Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2026:4823
2026-04-29
Strafrecht; Materieel strafrecht
13/341831-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
feit 1: het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren. verwerven, in bezit hebben van en/of zich toegang verschaffen tot kinderporno in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 december 2024; feit 2: het verleiden van een minderjarige, tot het plegen van ontuchtige handelingen in de periode van 17 juni 2022 tot en met 6 februari 2024. Bewezenverklaring feit 1 en feit 2. Periode oude en nieuwe zedenwet/wet seksuele misdrijven. Gevangenisstraf 2 (twee) jaar, waarvan 1 (één) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 (drie) jaar. Bijzondere voorwaarden. Verwerping verweer vormverzuim. Beslag. Vordering benadeelde partij € 2.000,-. BEM-clausule.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1013 Hoge Raad 26-06-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (32.122 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/341831-23
Datum uitspraak: 29 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres 1] ,
hierna: verdachte.
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. de Bont, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.J. Moerdijk, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
1.
het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren, verwerven, in bezit hebben van en/of zich toegang verschaffen tot kinderporno in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 december 2024;
en
2.
het verleiden van een minderjarige, te weten [benadeelde partij] , tot het plegen van ontuchtige handelingen in de periode van 17 juni 2022 tot en met 6 februari 2024.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
3Waardering van het bewijs
3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw geen opmerkingen, behalve dat op de computer met goednummer 6458720 geen strafbaar materiaal is aangetroffen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken nu niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster opzettelijk heeft bewogen de ontuchtige handelingen te verrichten en/of te dulden. Er was weliswaar sprake van een groot leeftijdsverschil maar verdachte was zich niet bewust van een daaruit voortvloeiend overwicht.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Kinderporno
Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij de afbeeldingen en video’s zoals onder feit 1 ten laste zijn gelegd heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven en in bezit heeft gehad. De rechtbank acht op basis van die bekennende verklaring en de processen-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal dit feit wettig en overtuigend bewezen.
3.3.2.
Verleiding van minderjarige tot ontucht
Voor een bewezenverklaring van artikel 248a Sr (oud) is (onder meer) vereist dat de verdachte opzet heeft gehad op het bewegen van een ander om ontuchtige handelingen te plegen of te dulden. Dat ‘bewegen’ moet bovendien zijn gebeurd door middel van één van de in de wet genoemde ‘verleidingsmiddelen’.
Van 'bewegen' in de zin van art. 248a Sr is niet slechts sprake wanneer blijkt van het breken van psychische weerstand van het slachtoffer. Van het in deze bepaling door het bestanddeel 'beweegt' tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.
Op basis van het dossier en de verklaring van verdachte ter zitting is komen vast te staan dat verdachte en [benadeelde partij] (verder: [benadeelde partij] ), geboren op [geboortedag 2] 2010, in de periode van 17 juni 2022 tot en met 20 november 2023 chatgesprekken voerden die van seksuele aard waren. Ook staat vast dat [benadeelde partij] tijdens het voeren van die gesprekken minderjarig was, namelijk 11 tot en met 13 jaar, en dat verdachte aanzienlijk ouder was, namelijk 28 tot en met 29 jaar. Verdachte was zich ook bewust van dit leeftijdsverschil. Zo heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij dacht dat [benadeelde partij] 12 jaar was.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij ten opzichte van [benadeelde partij] had door het grote leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van een kind op deze leeftijd. Meisjes in de leeftijdscategorie waarin [benadeelde partij] zich op dat moment bevond, maken grote ontwikkelingen door en zijn (daardoor) zeer kwetsbaar. Op deze kwetsbaarheid heeft verdachte ingespeeld door haar eerst vleiend toe te spreken en gaandeweg steeds meer van haar te verlangen. Zo begon verdachte met berichten waarin hij [benadeelde partij] vertelde dat ze mooi was. Dit werden al snel berichten waarin hij haar om foto’s van haar blote (boven)benen verzocht. Dit specificeerde hij ook. Als zij bijvoorbeeld alleen een foto van haar onderbeen stuurde, vertelde hij dat het haar bovenbeen moest zijn. Dat zou namelijk het mooist zijn. Uiteindelijk stuurt verdachte zelfs berichten aan [benadeelde partij] waarin hij tegen haar zegt, nadat zij zichzelf gepenetreerd heeft met een vape, dat zij iets dikkers dan dat nodig heeft. Verdachte heeft op deze manier [benadeelde partij] verleid steeds verder te gaan in het verrichten van de ontuchtige handelingen en deze te fotograferen of filmen en aan verdachte te sturen. [benadeelde partij] voldoet immers ook telkens aan de verzoeken van verdachte met een steeds indringender karakter. Daarnaast heeft verdachte in ieder geval eenmaal zijn (stijve) penis aan [benadeelde partij] laten zien. [benadeelde partij] heeft hiermee het door verdachte tonen van zijn penis moeten dulden.
Een volwassen man weet dat hij door zijn leeftijd al snel veel indruk zal maken op jonge kinderen. Verdachte wist dit ook. Dit gegeven heeft hij misbruikt om zo de beelden van [benadeelde partij] te verkrijgen die hij wilde hebben.
De rechtbank acht gelet op voorgaande voldoende aannemelijk dat [benadeelde partij] mede onder invloed van het misbruik van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht is overgegaan tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft ook opzet gehad [benadeelde partij] hiertoe te bewegen.
4Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
1.
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2024, in Nederland, afbeeldingen en – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en aangeboden en vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 december 2024 visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en aangeboden en vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten meerdere telefoons
(goednummers 6458713, 6458717, 6458723, 6458813 en 6592151),
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong en/of voorwerp, en/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp door die persoon, en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp door die persoon
(zie afbeeldingen %08, #11, #12, #14, #17, #20, #24, #25, #26, #27, #28, #29, #30, #31, #32, #33, #34, toonmap pagina’s 07 016, 07 018, 07 019, 07 021, 07 022 en 07 046 t/m 07 047)
en
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden betast/aangeraakt, en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden betast/aangeraakt door die persoon, en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp betast/aanraakt
(zie afbeeldingen #18, #19, #21, #22, toonmap pagina’s 07 021 t/m 07 023)
en
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of betast/aangeraakt door een dier
(zie afbeelding #13, toonmap pagina’s 07 019)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past, en
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet, en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(zie afbeeldingen #01, #02, #04, #05, #06, #07, #09, #10, #16, #23 toonmap pagina’s 07 013 t/m 07 017, 07 020 en 07 046)
en
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd, en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten, en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is;
(zie afbeeldingen #03, #15, #27, #30, #34, toonmap pagina’s 07 014, 07 020 en 07 046 t/m 07 047)
2
in de periode van 17 juni 2022 tot en met 20 november 2023, in Nederland, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door het grote leeftijdsverschil tussen beiden, [benadeelde partij] , geboren op [geboortedag 2] 2010, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen door via Snapchat, seksueel getinte chatgesprekken en videogesprekken te voeren, waarbij hij, verdachte, die [benadeelde partij] verzoekt ontuchtige handelingen bij zichzelf te verrichten en (hiervan) foto's en video's te maken, en deze foto's en video's (vervolgens) aan hem, verdachte, toe te sturen, te weten
- het tonen van haar (blote) benen en geslachtsdeel, en
- het tonen van een video waarin die [benadeelde partij] zichzelf penetreert met een vape,
en
opzettelijk heeft bewogen een ontuchtige handeling van hem, verdachte, te dulden, door tijdens een (chat)gesprek zijn, verdachtes, geslachtsdeel aan die [benadeelde partij] te tonen.
5Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6Strafbaarheid van verdachte
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte (op zijn minst enigszins) verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van de gepleegde feiten en acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7Motivering van de straffen en maatregelen
7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals door de reclassering zijn geadviseerd in hun rapport van 2 december 2025.
7.2.
Standpunt van de verdediging
Vormverzuim
De verdediging heeft verder aangevoerd dat er sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek zoals bedoeld in artikel 359a Sv welk verzuim tot strafvermindering zou moeten leiden. Bij verdachte zijn immers gegevensdragers inbeslaggenomen welke, zonder voorafgaande tussenkomst van een rechter-commissaris, zijn doorzocht. Dit leidt tot een onherstelbaar vormverzuim, omdat op voorhand te bezien was dat daardoor niet alleen een min of meer compleet beeld van het privéleven van cliënt zou worden verkregen, maar ook dat hierdoor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van cliënt zeer ingrijpend zou zijn.
Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid, het blanco strafblad, het vormverzuim en de proceshouding van verdachte heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat dient te worden volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd. Daarnaast zou een taakstraf aan verdachte kunnen worden opgelegd.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Geen vormverzuim
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van enig vormverzuim nu verdachte bij de doorzoeking van zijn woning, zowel op 6 februari 2024 als op 10 december 2024, een formulier heeft getekend waarin hij onder meer toestemming heeft gegeven voor het in beslagnemen én onderzoeken van gegevensdragers en/of andere voorwerpen. Met deze toestemming van verdachte was voorafgaande tussenkomst door een rechter-commissaris niet meer noodzakelijk. Er is geen sprake van een vormverzuim en er zal dan ook geen strafvermindering volgen. Het verweer wordt verworpen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna zes jaar schuldig gemaakt aan onder meer het bezit en het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Daarnaast heeft hij gedurende een periode van bijna anderhalf jaar een minderjarig meisje ertoe verleid ontuchtige handelingen te verrichten, waar verdachte opnames van heeft gemaakt. Dit zijn bijzonder ernstige feiten. Dergelijke feiten maken een grove inbreuk op de fysiek integriteit van de slachtoffers. Daarnaast is het algemeen bekend dat slachtoffers van zedendelicten nog gedurende lange tijd mentale klachten hiervan kunnen ondervinden. Dit is des te kwalijker wanneer het kinderen betreft die vanwege hun jonge leeftijd zeer kwetsbaard zijn. De beelden die van deze kinderen op het internet terecht zijn gekomen, zullen hier altijd blijven. De schade die dergelijke feiten veroorzaakt duurt daarmee ook voort.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 4 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor enige strafbaar feit is veroordeeld.
Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 2 december 2025 waaruit volgt dat er sprake is van verschillende risicofactoren bij verdachte waaronder een emotionele identificatie met kinderen, sociale afwijzing/eenzaamheid, ontoereikende probleemoplossing vaardigheden, seksuele preoccupatie en seks als coping. Daarnaast heeft de rechtbank in strafmatigende zin meegenomen dat verdachte sinds begin juni 2024 onder behandeling is van De Waag, welke behandeling is voortgezet na zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris op 12 december 2024.
Straf
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden de door de officier gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar opleggen, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Daarbij zal de rechtbank aan verdachte de bijzondere voorwaarden opleggen zoals door de reclassering in haar rapportage is geadviseerd.
8Beslag
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592151, zwart, merk: Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458813, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458723, Samsung) ;
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458717, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458713);
Computer (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458720);
54 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458694);
6 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458699);
1 STK Handschoen (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458704, Roze);
18 STK Foto (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437254);
2 FLS Fles (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437256, Glijmiddel);
Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437257);
2 STK Enveloppe (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437259);
Tas Enrico Beller (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592153);
4 STK Bon (Omschrijving: PL1300-2023284460-6437258).
Onttrekking aan het verkeer
Nu met behulp van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 10 en 13 genoemde voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat de feiten zijn begaan of voorbereid met de voorwerpen onder nummer 6, 7, 8, 9, 11, 12, en 14. Evenmin is sprake van een andere grond voor verbeurdverklaring van de goederen. Deze goederen dienen om die reden te worden teruggegeven aan verdachte.
9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schadevergoeding gevorderd te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft gesteld dat benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit en onvoldoende is onderbouwd dat er daadwerkelijk sprake is van schade en een causaal verband met de gedragingen van verdachte.
Namens de benadeelde is aangevoerd dat er sprake is van de in art. 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in haar persoon ‘op andere wijze’. De rechtbank overweegt dat gelet op de aard en de ernst van de normschending, de nadelige gevolgen van het bewezenverklaarde voor aangeefster zo voor de hand liggen dat een ‘op andere wijze aantasting in de persoon’ zoals bedoeld in artikel 6:106 BW kan worden aangenomen. Dit geldt te meer nu het een kwetsbaar slachtoffer betreft, namelijk een meisje dat ten tijde van de gepleegde feiten 11 tot 13 jaar oud was. De rechtbank acht € 2.000,- een billijke vergoeding voor de immateriële schade. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [benadeelde partij] , geboren op [geboortedag 2] 2010, te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (BEM is een afkorting van ‘Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen’). Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot het moment dat de minderjarige achttien jaar is.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregelen is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b (oud), 248a (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.
11Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 1 januari 2019 tot 1 juli 2024
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben;
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 december 2024
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, , vervaardigen, verwerven en in bezit hebben;
en
ten aanzien van feit 2
door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en een zodanige handeling van hem te dulden.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaar.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 1 (één) jaar, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaar vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich na oproep/uitnodiging bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
Veroordeelde laat zich behandelen door De Waag te Amsterdam of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Vermijden contact met minderjarigen
Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat er volwassen derden aanwezig zijn.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat veroordeelde gedurende de gehele proeftijd:
digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met materiaal van kindermisbruik;
digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd, zoals games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;
geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Beslag
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592151, zwart, merk: Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458813, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458723, Samsung) ;
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458717, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458713);
18 STK Foto (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437254);
2 STK Enveloppe (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437259).
Gelast de teruggave aan [verdachte] van:
Computer (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458720);
54 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458694);
6 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458699);
1 STK Handschoen (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458704, Roze);
2 FLS Fles (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437256, Glijmiddel);
Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437257);
Tas Enrico Beller (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592153);
4 STK Bon (Omschrijving: PL1300-2023284460-6437258).
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 2.000,- (tweeduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 juni 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.
Schadevergoeding
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 2.000,- (tweeduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 juni 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Oldekamp, voorzitter,
mrs. P. Sloot en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 april 2026.
[…]
Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1013.
Toestemming voor onderzoek in woning bij vordering artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, p. 03 006 en toestemming voor onderzoek in woning bij vordering artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, p. 03 025.
Zie ook het proefschrift ‘Vormfouten’ van mr. R. Kuiper, paragraaf 7.2.2: “als geldig toestemming is gegeven, zijn geen dwangmiddelen toegepast en behoeft aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de toepassing van de betreffende dwangmiddelen ook niet te zijn voldaan”.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/341831-23
Datum uitspraak: 29 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres 1] ,
hierna: verdachte.
1Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. de Bont, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.J. Moerdijk, naar voren hebben gebracht.
2Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
1.
het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren, verwerven, in bezit hebben van en/of zich toegang verschaffen tot kinderporno in de periode van 1 januari 2019 tot en met 10 december 2024;
en
2.
het verleiden van een minderjarige, te weten [benadeelde partij] , tot het plegen van ontuchtige handelingen in de periode van 17 juni 2022 tot en met 6 februari 2024.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
3Waardering van het bewijs
3.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw geen opmerkingen, behalve dat op de computer met goednummer 6458720 geen strafbaar materiaal is aangetroffen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken nu niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster opzettelijk heeft bewogen de ontuchtige handelingen te verrichten en/of te dulden. Er was weliswaar sprake van een groot leeftijdsverschil maar verdachte was zich niet bewust van een daaruit voortvloeiend overwicht.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Kinderporno
Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij de afbeeldingen en video’s zoals onder feit 1 ten laste zijn gelegd heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven en in bezit heeft gehad. De rechtbank acht op basis van die bekennende verklaring en de processen-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal dit feit wettig en overtuigend bewezen.
3.3.2.
Verleiding van minderjarige tot ontucht
Voor een bewezenverklaring van artikel 248a Sr (oud) is (onder meer) vereist dat de verdachte opzet heeft gehad op het bewegen van een ander om ontuchtige handelingen te plegen of te dulden. Dat ‘bewegen’ moet bovendien zijn gebeurd door middel van één van de in de wet genoemde ‘verleidingsmiddelen’.
Van 'bewegen' in de zin van art. 248a Sr is niet slechts sprake wanneer blijkt van het breken van psychische weerstand van het slachtoffer. Van het in deze bepaling door het bestanddeel 'beweegt' tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen.
Op basis van het dossier en de verklaring van verdachte ter zitting is komen vast te staan dat verdachte en [benadeelde partij] (verder: [benadeelde partij] ), geboren op [geboortedag 2] 2010, in de periode van 17 juni 2022 tot en met 20 november 2023 chatgesprekken voerden die van seksuele aard waren. Ook staat vast dat [benadeelde partij] tijdens het voeren van die gesprekken minderjarig was, namelijk 11 tot en met 13 jaar, en dat verdachte aanzienlijk ouder was, namelijk 28 tot en met 29 jaar. Verdachte was zich ook bewust van dit leeftijdsverschil. Zo heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij dacht dat [benadeelde partij] 12 jaar was.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het overwicht dat hij ten opzichte van [benadeelde partij] had door het grote leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van een kind op deze leeftijd. Meisjes in de leeftijdscategorie waarin [benadeelde partij] zich op dat moment bevond, maken grote ontwikkelingen door en zijn (daardoor) zeer kwetsbaar. Op deze kwetsbaarheid heeft verdachte ingespeeld door haar eerst vleiend toe te spreken en gaandeweg steeds meer van haar te verlangen. Zo begon verdachte met berichten waarin hij [benadeelde partij] vertelde dat ze mooi was. Dit werden al snel berichten waarin hij haar om foto’s van haar blote (boven)benen verzocht. Dit specificeerde hij ook. Als zij bijvoorbeeld alleen een foto van haar onderbeen stuurde, vertelde hij dat het haar bovenbeen moest zijn. Dat zou namelijk het mooist zijn. Uiteindelijk stuurt verdachte zelfs berichten aan [benadeelde partij] waarin hij tegen haar zegt, nadat zij zichzelf gepenetreerd heeft met een vape, dat zij iets dikkers dan dat nodig heeft. Verdachte heeft op deze manier [benadeelde partij] verleid steeds verder te gaan in het verrichten van de ontuchtige handelingen en deze te fotograferen of filmen en aan verdachte te sturen. [benadeelde partij] voldoet immers ook telkens aan de verzoeken van verdachte met een steeds indringender karakter. Daarnaast heeft verdachte in ieder geval eenmaal zijn (stijve) penis aan [benadeelde partij] laten zien. [benadeelde partij] heeft hiermee het door verdachte tonen van zijn penis moeten dulden.
Een volwassen man weet dat hij door zijn leeftijd al snel veel indruk zal maken op jonge kinderen. Verdachte wist dit ook. Dit gegeven heeft hij misbruikt om zo de beelden van [benadeelde partij] te verkrijgen die hij wilde hebben.
De rechtbank acht gelet op voorgaande voldoende aannemelijk dat [benadeelde partij] mede onder invloed van het misbruik van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht is overgegaan tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft ook opzet gehad [benadeelde partij] hiertoe te bewegen.
4Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
1.
in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2024, in Nederland, afbeeldingen en – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en aangeboden en vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 december 2024 visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en aangeboden en vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten meerdere telefoons
(goednummers 6458713, 6458717, 6458723, 6458813 en 6592151),
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong en/of voorwerp, en/of een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp door die persoon, en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of voorwerp door die persoon
(zie afbeeldingen %08, #11, #12, #14, #17, #20, #24, #25, #26, #27, #28, #29, #30, #31, #32, #33, #34, toonmap pagina’s 07 016, 07 018, 07 019, 07 021, 07 022 en 07 046 t/m 07 047)
en
het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden betast/aangeraakt, en/of het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden betast/aangeraakt door die persoon, en/of die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten met een vinger/hand en/of voorwerp betast/aanraakt
(zie afbeeldingen #18, #19, #21, #22, toonmap pagina’s 07 021 t/m 07 023)
en
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of betast/aangeraakt door een dier
(zie afbeelding #13, toonmap pagina’s 07 019)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past, en
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding ontdoet, en
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(zie afbeeldingen #01, #02, #04, #05, #06, #07, #09, #10, #16, #23 toonmap pagina’s 07 013 t/m 07 017, 07 020 en 07 046)
en
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd, en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten, en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is;
(zie afbeeldingen #03, #15, #27, #30, #34, toonmap pagina’s 07 014, 07 020 en 07 046 t/m 07 047)
2
in de periode van 17 juni 2022 tot en met 20 november 2023, in Nederland, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door het grote leeftijdsverschil tussen beiden, [benadeelde partij] , geboren op [geboortedag 2] 2010, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen door via Snapchat, seksueel getinte chatgesprekken en videogesprekken te voeren, waarbij hij, verdachte, die [benadeelde partij] verzoekt ontuchtige handelingen bij zichzelf te verrichten en (hiervan) foto's en video's te maken, en deze foto's en video's (vervolgens) aan hem, verdachte, toe te sturen, te weten
- het tonen van haar (blote) benen en geslachtsdeel, en
- het tonen van een video waarin die [benadeelde partij] zichzelf penetreert met een vape,
en
opzettelijk heeft bewogen een ontuchtige handeling van hem, verdachte, te dulden, door tijdens een (chat)gesprek zijn, verdachtes, geslachtsdeel aan die [benadeelde partij] te tonen.
5Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6Strafbaarheid van verdachte
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte (op zijn minst enigszins) verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van de gepleegde feiten en acht verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7Motivering van de straffen en maatregelen
7.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals door de reclassering zijn geadviseerd in hun rapport van 2 december 2025.
7.2.
Standpunt van de verdediging
Vormverzuim
De verdediging heeft verder aangevoerd dat er sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek zoals bedoeld in artikel 359a Sv welk verzuim tot strafvermindering zou moeten leiden. Bij verdachte zijn immers gegevensdragers inbeslaggenomen welke, zonder voorafgaande tussenkomst van een rechter-commissaris, zijn doorzocht. Dit leidt tot een onherstelbaar vormverzuim, omdat op voorhand te bezien was dat daardoor niet alleen een min of meer compleet beeld van het privéleven van cliënt zou worden verkregen, maar ook dat hierdoor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van cliënt zeer ingrijpend zou zijn.
Gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid, het blanco strafblad, het vormverzuim en de proceshouding van verdachte heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat dient te worden volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd. Daarnaast zou een taakstraf aan verdachte kunnen worden opgelegd.
7.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Geen vormverzuim
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van enig vormverzuim nu verdachte bij de doorzoeking van zijn woning, zowel op 6 februari 2024 als op 10 december 2024, een formulier heeft getekend waarin hij onder meer toestemming heeft gegeven voor het in beslagnemen én onderzoeken van gegevensdragers en/of andere voorwerpen. Met deze toestemming van verdachte was voorafgaande tussenkomst door een rechter-commissaris niet meer noodzakelijk. Er is geen sprake van een vormverzuim en er zal dan ook geen strafvermindering volgen. Het verweer wordt verworpen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna zes jaar schuldig gemaakt aan onder meer het bezit en het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Daarnaast heeft hij gedurende een periode van bijna anderhalf jaar een minderjarig meisje ertoe verleid ontuchtige handelingen te verrichten, waar verdachte opnames van heeft gemaakt. Dit zijn bijzonder ernstige feiten. Dergelijke feiten maken een grove inbreuk op de fysiek integriteit van de slachtoffers. Daarnaast is het algemeen bekend dat slachtoffers van zedendelicten nog gedurende lange tijd mentale klachten hiervan kunnen ondervinden. Dit is des te kwalijker wanneer het kinderen betreft die vanwege hun jonge leeftijd zeer kwetsbaard zijn. De beelden die van deze kinderen op het internet terecht zijn gekomen, zullen hier altijd blijven. De schade die dergelijke feiten veroorzaakt duurt daarmee ook voort.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 4 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor enige strafbaar feit is veroordeeld.
Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 2 december 2025 waaruit volgt dat er sprake is van verschillende risicofactoren bij verdachte waaronder een emotionele identificatie met kinderen, sociale afwijzing/eenzaamheid, ontoereikende probleemoplossing vaardigheden, seksuele preoccupatie en seks als coping. Daarnaast heeft de rechtbank in strafmatigende zin meegenomen dat verdachte sinds begin juni 2024 onder behandeling is van De Waag, welke behandeling is voortgezet na zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris op 12 december 2024.
Straf
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden de door de officier gevorderde straf passend en geboden is. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar opleggen, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Daarbij zal de rechtbank aan verdachte de bijzondere voorwaarden opleggen zoals door de reclassering in haar rapportage is geadviseerd.
8Beslag
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592151, zwart, merk: Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458813, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458723, Samsung) ;
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458717, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458713);
Computer (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458720);
54 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458694);
6 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458699);
1 STK Handschoen (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458704, Roze);
18 STK Foto (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437254);
2 FLS Fles (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437256, Glijmiddel);
Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437257);
2 STK Enveloppe (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437259);
Tas Enrico Beller (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592153);
4 STK Bon (Omschrijving: PL1300-2023284460-6437258).
Onttrekking aan het verkeer
Nu met behulp van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 10 en 13 genoemde voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat de feiten zijn begaan of voorbereid met de voorwerpen onder nummer 6, 7, 8, 9, 11, 12, en 14. Evenmin is sprake van een andere grond voor verbeurdverklaring van de goederen. Deze goederen dienen om die reden te worden teruggegeven aan verdachte.
9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schadevergoeding gevorderd te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft gesteld dat benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit en onvoldoende is onderbouwd dat er daadwerkelijk sprake is van schade en een causaal verband met de gedragingen van verdachte.
Namens de benadeelde is aangevoerd dat er sprake is van de in art. 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in haar persoon ‘op andere wijze’. De rechtbank overweegt dat gelet op de aard en de ernst van de normschending, de nadelige gevolgen van het bewezenverklaarde voor aangeefster zo voor de hand liggen dat een ‘op andere wijze aantasting in de persoon’ zoals bedoeld in artikel 6:106 BW kan worden aangenomen. Dit geldt te meer nu het een kwetsbaar slachtoffer betreft, namelijk een meisje dat ten tijde van de gepleegde feiten 11 tot 13 jaar oud was. De rechtbank acht € 2.000,- een billijke vergoeding voor de immateriële schade. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [benadeelde partij] , geboren op [geboortedag 2] 2010, te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule (BEM is een afkorting van ‘Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen’). Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot het moment dat de minderjarige achttien jaar is.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregelen is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b (oud), 248a (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.
11Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 1 januari 2019 tot 1 juli 2024
een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben;
ten aanzien van feit 1 voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 10 december 2024
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, , vervaardigen, verwerven en in bezit hebben;
en
ten aanzien van feit 2
door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en een zodanige handeling van hem te dulden.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaar.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 1 (één) jaar, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaar vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich na oproep/uitnodiging bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
Veroordeelde laat zich behandelen door De Waag te Amsterdam of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Vermijden contact met minderjarigen
Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt veroordeelde dat er volwassen derden aanwezig zijn.
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat veroordeelde gedurende de gehele proeftijd:
digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met materiaal van kindermisbruik;
digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd, zoals games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;
geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Beslag
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592151, zwart, merk: Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458813, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458723, Samsung) ;
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458717, Samsung);
GSM (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458713);
18 STK Foto (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437254);
2 STK Enveloppe (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437259).
Gelast de teruggave aan [verdachte] van:
Computer (Omschrijving: PL1300-2023284460-6458720);
54 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458694);
6 STK Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458699);
1 STK Handschoen (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6458704, Roze);
2 FLS Fles (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437256, Glijmiddel);
Kleding (Omschrijving: PL1300-2023284460-G6437257);
Tas Enrico Beller (Omschrijving: PL1300-2023284460-6592153);
4 STK Bon (Omschrijving: PL1300-2023284460-6437258).
Vordering benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van € 2.000,- (tweeduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 juni 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering is.
Schadevergoeding
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat € 2.000,- (tweeduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 juni 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Oldekamp, voorzitter,
mrs. P. Sloot en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 april 2026.
[…]
Hoge Raad 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1013.
Toestemming voor onderzoek in woning bij vordering artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, p. 03 006 en toestemming voor onderzoek in woning bij vordering artikel 551 van het Wetboek van Strafvordering, p. 03 025.
Zie ook het proefschrift ‘Vormfouten’ van mr. R. Kuiper, paragraaf 7.2.2: “als geldig toestemming is gegeven, zijn geen dwangmiddelen toegepast en behoeft aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de toepassing van de betreffende dwangmiddelen ook niet te zijn voldaan”.