2025 het verzoek bij de rechtbank ingediend om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten.



2.2.
Tijdens het huwelijk zijn geboren:



[minderjarige 1],geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2018;



[minderjarige 2],geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020;



[minderjarige 3],geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2022.





2.3.
Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit.



2.4.

[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de moeder.



2.5.

Medio april 2025 heeft de moeder aangifte gedaan tegen de vader wegens poging tot doodslag. Vader is aangehouden en in voorlopige hechtenis gesteld naar aanleiding van de aangifte,
waarna Jeugdbescherming Regio Amsterdam betrokken is geraakt naar aanleiding van een tijdelijk huisverbod voor vader.




2.6.
Op 30 mei 2025 heeft de kort geding rechter een locatie- en contactverbod afgegeven voor de duur van een jaar waarbij vader zich niet mag begeven binnen de omgeving van de toenmalige woning van moeder en de basisschool van de kinderen en waarbij vader geen contact mag opnemen met moeder op straffe van een dwangsom en machtiging van moeder om de sterke arm daarbij te betrekken.



2.7.

Bij beschikking van de kinderrechter te Amsterdam van 5 juni 2025 heeft de kinderrechter
de vader geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag
over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van twee weken en het verzoek ten aanzien van het overige
aangehouden.




2.8.
De vader is per 6 juni 2025 in vrijheid gesteld na schorsing van zijn voorlopige hechtenis onder diverse voorwaarden, waaronder het dragen van een enkelband, zich houden aan locatie- en contactverbod en het meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek NIFP.



2.9.
Bij beschikking van 18 juni 2025 heeft deze rechtbank de beslissing zoals vastgelegd in de beschikking van 5 juni 2025 gehandhaafd en de vader geheel in de uitoefening van het ouderlijk gezag van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geschorst.



2.10.

Op 8 april 2026 is vader veroordeeld voor partnermishandeling, zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, hetgeen de mishandelingen richting moeder betreft. Dit is op 23 april 2026 onherroepelijkgeworden. De opgelegde straf is 300 dagen gevangenisstraf, waarvan 257 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar, welke tot 21 april 2031 duurt en een schadevergoeding van € 14.375. Vader heeft zijn gevangenisstraf uitgezeten van
28 april tot 6 juni 2026. De voorwaarden waar vader zich aan dient te houden tijdens de proeftijd zijn een
1) contactverbod met moeder, met uitzondering van contact in het belang
van de kinderen, wat door de reclassering getoetst zal worden met de
hulpverlenende instanties;
2) locatieverbod van een straal van 500 meter rond de basisschool van de
kinderen;
3) ambulante behandeling vader bij de Waag of een soortgelijke
zorgverlener;
4) meewerken aan het hulpverleningstraject gericht op het herstel van de
kinderen;
5) meldplicht bij reclassering en meewerken aan het reclasseringstraject.







3Standpunten



De Raad




3.1.
De Raad heeft de rechtbank, na wijziging van het verzoek, verzocht om het gezag van de vader over de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te beëindigen en dit als volgt toegelicht:




[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben in hun jonge levens al veel meegemaakt. Zij zijn herhaaldelijk getuige geweest van bedreigingen en geweld van vader richting moeder. De kinderen hebben hier schade door opgelopen. Hiermee heeft vader misbruik gemaakt van zijn gezag en niet in het belang van de kinderen gehandeld. Sinds een jaar is er geen contact meer tussen de kinderen en vader. Ook moeder


heeft geen contact meer met vader. Eerst verbleven moeder en de kinderen in een Blijf huis en nu op een geheim adres. Er is meer rust gekomen en de kinderen komen toe aan verwerking van de traumatische gebeurtenissen, mede door begeleiding vanuit hulpverlening. Moeder kan de emoties van de kinderen goed opvangen en heeft het begeleiden van haar kinderen in de verwerking de


afgelopen tijd als hoofddoel in haar leven gehad. In de nabije toekomst is dat ook nog haar voornemen. In contact met hulpverlening mogen de kinderen aangeven of en wanneer ze behoefte hebben aan contact met vader. (…)


Vader is in de afgelopen periode veroordeeld voor de mishandelingen richting moeder en heeft een aantal weken in detentie gezeten. Dit heeft hij goed doorlopen. Daarnaast is hij gestart met behandeling bij de Waag, waar hij goed in contact is. Ook met reclassering is vader goed in contact. Vader houdt zich aan de voorwaarden en werkt mee aan de behandeling van in eerste instantie [minderjarige 1]


door een video boodschap aan te leveren. De Raad vindt dit positief en hoopt dat vader dit zal voortzetten. Het gezag van vader is sinds een jaar geschorst. In dat jaar is er veel besloten


genomen en toestemming gegeven over de kinderen m.b.t. hulpverlening en woonplek. Dit heeft moeder vanuit haar éénhoofdig gezag gedaan en dit is goed gegaan.. De komende jaren zal er nauwelijks tot geen contact zijn tussen ouders i.v.m. het contactverbod dat formeel loopt tot 21 april


2031. Dat houdt in dat wanneer er iets besloten moet worden of ergens toestemming voor nodig is, dit niet makkelijk via onderling contact tussen ouders kan. Daarmee wordt het lastig voor vader om zijn gezag uit te voeren. Daarbij komt dat vader in het verleden misbruik gemaakt heeft van zijn gezag door niet in het belang van de kinderen te handelen met het mishandelen van moeder. De narcistische persoonlijkheidsstoornis heeft hier een rol in gespeeld, vader is hier voor in behandeling, en lijkt goed mee te werken hier aan. Er kan echter nog niet gesteld worden dat het patroon van vader doorbroken is en dat vader zijn gezag weer zou kunnen uitoefenen over de kinderen zoals bedoeld volgens de wet. De Raad is er daarom nog niet gerust op dat de informatie over de kinderen waar vader binnen zijn gezag recht op zou hebben, geen gevaar meer op zou leveren voor de kinderen, of moeder.


Gezien de langer durende behandeling van vader en de tijd die de kinderen nodig hebben voor hun verwerking, behandeling en het weer opstarten van contact met hun vader, is het niet aannemelijk dat vader een langere tijd niet de zorg en opvoeding van de kinderen op zich zou kunnen nemen. Het toewerken naar een situatie waarin vader wel weer in staat zou zijn om zijn gezag uit te oefenen valt


niet binnen de voor de kinderen aanvaardbare termijn, gezien hun leeftijd.


Daarom ziet de Raad onvoldoende mogelijkheden om vader zijn gezag te behouden, en lijkt een gezagsbeëindiging passend in deze situatie. De Raad vindt het belangrijk te benadrukken dat het wel of niet hebben van gezag van vader niet iets zegt over het contact van de kinderen met hun vader.


In lijn met de behandeling wordt het tempo van de kinderen gevolgd in wanneer zij hun vader weer zullen zien of spreken. Om een volledig beeld te krijgen van hun vader, moedigt de Raad contact tussen de kinderen en vader aan, mits het veilig voor hen is en er wordt afgestemd op hun individuele behoeften. De Raad ziet geen noodzaak voor een OTS voor de kinderen. Moeder is zich


bewust van de zorgbehoeftes van de kinderen en werkt actief mee aan hulpverlening en preventieve Jeugdbescherming. I. Er is een gezagsbeëindigende maatregel nodig voor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], om


de volgende redenen:





• Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], omdat zij gedurende een langere periode in hun jonge levens getuige zijn geweest van (zware) mishandelingen van vader richting moeder. De gedragingen vanuit vader heeft daarmee voor psychische schade bij de


kinderen gezorgd. De kinderen hebben hier nu nog last van en zijn in behandeling voor het verwerken van de traumatische gebeurtenissen. Dit is nu mogelijk, omdat er rust in de leefsituatie is en geen contact met vader. Moeder kan de emoties en de verwerking ervan bij de kinderen goed


opvangen en heeft hier de volle aandacht voor. Om moeder hier in veerkrachtig te houden, is geen contact met vader noodzakelijk, waardoor samenwerken in de opvoeding en gezamenlijk gezag uitvoeren niet mogelijk is. De kinderen verblijven met moeder op een geheime locatie voor vader. Ook voor een informatieregeling bestaat op dit moment geen ruimte, aldus de Raad.

• De vader van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] binnen een voor [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aanvaardbare termijn te dragen, doordat het niet mogelijk is met moeder samen te werken in het gezag wegens het contactverbod dat vader heeft, de behandeling van vader nog langer moet plaatsvinden om het patroon van mentaal en fysiek geweld te doorbreken en het nog lange tijd kan duren voordat er gewerkt zal worden aan contactherstel tussen de kinderen en vader. Dit valt niet binnen de aanvaardbare termijn voor de kinderen, gezien hun leeftijd. De Raad heeft nagedacht over een langer lopende ondertoezichtstelling in plaats van gezagsbeëindiding, maar dit lijkt in deze situatie niet wenselijk en niet haalbaar. Een ondertoezichtstelling is bedoeld voor een zo kort mogelijke termijn, wat hier niet aan de orde is. Daarnaast wordt er een vorm van samenwerking tussen gezaghebbende ouders in verwacht, hetgeen niet mogelijk is de komende jaren.





De moeder





3.2.
Moeder heeft toegelicht dat zij zich kan vinden in de conclusie van de Raad. Er kan geen contact zijn tussen de ouders, een gezamenlijk gezag is niet uitvoerbaar, aldus de moeder.



De vader





3.3.
Vader ziet liever niet dat hij zijn positie als gezaghebbende ouder verliest, voortzetting daarvan zou hem wat houvast geven in de komende periode, maar hij begrijpt ook dat het heel ingewikkeld zal zijn om het gezamenlijk gezag in stand te houden terwijl er een contactverbod is afgegeven van vijf jaren. Vader wil t naar voren brengen dat hij hoopt dat er op termijn sprake kan zijn van contactherstel met de kinderen, waarbij hij ook aandacht vraagt voor de situatie dat zijn ouders de kleinkinderen ook heel graag zouden zien. Misschien heel laagdrempelig, door bijvoorbeeld een videoboodschap of foto. Als het gezag wordt beëindigd, kan de vader zelf geen informatie meer opvragen. Vader wenst graag informatie te krijgen, of een foto van de kinderen of iets dergelijks, zodat hij de ontwikkeling van de kinderen toch nog op de een of andere manier wel kan volgen. Vader staat onder behandeling van De Waag en vindt het, hoe droevig ook, wel zinvol. Hij leert veel dingen over zichzelf en hij krijgt therapie. De basis van zijn trauma wordt nu behandeld en de behandeling verandert hem, het helpt de vader enorm.





4De beoordeling


4.1.
De rechtbank kan op grond van lid 1 van artikel 1:266 Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder op grond van artikel 1:266 BW beëindigen indien:



een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of


de ouder het gezag misbruikt





4.2.
De rechtbank stelt voorop dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarige kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.



4.3.
De rechtbank is van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266 eerste lid onder a BW is voldaan en wijst het verzoek van de Raad tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader toe. De rechtbank licht hierna toe waarom zij deze beslissing neemt. Uit de stukken en uit dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van de kinderen doordat de vader onherroepelijk is veroordeeld wegens partnermishandeling, zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, hetgeen mishandelingen richting moeder betreft. De kinderen zijn hiervan getuige geweest en zijn in behandeling, net als de moeder, voor het verwerken van de traumatische gebeurtenissen. De impact op de kinderen is groot en schadelijk voor hun ontwikkeling. Vader heeft onder meer als bijzondere voorwaarde een contactverbod van vijf jaren opgelegd gekregen waardoor er geen sprake kan zijn van enig contact dan wel samenwerking met moeder. De rechtbank ziet in dat vader stappen onderneemt om zich te ontwikkelen en te werken aan zijn eigen trauma, maar dit is onvoldoende in de huidige situatie om een andere beslissing te nemen. Vader is naar het oordeel van de rechtbank gezien al het voorgaande niet in staat de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een voor de ontwikkeling van de minderjarigen aanvaardbaar te achten termijn. Dit belemmert de moeder in ernstige mate bij het nemen van gezagsbeslissingen. De verwachting is ook niet dat hier op korte termijn verandering in komt. De rechtbank acht het daarom met de Raad in het belang van de kinderen -om verdere ernstige bedreiging van hun ontwikkeling te voorkomen- dat de moeder voortaan alleen gezagsbeslissingen over de kinderen kan nemen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de vader toewijzen.



4.4.
Het voorgaande laat onverlet dat de vader altijd vader zal blijven van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3].





5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
beëindigt het ouderlijk gezag van vader, [de vader], geboren [geboortedag 4] 1982 te [geboorteplaats 4],


over



de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voornoemd;




5.2.
belast de moeder, [de moeder], geboren [geboortedag 5] 1984, met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voornoemd;



5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.



Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A.B. Sluijs, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van den Berg, griffier, op 30 juli 2026.




Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.