Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:6939
2026-07-15
Strafrecht
RK 26/008704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verzoekschrift toekenning kosten rechtsbijstand ex art 530 Sv na gedeeltelijk gegrond verklaard klaagschrift ongegrond
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2020:1056 Hoge Raad 16-06-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.804 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 26/008704
parketnummer : 13/252645-25
datum : 15 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw,
mr. A.G. Schol, Basisweg 32, 1043 AP Amsterdam,
hierna te noemen: verzoeker.
Feiten
In het onderzoek tegen een huisgenoot van verzoeker zijn diverse goederen in beslag genomen. Een aantal goederen behoren toe aan verzoeker. De raadsvrouw heeft ten aanzien van vier goederen van verzoeker een klaagschrift bij deze rechtbank ingediend. Die procedure, bekend onder raadkamernummer 25/026468, heeft geleid tot teruggave van drie van de goederen van verzoeker. Ten aanzien van een telefoon is het klaagschrift ongegrond verklaard.
Procedure
Het verzoekschrift is op 24 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 1 juli 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde raadsvrouw en de officier van justitie, mr. F. El Ghamarti, op zitting gehoord.
Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 6.201,94 wegens:
de kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure met kenmerk 25/026468; door verzoeker is een factuur van Ficq & Partners Advocaten overgelegd tot een bedrag van € 7.169,25;
de kosten van de raadsvrouw voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 825,00.
De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd. In het kader van artikel 552a Sv dient onder het eindigen van de zaak te worden verstaan het onherroepelijk worden van de beslissing op het ingediende klaagschrift tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Op grond van lid 2 gaat het om zaken die eindigen met een gegrondverklaring. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1056) kan het intrekken van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv naar aanleiding van een beslissing tot teruggave gelijk worden gesteld met de situatie waarin het beklag gegrond is verklaard. Dit geldt ook in gevallen waarin het beklag formeel niet-ontvankelijk wordt verklaard, maar de goederen reeds aan de klager zijn teruggegeven na het indienen van het klaagschrift.
Onderhavige procedure heeft geleid tot de teruggave van drie van de vier gevraagde
goederen, te weten de twee laptops en de sieraden. Het beklag ten aanzien van de telefoon is ongegrond verklaard. Gelet hierop wordt de declarabele tijd naar rato berekend op 75% van de bestede tijd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding, omdat het klaagschrift niet geheel gegrond is verklaard.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Aan een gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd.
Een vergoeding voor deze kosten kan ook worden toegekend als de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Artikel 529 Sv lid 5 verklaart een en ander van overeenkomstige toepassing op onder andere klaagschriftprocedures als bedoeld in de artikelen 552a Sv tot en met 552b Sv.
De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De kosten voor rechtsbijstand komen niet voor een vergoeding in aanmerking. Het klaagschrift is niet geheel gegrond verklaard. Voor een gedeeltelijke toewijzing van de kosten, zoals door de raadsvrouw is betoogd, bestaat geen grond, nu bij een gedeeltelijke vrijspraak in een strafzaak evenmin een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand kan worden toegekend.
De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op 15 juli 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen hij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 26/008704
parketnummer : 13/252645-25
datum : 15 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsvrouw,
mr. A.G. Schol, Basisweg 32, 1043 AP Amsterdam,
hierna te noemen: verzoeker.
Feiten
In het onderzoek tegen een huisgenoot van verzoeker zijn diverse goederen in beslag genomen. Een aantal goederen behoren toe aan verzoeker. De raadsvrouw heeft ten aanzien van vier goederen van verzoeker een klaagschrift bij deze rechtbank ingediend. Die procedure, bekend onder raadkamernummer 25/026468, heeft geleid tot teruggave van drie van de goederen van verzoeker. Ten aanzien van een telefoon is het klaagschrift ongegrond verklaard.
Procedure
Het verzoekschrift is op 24 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 1 juli 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde raadsvrouw en de officier van justitie, mr. F. El Ghamarti, op zitting gehoord.
Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Verzoek
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 6.201,94 wegens:
de kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure met kenmerk 25/026468; door verzoeker is een factuur van Ficq & Partners Advocaten overgelegd tot een bedrag van € 7.169,25;
de kosten van de raadsvrouw voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 825,00.
De raadsvrouw heeft het volgende aangevoerd. In het kader van artikel 552a Sv dient onder het eindigen van de zaak te worden verstaan het onherroepelijk worden van de beslissing op het ingediende klaagschrift tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen. Op grond van lid 2 gaat het om zaken die eindigen met een gegrondverklaring. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1056) kan het intrekken van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv naar aanleiding van een beslissing tot teruggave gelijk worden gesteld met de situatie waarin het beklag gegrond is verklaard. Dit geldt ook in gevallen waarin het beklag formeel niet-ontvankelijk wordt verklaard, maar de goederen reeds aan de klager zijn teruggegeven na het indienen van het klaagschrift.
Onderhavige procedure heeft geleid tot de teruggave van drie van de vier gevraagde
goederen, te weten de twee laptops en de sieraden. Het beklag ten aanzien van de telefoon is ongegrond verklaard. Gelet hierop wordt de declarabele tijd naar rato berekend op 75% van de bestede tijd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding, omdat het klaagschrift niet geheel gegrond is verklaard.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.
Aan een gewezen verdachte kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijke schade als gevolg van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Ook kan een vergoeding worden toegekend voor de kosten van een raadsman, inclusief kosten voor bijstand tijdens de verzekering en de voorlopige hechtenis, behalve als de raadsman was toegevoegd.
Een vergoeding voor deze kosten kan ook worden toegekend als de zaak eindigt met oplegging van straf of maatregel op grond van een feit, waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
Artikel 529 Sv lid 5 verklaart een en ander van overeenkomstige toepassing op onder andere klaagschriftprocedures als bedoeld in de artikelen 552a Sv tot en met 552b Sv.
De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De kosten voor rechtsbijstand komen niet voor een vergoeding in aanmerking. Het klaagschrift is niet geheel gegrond verklaard. Voor een gedeeltelijke toewijzing van de kosten, zoals door de raadsvrouw is betoogd, bestaat geen grond, nu bij een gedeeltelijke vrijspraak in een strafzaak evenmin een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand kan worden toegekend.
De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.A. Overbosch, rechter,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op 15 juli 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager en het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen hij de griffie van deze rechtbank: voor de klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het Openbaar Ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.