Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:7117
2026-04-16
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11921826 CV EXPL 25-14104
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
effectenlease, vernietiging overeenkomst (1:89 BW)
Citeert (3)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 Gerechtshof Amsterdam 11-11-2025
- ECLI:NL:HR:2015:3018 Hoge Raad 09-10-2015
- ECLI:NL:HR:2017:936 Hoge Raad 19-05-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.936 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer 11921826 CV EXPL 25-14104
vonnis van de kantonrechter van 16 april 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 oktober 2025;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek;
de akte uitlating producties.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[naam] , hierna te noemen [naam] , heeft de volgende leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ondertekend met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:
Nr
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer]
11-10-2002
Verlenging WinstVerDriedubbelaar
2.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
11-10-2005
- € 3.468,29
ja
2.3.
Volgens opgave van Dexia heeft [naam] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 2.392,60 aan maandtermijnen en een bedrag van € 3.468.29 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [naam] € 1.040,44 aan dividenden ontvangen.
2.4.
[eiser] was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gehuwd met [naam] . [eiser] heeft [naam] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van deze overeenkomst.
2.5.
Bij brief van 9 november 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiser] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1:89 BW. Bij sommatiebrief van dezelfde datum is Dexia gesommeerd binnen veertien dagen tot terugbetaling over te gaan.
3De vorderingen en het verweer
3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat de onderhavige overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd en Dexia te veroordelen om al hetgeen door [naam] krachtens die overeenkomst aan Dexia is betaald, aan [eiser] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf veertien dagen na de sommatiebrief tot aan de dag der voldoening;
Dexia te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
Dexia betwist de vorderingen van [eiser] . Zij stelt zich op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiser] is verjaard.
3.3.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
4De beoordeling
volmacht
4.1.
Dexia, die kennelijk de bij dagvaarding overgelegde volmacht over het hoofd heeft gezien, voert aan dat Leaseproces niet gevolmachtigd is om namens [eiser] deze procedure te starten en dat daarom sprake is van een spookprocedure. Dit verweer, wat daar verder ook van zij, wordt verworpen omdat dit te laat, namelijk eerst bij de conclusie van dupliek is aangevoerd.
vernietiging
4.2.
Niet ter discussie staat dat de overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW is vernietigd.
beroep Dexia op verjaring vordering uit onverschuldigde betaling
4.3.
Dexia stelt dat de door [eiser] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard omdat Leaseproces niet gevolmachtigd was om namens [eiser] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiser] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
4.4.
[eiser] heeft bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. [eiser] verwijst daarbij op de opt-outverklaring uit 2007 en naar de brieven van Leaseproces uit 2009, 2012, 2016 en 2021 in het bijzonder naar de brieven van 24 januari 2012, 27 oktober 2016, 20 januari 2017 en 19 oktober 2021 (zie productie J bij conclusie van repliek) voor al haar cliënten (onder wie [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
4.5.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ) wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de brief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Daarna kan op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan. Voor een nadere onderbouwing van het voorgaande wordt verwezen naar de arresten van het hof Amsterdam onder andere van 11 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 en 3138). Uit die arresten volgt dat het niet relevant is of en op welke wijze Leaseproces voorafgaand aan de brief van 24 januari 2012 gevolmachtigd was en evenmin of Dexia in haar brief van 31 oktober 2016 de volmacht heeft betwist, zodat de stellingen van Dexia daarover geen bespreking behoeven. Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomst(en) reeds aanhangige collectieve procedure de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat hof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend heeft verklaard (zie Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018 en Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936). Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
de vorderingen van [eiser]
4.6. Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd, toewijsbaar is.
4.7.
Dexia dient aan [eiser] ter zake van de overeenkomst te betalen al hetgeen [naam] ter zake van de overeenkomst aan Dexia heeft betaald, verminderd met al hetgeen zij ter zake van deze overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet is weersproken. [eiser] heeft zijn vordering becijferd op € 4.820,45. Dexia heeft deze berekening als zodanig niet betwist, zodat ook de kantonrechter van dit bedrag uitgaat.
wettelijke rente en proceskosten
4.8. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, te weten 24 november 2005, zijnde het einde van de termijn genoemd in de sommatiebrief.
4.9.
De gevorderde wettelijke rente ter zake van de overeenkomst is toewijsbaar als volgt.
4.9.1.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald minus hetgeen van Dexia is ontvangen.
4.9.2.
Telkens indien na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald ter zake van deze overeenkomst, is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.
4.9.3.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van de voldoening van al hetgeen Dexia op grond van de hiervoor onder 4.7. bedoelde berekeningswijze verschuldigd is.
4.9.4.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.
4.10.
Dexia zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiser] gevallen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 720,00 (2.5 x tarief € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 1.098,47.
5De beslissing
5.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst is vernietigd,
5.2.
veroordeelt Dexia om aan [eiser] ter zake de overeenkomst een bedrag te betalen van € 4.820,45,
5.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomst op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 4.8. en 4.9. en volgende,
5.4.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 1.098,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
5.5.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
typ:
coll:
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Zaaknummer 11921826 CV EXPL 25-14104
vonnis van de kantonrechter van 16 april 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 8 oktober 2025;
de conclusie van antwoord;
de conclusie van repliek;
de conclusie van dupliek;
de akte uitlating producties.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[naam] , hierna te noemen [naam] , heeft de volgende leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ondertekend met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:
Nr
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
I.
[nummer]
11-10-2002
Verlenging WinstVerDriedubbelaar
2.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:
Nr.
Datum eindafrekening
Resultaat
Betaald
I.
11-10-2005
- € 3.468,29
ja
2.3.
Volgens opgave van Dexia heeft [naam] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 2.392,60 aan maandtermijnen en een bedrag van € 3.468.29 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [naam] € 1.040,44 aan dividenden ontvangen.
2.4.
[eiser] was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst gehuwd met [naam] . [eiser] heeft [naam] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van deze overeenkomst.
2.5.
Bij brief van 9 november 2005 (hierna: de vernietigingsbrief) heeft [eiser] een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de overeenkomst als bedoeld in artikel 1:89 BW. Bij sommatiebrief van dezelfde datum is Dexia gesommeerd binnen veertien dagen tot terugbetaling over te gaan.
3De vorderingen en het verweer
3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat de onderhavige overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd en Dexia te veroordelen om al hetgeen door [naam] krachtens die overeenkomst aan Dexia is betaald, aan [eiser] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover telkens vanaf veertien dagen na de sommatiebrief tot aan de dag der voldoening;
Dexia te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
Dexia betwist de vorderingen van [eiser] . Zij stelt zich op het standpunt dat de vordering uit onverschuldigde betaling van [eiser] is verjaard.
3.3.
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.
4De beoordeling
volmacht
4.1.
Dexia, die kennelijk de bij dagvaarding overgelegde volmacht over het hoofd heeft gezien, voert aan dat Leaseproces niet gevolmachtigd is om namens [eiser] deze procedure te starten en dat daarom sprake is van een spookprocedure. Dit verweer, wat daar verder ook van zij, wordt verworpen omdat dit te laat, namelijk eerst bij de conclusie van dupliek is aangevoerd.
vernietiging
4.2.
Niet ter discussie staat dat de overeenkomst op grond van artikel 1:89 BW is vernietigd.
beroep Dexia op verjaring vordering uit onverschuldigde betaling
4.3.
Dexia stelt dat de door [eiser] ingestelde vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard omdat Leaseproces niet gevolmachtigd was om namens [eiser] enige verjaring te stuiten en dat niet (voldoende tijdig) een door [eiser] aan Leaseproces verleende volmacht voor het verrichten van een stuitingshandeling is overgelegd nadat Dexia de vertegenwoordigingsbevoegdheid van Leaseproces uitdrukkelijk had bestreden.
4.4.
[eiser] heeft bovengenoemde stellingen van Dexia gemotiveerd betwist. [eiser] verwijst daarbij op de opt-outverklaring uit 2007 en naar de brieven van Leaseproces uit 2009, 2012, 2016 en 2021 in het bijzonder naar de brieven van 24 januari 2012, 27 oktober 2016, 20 januari 2017 en 19 oktober 2021 (zie productie J bij conclusie van repliek) voor al haar cliënten (onder wie [naam] ) en de eega’s van de betreffende cliënten, waarmee de verjaring van al hun rechten ten aanzien van al hun vorderingen jegens Dexia zijn gestuit.
4.5.
Met de verwijzing in de brieven naar de eega’s van de personen die op de bij de brieven gevoegde lijsten waren vermeld (zoals [naam] ) wordt voldaan aan de eisen van een rechtsgeldige stuiting als bedoeld in artikel 3:317 BW. Daarnaast heeft Dexia niet terstond, namelijk onmiddellijk na ontvangst van de brief van 24 januari 2012, om bewijs van de volmacht van Leaseproces gevraagd. Daarna kan op artikel 3:71 lid 1 BW geen beroep meer worden gedaan. Voor een nadere onderbouwing van het voorgaande wordt verwezen naar de arresten van het hof Amsterdam onder andere van 11 november 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3129 en 3138). Uit die arresten volgt dat het niet relevant is of en op welke wijze Leaseproces voorafgaand aan de brief van 24 januari 2012 gevolmachtigd was en evenmin of Dexia in haar brief van 31 oktober 2016 de volmacht heeft betwist, zodat de stellingen van Dexia daarover geen bespreking behoeven. Ten slotte is als gevolg van de op het moment van vernietiging van de overeenkomst(en) reeds aanhangige collectieve procedure de verjaring van de restitutievordering gestuit en wel tot zes maanden nadat hof Amsterdam in zijn beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst verbindend heeft verklaard (zie Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3018 en Hoge Raad 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:936). Uit het voorgaande volgt dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat betekent dat het daartegen gerichte verjaringsverweer van Dexia wordt verworpen.
de vorderingen van [eiser]
4.6. Het voorgaande betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd, toewijsbaar is.
4.7.
Dexia dient aan [eiser] ter zake van de overeenkomst te betalen al hetgeen [naam] ter zake van de overeenkomst aan Dexia heeft betaald, verminderd met al hetgeen zij ter zake van deze overeenkomst van Dexia heeft ontvangen, zoals uitgekeerde dividenden, overige uitkeringen, opbrengsten en eventueel een reeds ontvangen (gedeeltelijke) schadevergoeding (exclusief wettelijke rente). De betreffende bedragen blijken uit de door Dexia (meest recent) overgelegde financiële gegevens van de onderhavige overeenkomst waarvan de juistheid niet is weersproken. [eiser] heeft zijn vordering becijferd op € 4.820,45. Dexia heeft deze berekening als zodanig niet betwist, zodat ook de kantonrechter van dit bedrag uitgaat.
wettelijke rente en proceskosten
4.8. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, te weten 24 november 2005, zijnde het einde van de termijn genoemd in de sommatiebrief.
4.9.
De gevorderde wettelijke rente ter zake van de overeenkomst is toewijsbaar als volgt.
4.9.1.
Dexia is vanaf bovengenoemde ingangsdatum wettelijke rente verschuldigd over het saldo van hetgeen aan Dexia is betaald minus hetgeen van Dexia is ontvangen.
4.9.2.
Telkens indien na bovengenoemde ingangsdatum door Dexia een bedrag (exclusief wettelijke rente) is betaald ter zake van deze overeenkomst, is vanaf de datum van die betaling de wettelijke rente verschuldigd over hetgeen na aftrek van dat bedrag (exclusief wettelijke rente) nog door Dexia verschuldigd is.
4.9.3.
De wettelijke rente is verschuldigd tot aan de datum van de voldoening van al hetgeen Dexia op grond van de hiervoor onder 4.7. bedoelde berekeningswijze verschuldigd is.
4.9.4.
Voor zover Dexia in het verleden reeds wettelijke rente heeft voldaan kan deze in mindering worden gebracht op het totale bedrag aan wettelijke rente dat Dexia op grond van het voorgaande verschuldigd is.
4.10.
Dexia zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiser] gevallen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 720,00 (2.5 x tarief € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 1.098,47.
5De beslissing
5.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst is vernietigd,
5.2.
veroordeelt Dexia om aan [eiser] ter zake de overeenkomst een bedrag te betalen van € 4.820,45,
5.3.
veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomst op grond van hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 4.8. en 4.9. en volgende,
5.4.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 1.098,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
5.5.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
typ:
coll: