Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:7177

2026-01-08 Civiel recht; Ondernemingsrecht C/13/772209
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-08
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/13/772209
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontslag van het bestuur van een stichting die onder meer de instandhouding van een moskee tot doel heeft. In de statuten van de stichting zijn aan de donateursvergadering een aantal bevoegdheden toegekend, die onder meer zien op de benoeming en het ontslag van het bestuur van de stichting. De donateursvergadering is niet in de gelegenheid gesteld om die bevoegdheden uit te oefenen, zodat er in strijd met de statuten is gehandeld. Ook is de administratie niet in overeenstemming met de wettelijke en statutaire verplichtingen. De rechtbank stelt een bestuurder aan die overeenkomstig de statuten in een nieuw bestuur kan voorzien.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (36.066 tekens)
RECHTBANK Amsterdam


Civiel recht



Zaaknummer / rekestnummer: C/13/772209 / HA RK 25-220




Beschikking van
8
januari 2026




in de zaak van





1 [verzoeker 1] ,

te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker 1] ,
2. [verzoeker 2],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker 2] ,3. [verzoeker 3],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker 3] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: verzoekers,
advocaat: mr. H.F.C. Hoogendoorn,



tegen





1 [verweerder 1] ,

te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder 1] ,

2. [verweerder 2],

hierna te noemen: [verweerder 2] ,
te [woonplaats] ,

3. [verweerder 3],

hierna te noemen: [verweerder 3] ,
te [woonplaats] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: de bestuurders,
advocaat: mr. Y. Ersoy,
en, als belanghebbende




STICHTING MOSKEE “BADR”,
te Amsterdam,
belanghebbende,
hierna te noemen: de stichting









1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ontvangen op 10 juli 2025, met producties 1 tot en met 6,
- de beschikking van 28 augustus 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 november 2025 en de daarin genoemde stukken,
- het bericht van de rechtbank van 5 december 2025, waarin op 15 januari 2026 beschikking is bepaald,
- de akte van verzoekers met een incidenteel verzoek om voorlopige voorzieningen, ontvangen op 17 december 2025, met producties 1 en 2,
- het verweer van de bestuurders daartegen, met een productie.



1.2.
De beschikking was aanvankelijk bepaald op 15 januari 2026. Naar aanleiding van het incidentele verzoek en het hiertegen gevoerde verweer, heeft de rechtbank partijen op 29 december 2025 bericht dat de beschikking al op 8 januari 2026 zal worden gegeven.





2De feiten


2.1.
Het gaat in deze zaak om een stichting die een moskee in stand houdt. Volgens de statuten heeft de stichting onder meer tot doel het bevorderen en beoefenen van de beginselen van de islam en meer in het bijzonder de instandhouding van de Moskee Badr in Amsterdam.



2.2.
De stichting verkrijgt haar vermogen grotendeels van donateurs, veel moskeebezoekers doneren in contant geld. De stichting houdt een donateursregister bij. Daarin wordt aangetekend wanneer, en voor welk bedrag de desbetreffende donateur een donatie heeft gedaan (artikel 3a van de statuten). Vaste donateurs die gedurende een onafgebroken periode van vijf jaar hebben bijgedragen, mogen deelnemen aan de donateursvergadering.



2.3.
De donateursvergadering heeft bepaalde bevoegdheden binnen de stichting. Zo heeft de algemene donateursvergadering een rol bij de benoeming van het bestuur van de stichting (artikel 4 lid 2 van de statuten, zie hierna) en kan op een daarvoor belegde bijzondere donateursvergadering worden besloten tot het ontslag van één of meerdere bestuursleden (artikel 4 lid 6 van de statuten, zie hierna). De voorafgaande goedkeuring van een bijzondere donateursvergadering is verder vereist voor een besluit tot statutenwijziging en een besluit tot ontbinding van de stichting.



2.4.
Over het bestuur van de stichting, bepalen de statuten onder meer:



‘
Bestuur


Artikel 4





De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit ten minste drie en ten hoogste zeven personen.




De benoeming van de bestuursleden geschiedt door het bestuur uit een bindende voordracht opgesteld door een benoemingscommissie bestaande uit elf (11) donateurs van de Stichting Moskee “Badr”.





Een persoon kan door de commissie slechts als bestuurslid worden voorgedragen indien deze de meerderheid van de stemmen van de benoemingscommissie op zich heeft verenigd.


De aanstelling van de benoemingscommissie vindt plaats tijdens een algemene donateursvergadering. De verdere werkwijze en de wijze van samenstelling van deze benoemingscommissie worden geregeld bij afzonderlijk door het bestuur vast te stellen huishoudelijk reglement.


3. Een bestuurder treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af (…)

Een aftredende bestuurder is terstond herbenoembaar.


(..)
Een bestuurder kan te allen tijde door een besluit genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen door alle andere bestuurders worden ontslagen of geschorst. (..)
Voorts kan een bestuurder worden ontslagen door een besluit van de donateurs die gedurende een onafgebroken periode van vijf jaren voorafgaand aan het besluit tot ontslag jaarlijks een donatie hebben gedaan van welke donatie blijkt uit het registers van donateurs.


Dit besluit kan slechts worden genomen in een speciaal daarvoor belegde donateursvergadering met een meerderheid van zestig procent (60%) van de uitgebrachte stemmen, docht niet nadat aan het betrokken bestuurslid de gelegenheid is geboden om zich in een vergadering te verantwoorden.’




2.5.
Verder staat in de statuten, voor zover van belang:



‘
Financieel beleid en jaarverslag


Artikel 8


(…)


3. Jaarlijks, binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar stelt de secretaris van het bestuur een verslag op over de werkzaamheden van de stichting gedurende het afgelopen boekjaar, welk verslag wordt overlegd aan het bestuur.


4. Uiterlijk in de vergadering voor één augustus van ieder jaar wordt de jaarrekening over het afgelopen boekjaar vastgesteld.


(..)


6. Uiterlijk in de vergadering vóór één september van ieder jaar wordt door het bestuur een begroting van ontvangsten en uitgaven voor het volgende boekjaar opgemaakt.’





2.6.
Uit een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat:



[verweerder 1] als bestuurder is geregistreerd sinds [datum 1] ( [functie 1] );



[verweerder 2] als bestuurder is geregistreerd is sinds [datum 2] ( [functie 2] );



[verweerder 3] als bestuurder is geregistreerd is sinds [datum 3] ( [functie 3] ).





2.7.
Verzoekers hebben op 13 mei 2025 aan de bestuurders laten weten dat zij op 25 mei 2025 een donateursvergadering bijeen willen roepen, om daar over het ontslag van de voorzitter te beslissen.



2.8.
De bestuurders hebben hier niet op gereageerd. Wel hebben zij op 22 mei 2025 in de moskee onder meer via posters medegedeeld dat het voor donateurs of andere individuen niet is toegestaan om binnen de moskee bijeenkomsten, vergaderingen of andere soortgelijke activiteiten te organiseren.



2.9.
Verzoekers hebben zich vervolgens tot hun advocaat gewend, die de bestuurders bij brief van 4 juni 2025 ook om informatie en om afschriften van stukken heeft gevraagd. Onder meer is de bestuurders gevraagd om:
- informatie over de oproeping, agendering en verslaglegging van bestuursvergaderingen in de afgelopen zeven jaar;
- verslagen, jaarrekeningen en begrotingen van de afgelopen zeven jaar;
- een recente balans, winst- en verliesrekening en een kopie van de kasadministratie; en
- een afschrift van het donateursregister.



2.10.
Op 19 juli 2025 heeft [verweerder 1] namens de bestuurders in een e-mailbericht geantwoord dat op 11 juni 2025 schriftelijk is gereageerd op de brief van 4 juni 2025, maar dat de aangetekende brief volgens zijn informatie niet is opgehaald.



2.11.
Op dit bericht is per e-mail van 21 juli 2025 gereageerd dat er geen aangetekende brief is ontvangen en wordt verzocht deze brief per e-mail na te sturen.



2.12.
Op 22 september 2025 hebben verzoekers laten weten dat deze brief nog steeds niet is ontvangen.



2.13.
Op 2 november 2025 hebben de bestuurders een donateursvergadering bijeengeroepen.



2.14.
Nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, hebben de bestuurders opnieuw een donateursvergadering bijeengeroepen op 11 januari 2026. Op de agenda van die vergadering staat onder meer de benoeming van een nieuw bestuur.





3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoekers] verzoeken de rechtbank – samengevat – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,



om bij wijze van voorlopige voorziening





de bestuurders te verbieden om tijdens deze procedure zonder toestemming van de rechtbank nieuwe bestuursleden te benoemen en/of huidige bestuursleden te ontslaan en/of de statuten te wijzigen en/of nieuwe (grote) verbintenissen en overeenkomsten aan te gaan, waaronder mede begrepen bouw- en renovatieprojecten;


een nader te bepalen boekhouder als deskundige aan te stellen;





en bij eindbeschikking





de bestuurders te ontslaan;


drie nieuwe bestuurders aan te stellen.





3.2.

Aan het verzoek hebben [verzoekers] het volgende ten grondslag gelegd.
De bestuurders handelen in strijd met de statuten, omdat de (her)benoeming en aftreding van de bestuursleden niet volgens de voorgeschreven statutaire wijze is verlopen en bovendien het recht om een donateursvergadering te initiëren niet wordt gerespecteerd. Zij menen dat de donateurs worden gepasseerd door het bestuur. Het bestuur voldoet ook verder niet aan wettelijke en statutaire verplichtingen die voor haar gelden, zoals het opstellen van een verslag en een jaarrekening. De actuele (financiële) rechten en verplichtingen van de stichting zijn voor de donateurs niet vast te stellen. Er is geen inzicht in de vermogenspositie van de stichting en de kasadministratie is ondeugdelijk. Aldus heeft het bestuur volgens verzoekers haar taak verwaarloosd en/of zijn er andere gewichtige redenen waarom de bestuurders moeten worden ontslagen.




3.3.
Op 17 december 2025 hebben verzoekers in een incidenteel verzoek voorts – samengevat – verzocht om bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, met onmiddellijke ingang en hangende het onderzoek:


de bestuurders onmiddellijk te schorsen als bestuurder van de stichting;


de bestuurders te verbieden om de aangekondigde donateursvergadering op 11 januari 2025 en/of voor het moment van het wijzen van een beschikking in de hoofdzaak door de rechtbank te laten plaatsvinden en te gebieden aan te kondigen dat de donateursvergadering wordt uitgesteld, op straffe van een dwangsom;


elke andere voorziening te treffen die de rechtbank passend en/of geboden acht;


de bestuurders te veroordelen in de kosten van het incident.





3.4.
Aan dit verzoek hebben verzoekers ten grondslag gelegd dat de bestuurders na het bepalen van een datum voor de beschikking en in weerwil van de mededeling van de rechtbank dat zij ervan uitgaat dat het bestuur gedurende de uitspraaktermijn geen ingrijpende wijzigingen zal doorvoeren binnen de stichting, ingrijpende veranderingen willen doorvoeren.



3.5.
De bestuurders voeren verweer tegen alle verzoeken.





4De beoordeling


4.1.
In deze zaak ligt een verzoek tot ontslag van de bestuurders voor en wordt verder gevraagd om een aantal voorlopige voorzieningen te treffen zolang nog niet op dat verzoek is beslist. Voordat de rechtbank inhoudelijk op de zaak kan ingaan, moet zij beoordelen of de verzoekers ontvankelijk zijn in hun ontslagverzoek. De bestuurders hebben namelijk als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat verzoekers hierin niet-ontvankelijk zijn, omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn in de zin van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek (BW).



Ontvankelijkheid verzoekers





4.2.
Wie in een concreet geval als belanghebbende kan worden aangemerkt, moet worden afgeleid uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen. Bij de beantwoording van de vraag of iemand belanghebbende is, zal een rol spelen in hoeverre de betreffende persoon door de uitkomst van de procedure in een eigen belang kan worden getroffen of in hoeverre deze persoon anderszins zo nauw betrokken is bij het onderwerp van de procedure dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen (zie HR 12 oktober 2018, ECLI: NL:HR:2018:1900).



4.3.
De bestuurders hebben aangevoerd dat verzoekers niet voldoende nauw zijn betrokken met het onderwerp waarop het verzoek betrekking heeft. Het enkele feit dat verzoekers donateur zouden zijn is volgens de bestuurders onvoldoende om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.



4.4.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Niet in geschil is dat verzoekers alle drie al jaren vaste moskeebezoekers zijn en ook donateur. Ter zitting is wel betwist dat verzoekers meer dan vijf jaar donateur zijn en of zij deel mogen nemen aan de donateursvergadering (zie nummer 2.3). Daarop heeft [verzoeker 2] verklaard sinds 1993 donateur te zijn, [verzoeker 3] sinds 2015 en [verzoeker 1] sinds juli 2020. De bestuurders hebben dit niet nader weersproken, terwijl zij over een donateursregister beschikken dat hier informatie over bevat. Voor zover dat relevant is voor de ontvankelijkheid, staat daarom vast dat de drie verzoekers al meer dan vijf jaar vaste donateur zijn. Zij zijn op die wijze direct betrokken bij de stichting, die financieel in grote mate afhankelijk is van donaties van vaste bezoekers. De stichting heeft bovendien een speciaal orgaan in het leven geroepen (de donateursvergadering) om aan deze vaste donateurs bepaalde bevoegdheden toe te kennen, waaronder de bevoegdheid tot (indirecte) benoeming en ontslag van bestuursleden en een goedkeuringsrecht bij een besluit tot statutenwijziging. Dit onderstreept de belangrijke rol van donateurs binnen de stichting. Verder is de inzet van deze procedure mede dat het bestuur de bevoegdheden van de donateursvergadering schendt. Dit alles maakt dat verzoekers zijn aan te merken als belanghebbenden in deze procedure.


4.5.
Of verzoekers voor een bredere groep donateurs optreden, zoals zij stellen en ook hebben onderbouwd met een aantal stemformulieren en verklaringen van betrokkenheid, kan gelet op het voorgaande in het midden blijven. Daarom komt de rechtbank ook niet toe aan het bezwaar van de bestuurders dat zij nog schriftelijk op deze stukken willen reageren, omdat die stukken pas kort voor de zitting zijn gedeeld.



Toetsingskader ontslag





4.6.
De rechtbank kan dus overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van de verzochte ontslagen. De mogelijkheid van ontslag en schorsing van een bestuurder van een stichting is bij de rechter neergelegd, omdat een toezichthoudend orgaan op het bestuur veelal ontbreekt en in ieder geval niet bij wet is voorzien. Een bestuurder van een stichting kan worden ontslagen (i) wegens verwaarlozing van zijn taak, (ii) wegens andere gewichtige redenen, (iii) wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, of (iv) wegens het niet of niet behoorlijk vervullen aan een door de rechtbank of de voorzieningenrechter gegeven bevel (artikel 2:298 lid 1 BW). Bij de beoordeling van de verzoeken moet de rechtbank de nodige terughoudendheid in acht nemen, het is niet de bedoeling dat de rechter op de stoel van het bestuur plaatsneemt. Het ontslag van een bestuurder is een middel dat zwaar ingrijpt in de governance van de stichting en verstrekkende gevolgen heeft voor de bestuurder(s), mede gelet op het aan het ontslag verbonden bestuursverbod.



Niet bijeenroepen van de donateursvergadering





4.7.
Eén van de verwijten van verzoekers, is dat het bestuur de uitoefening van één van de kernbevoegdheden van de donateursvergadering verhindert. Vast staat dat verzoekers op 25 mei 2025 een donateursvergadering hebben willen beleggen waarin het ontslag van de bestuurders, althans van de voorzitter, wordt geagendeerd. De bestuurders hebben niet alleen geweigerd dit te faciliteren, maar zijn zelfs overgegaan tot het ophangen van posters in de moskee waarop is medegedeeld dat het voor donateurs of andere individuen niet was toegestaan om binnen de moskee bijeenkomsten, vergaderingen of andere soortgelijke activiteiten te organiseren (zie 2.7).



4.8.
Volgens verzoekers heeft het bestuur hiermee in strijd met de statuten gehandeld en blokkeert zij de bevoegdheid van de donateursvergadering om tot ontslag van het bestuur te besluiten.



4.9.
De bestuurders hebben deze gang van zaken niet weersproken, maar voeren aan dat verzoekers de donateursvergadering op een moment bijeen wilden roepen waarop een deel van het bestuur in het buitenland was en menen dat er persoonlijke en oneigenlijke redenen ten grondslag lagen aan de wens om de voorzitter te ontslaan.



4.10.
Naar het oordeel van de rechtbank neemt dit niet weg dat de bestuurders, in ieder geval zodra zij weer voltallig aanwezig waren en zich op de donateursvergadering konden verantwoorden (zie artikel 4 lid 6 van de statuten), gehouden waren een donateursvergadering bijeen te roepen. Dat is niet gebeurd. Integendeel, de bestuurders hebben zelfs aan de donateurs gecommuniceerd dat zij zich niet mogen verenigen. Zij is met dat handelen rechtstreeks ingegaan tegen de statutaire bevoegdheden van de donateursvergadering en heeft daarmee het evenwicht tussen (de bevoegdheden van de) organen van de stichting ernstig verstoord, te meer nu besluitvorming over haar eigen positie voorlag. Het is verder niet aan haar maar aan de donateursvergadering om te beoordelen of er oneigenlijke redenen ten grondslag lagen aan de agendering van het ontslag van de voorzitter van het bestuur.



4.11.
Dat er – na indiening van het verzoekschrift – uiteindelijk wel een donateursvergadering is georganiseerd, maakt dit alles niet ongedaan. Onweersproken is dat hiertoe slechts enkele dagen van te voren mondeling is opgeroepen, zonder aankondiging van het ontslag van de voorzitter als onderwerp van die vergadering.



4.12.
Het feit ten slotte dat de bestuurders na de mondelinge behandeling alsnog een donateursvergadering hebben aangekondigd voor de samenstelling van een nieuw bestuur, die vlak voor de eerder bepaalde uitspraakdatum moet plaatsvinden, rekent de rechtbank de bestuurders juist aan. De rechtbank heeft de bestuurders immers te kennen gegeven dat zij ervan uitgaat dat het bestuur gedurende de uitspraaktermijn geen ingrijpende wijzigingen zal doorvoeren binnen de stichting. Eén van de kernverwijten in deze zaak is bovendien dat het bestuur niet juist handelt als het gaat om de bijeenroeping, en de bevoegdheden van de donateursvergadering bij de benoeming en het ontslag van het bestuur. Verzoekers hebben betoogd dat bestuursbenoemingen in het verleden steeds onderling en in een kleine groep werden afgestemd (zie nummer 4.15 hierna), zonder de donateursvergadering hierin te kennen. De inzet van verzoekers met deze procedure is het ontslag van de bestuurders. Door de beslissing in deze zaak niet af te wachten en in weerwil van die verwijten alvast zelf over te gaan tot een (her)benoeming van het bestuur, doorkruist het bestuur op onaanvaardbare wijze de beslissingen in deze zaak. De rechtbank heeft in de mededelingen hierover door verzoekers, in hun incidentele verzoek, dan ook aanleiding gezien om eerder een eindbeschikking te wijzen (zie nummer 1.2).






Benoeming bestuurders niet in overeenstemming met de statuten





4.13.
Verzoekers hebben voorts gesteld dat de bestuurders niet conform de statuten op bindende voordracht door een op de donateursvergadering gekozen benoemingscommissie zijn benoemd. Hetzelfde geldt voor de herbenoeming. Conform de statuten eindigt de bestuurstermijn na vier jaar, waarna voor herbenoeming dezelfde benoemingsprocedure moet worden gevolgd. In geval van [verweerder 1] en [verweerder 2] is die procedure ook niet gevolgd bij de herbenoeming, aldus verzoekers.



4.14.
De bestuurders hebben dit weersproken en hebben aangevoerd dat zij steeds in overeenstemming met de statuten zijn benoemd en herbenoemd. Zij hebben daartoe gewezen op de notulen van een “vergadering van de adviescommissie van 26 december 2023”, waarbij zij voor het laatst zouden zijn benoemd.



4.15.
Verzoekers hebben echter gesteld dat dit gaat om een commissie die door het bestuur zelf is samengesteld, dat nergens uit volgt dat op een donateursvergadering een benoemingscommissie is aangesteld die een bindende voordracht heeft gedaan en dat als dit wel het geval was geweest, het op de weg van bestuurders had gelegen om dit met stukken te onderbouwen.



4.16.
De rechtbank volgt verzoekers hierin. Zij heeft [verweerder 1] er tijdens de zitting mee geconfronteerd dat de rechtbank op basis van het verstrekte stuk niet kan vaststellen dat het huidige bestuur rechtsgeldig is benoemd. [verweerder 1] heeft hierop geantwoord dat niet alle besluiten schriftelijk worden genomen, maar dat veel mondeling wordt beslist zodat hier geen stukken van zijn. De rechtbank kan dit niet verifiëren en laat het voor risico van de bestuurders dat zij daarmee niet hebben kunnen onderbouwen dat zij op een rechtsgeldige wijze zijn (her)benoemd. Zij constateert dat er verder ook geen bewijsaanbod is gedaan op dit punt.



4.17.
Dit leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet kan vaststellen dat de bestuurders rechtsgeldig zijn benoemd en dat het ervoor moet worden gehouden dat het bestuur met de (her)benoemingsbesluiten van [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] – die telkens op bindende voordracht van de benoemingscommissie moeten plaatsvinden – niet in overeenstemming met de statuten hebben gehandeld.



Administratie niet in overeenstemming met wettelijke en statutaire verplichtingen





4.18.
Verzoekers stellen tot slot dat de bestuurders niet de financiële huishouding voeren die zij op grond van de wet en statuten zouden moeten voeren. Zo moet het bestuur op grond van de statuten jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden maken, een jaarrekening opstellen en vaststellen en een begroting maken voor de ontvangsten en uitgaven voor het volgende jaar. Uit de beperkte financiële gegevens die de bestuurders voorafgaand aan de zitting hebben gedeeld, maken verzoekers op dat de gevoerde administratie hiermee niet in overeenstemming is en bovendien geen goed beeld geeft van de financiële situatie van de stichting.



4.19.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurders geen jaarrekening, jaarverslag of begroting hebben overgelegd. Hoewel het in deze zaak om een stichting van relatief beperkte omvang gaat, is het bestuur op grond van de statuten gehouden deze stukken op te stellen (zie nummer 2.5). Er zijn stukken overlegd die zij ‘jaarcijfers’ noemen, maar die niet als jaarrekening kwalificeren. De verstrekte administratie geeft bovendien geen duidelijk beeld van de financiën van de stichting, de actuele rechten en verplichtingen van de stichting zijn op grond hiervan niet vast te stellen. Zo ontbreekt bijvoorbeeld een balans met activa en passiva. Over 2022 is alleen een tabel overgelegd van een totaalsom aan verder niet gespecificeerde inkomsten en uitgaven per maand (en het daaruit voortvloeiende positieve verschil). Over 2023 en 2024 zijn wellicht iets meer gegevens overgelegd, maar ook voor die jaren geldt geen andere conclusie.



4.20.
Er is verder een zogenoemd ‘kasboek’ overgelegd, maar dit is slechts een overzicht waarop steeds per maand is vermeld welk totaalbedrag contant is binnengekomen en welk totaalbedrag contant is uitgegeven. De mutaties van de ontvangsten en uitgaven zijn daarop echter niet terug te vinden. Ook zijn er discrepanties tussen de uitgaven volgens het kasboek, de uitgaven volgens een specificatie behorende bij het kasboek en de contante uitgaven in de (over 2022, 2023 en 2024) overgelegde ‘jaarcijfers’. De rechtbank licht dit aan de hand van twee maanden toe. Zo bedroegen de contante uitgaven in september 2023:


volgens het kasboek: € 1.387,- ;


volgens de specificatie van uitgaven achter het kasboek: nihil;


volgens de ‘jaarcijfers’ € 4.959,-;


en bedroegen de uitgaven in december 2023:


volgens het kasboek € 2.637,-;


volgens de specificatie van uitgaven achter het kasboek nihil; en


volgens de ‘jaarcijfers’ € 6.137,-.





4.21.
De bestuurders hebben één en ander tijdens de zitting niet nader kunnen toelichten. [verweerder 1] heeft er slechts in algemene woorden op gewezen dat de penningsmeester zijn taak nauwgezet uitoefent. Op vragen van de rechtbank waarbij [verweerder 1] onder meer is gevraagd naar de discrepanties tussen de contante uitgaven in de verschillende documenten, heeft [verweerder 1] geantwoord dat alleen de penningmeester hier een toelichting op kan geven en dat het aanbod wordt gedaan dit na de zitting nog nader toe te lichten.



4.22.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Zij volgt verzoekers in hun standpunt dat de door het bestuur gevoerde administratie al van meet af aan een discussiepunt tussen partijen is geweest en dat verzoekers buitengerechtelijk meerdere keren om opheldering hebben gevraagd. Bovendien is het voeren van een behoorlijke administratie een kerntaak van het bestuur. Het gaat om een collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur, zodat behalve de penningmeester ook de overige bestuursleden hiervoor de volledige verantwoordelijkheid dragen en erop moeten toezien dat de administratie aan de wettelijke en statutaire eisen voldoet. Het had op de weg van verweerders gelegen om in het verweerschrift en uiterlijk op de zitting in het kader van hun verweer met voorhanden schriftelijke stukken te onderbouwen dat sprake is van een administratie die voldoet aan deze vereisten. Zij zouden immers over deze stukken moeten beschikken en hebben dan ook bepaalde documenten overgelegd. Die pleiten echter niet voor hun standpunt. Het zou in strijd met de goede procesorde zijn om de bestuurders, enkele vanwege het niet verschijnen van de penningmeester op de zitting, hiertoe nogmaals in de gelegenheid te stellen.



4.23.
De conclusie is dat de bestuurders in strijd hebben gehandeld met de statuten als het gaat om de plicht om jaarverslagen, jaarrekeningen en begrotingen op te maken. Zij hebben ook niet voldaan aan de op hen rustende wettelijke administratieverplichting van 2:10 BW. Zo ontbreekt in de administratie onder meer een balans en is de gevoerde administratie, voor zover de rechtbank is gebleken, niet zodanig dat daaruit de rechten en verplichtingen van de stichting blijken. Uit de verstrekte administratie komt bovendien een beeld naar voren waarbij in ieder geval de contante uitgaven niet goed zijn geadministreerd. Gelet op het feit dat er vanwege het grote aantal contante donaties veel contante gelden in de stichting omgaan is het, om misbruik te voorkomen, juist van belang dat de administratie op dit punt sluitend is.



Conclusie ontslag bestuurders





4.24.
Uit het bovenstaande vloeit voort dat de bestuurders op meerdere punten in strijd met de statuten en de wet hebben gehandeld, daarmee het evenwicht tussen (de bevoegdheden van de) organen van de stichting hebben verstoord en dat de door hen gevoerde administratie ernstig tekortschiet. Deze omstandigheden in hun onderlinge samenhang in aanmerking genomen zijn zodanig, dat zij tot het oordeel moeten leiden dat sprake is van ernstige taakverwaarlozing dan wel van gewichtige redenen die er toe moet(en) leiden dat zij als bestuurder van de stichting moeten worden ontslagen.



Bestuursverbod





4.25.
Artikel 2:298 lid 3 BW bepaalt dat een door de rechtbank ontslagen bestuurder gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder of commissaris van een stichting kan worden, tenzij de bestuurder geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Niet gesteld of gebleken is dat een disculpatiegrond als bedoeld in dit artikel zich hier voordoet. De rechtbank zal dan ook het bestuursverbod voor de duur van vijf jaren opleggen aan ieder van de bestuurders.



Benoeming nieuwe bestuurder





4.26.
Verzoekers hebben de rechtbank gevraagd om overeenkomstig artikel 2:299 BW drie nieuwe bestuurders aan te stellen. De rechtbank zal voorzien in het bestuur, omdat alle bestuurders worden ontslagen en de stichting niet overeenkomstig de statuten in een nieuw bestuur kan voorzien. Het is immers het bestuur dat een nieuwe bestuurder benoemt op bindende voordracht van de door de donateursvergadering gekozen benoemingscommissie.



4.27.
Tot uitgangspunt bij een benoeming als deze strekt dat de rechtbank daarbij voor zoveel mogelijk de statuten in acht neemt. Omdat partijen geen nieuwe bestuurders hebben aangedragen en de rechtbank onvoldoende zicht heeft op geschikte bestuurders voor een stichting die een moskee in stand houdt, zal de rechtbank één bestuurder benoemen die na diens aanstelling en in lijn met artikel 4 van de statuten onverwijld maatregelen kan treffen tot aanvulling van het aantal bestuurders tot drie in totaal.



4.28.
De rechtbank heeft hiertoe mr. G.C. Endedijk bereid gevonden. Zij gaat ervan uit dat deze bestuurder het voornoemde voor 1 juli 2026 gerealiseerd zal kunnen hebben. De rechtbank zal bepalen dat, in afwijking van artikel 4 lid 9 van de statuten, de kosten van de bestuurder tot en met 30 juni 2026 ten laste van de stichting gebracht kunnen worden. De kosten kunnen daarbij worden vastgesteld overeenkomstig de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling.



Voorlopige voorzieningen





4.29.
Bij de verzochte voorlopige voorzieningen zoals die in het verzoekschrift en in het incidenteel verzoek zijn gedaan, bestaat geen belang meer. Het verzoek tot ontslag van de bestuurders is in deze eindbeschikking toegewezen.



Proceskosten





4.30.
De bestuurders zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van verzoekers worden begroot op:









- griffierecht


€


331,00







- salaris advocaat


€


1.842,00


(3 punten × € 614,00)




- nakosten


€


178,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.351,00











4.31.
De rechtbank houdt bij de begroting van het salaris rekening met extra kosten voor het door verzoekers ingediende incidenteel verzoek. Hoewel de rechtbank met het wijzen van deze eindbeschikking niet tot het treffen van de verzochte voorlopige voorzieningen is overgegaan, kan zij verzoekers volgen in hun standpunt dat zij zich door de handelswijze van de bestuurders (zie nummer 4.12 hiervoor) genoodzaakt zagen tot het indienen van dit incidentele verzoek.



4.32.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.





5De beslissing


De rechtbank



5.1.
ontslaat [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] als bestuurders van de stichting;



5.2.
verstaat dat [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] voor de duur van vijf jaren met ingang van vandaag geen bestuurder of commissaris van een stichting kunnen worden;



5.3.
benoemt mr. G.C. Endedijk tot bestuurder van de stichting en bepaalt dat zijn kosten tot en met 30 juni 2026 op de wijze zoals in nummer 4.28 omschreven, ten laste van de stichting komen;



5.4.
veroordeelt [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.351,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de bestuurders niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.5.
bepaalt dat de griffier deze beschikking zodra deze onherroepelijk is geworden ter inschrijving zal aanbieden aan het handelsregister;



5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.F. de Groot, bijgestaan door mr. K.E. Beerlage, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.