Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2026:321

2026-01-02 Civiel recht; Europees civiel recht 10725938 \ CV EXPL 23-13034
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2026-01-02
Publicatiedatum
2026-01-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Europees civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10725938 \ CV EXPL 23-13034
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Verzekering. Oneerlijk incassokostenbeding.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.920 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter



Zaaknummer: 10725938 \ CV EXPL 23-13034




Vonnis van 2 januari 2026




in de zaak van



de naamloze vennootschap DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam Zuidoost,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 oktober 2025,- de akte van eisende partij.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De verdere beoordeling


2.1.
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hoe de algemene voorwaarden in 2018 en 2020 op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn geraakt, hoe de algemene voorwaarden zijn verstrekt, de toepasselijke algemene voorwaarden in het geding te brengen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.



2.2.
Eisende partij heeft bij akte laten weten, kort gezegd, dat de verzekering is aangegaan op 1 december 2008. De polis inclusief de toepasselijke voorwaarden zijn indertijd per post aan gedaagde partij toegestuurd. Deze stukken zijn echter niet bewaard gebleven. Bij de jaarlijkse verlenging van de verzekering is bij wijzigingen van de algemene voorwaarden steeds een kopie daarvan aan gedaagde partij toegestuurd. Eisende partij brengt de algemene voorwaarden genoemd op het polisblad in het geding en stelt zich op het standpunt dat daarin geen oneerlijke bedingen staan. De vordering is niet gebaseerd op bedingen in de algemene voorwaarden. Mocht de kantonrechter van oordeel zijn dat één of meerdere voorwaarden vernietigd moeten worden, dan refereert eisende partij zich aan dat oordeel, aldus steeds eisende partij.



2.3.
De vordering ziet op onbetaald gelaten verzekeringspremie. De premie is gebaseerd op een transparant kernbeding over de prijs. De prijs staat op duidelijke en begrijpelijke wijze vermeld op het polisblad. Onder die omstandigheden is verdere toetsing aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn) ingevolge artikel 4 lid 2 van de richtlijn niet aan de orde.



2.4.
Eisende partij heeft voldoende gesteld over de wijze waarop (wijzigingen van) de algemene voorwaarden destijds aan gedaagde partij zijn verstrekt. Ondanks dat niet kan worden vastgesteld of gedaagde partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst in 2008 daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen van alle bedingen, is dat voor de onderhavige vordering, waar uitsluitend onbetaald gelaten premie over 2022 wordt gevorderd, in mindere mate van belang.



2.5.

De kantonrechter ziet aanleiding om, gelet op het tijdsverloop sinds het sluiten van de overeenkomst, geen gevolgen te verbinden aan de omstandigheid dat niet kan worden nagegaan of in eerdere versies van de algemene voorwaarden dan die thans gelden oneerlijke bedingen stonden. Daarvoor is mede redengevend de omstandigheid dat de algemene voorwaarden zijn gewijzigd. De thans geldende voorwaarden zijn in het geding gebracht. Voor zover daarin oneerlijke bedingen staan, komt dat hierna aan de orde.
Voor zover oneerlijke bedingen in de vorige versie(s) hebben gestaan, maar daar inmiddels niet meer in staan, zijn deze kennelijk uit de overeenkomst gehaald en daarmee is één van de twee hoofddoelstellingen van de richtlijn bereikt.




2.6.
Eisende partij maakt naast betaling van premie aanspraak op rente, incassokosten en proceskosten. Zij heeft in de algemene voorwaarden alleen bedingen staan over rente en incassokosten. Die bedingen moeten worden getoetst op oneerlijkheid.



2.7.

De bedingen staan in artikel 10 onder a van de algemene polisvoorwaarden 2020:

Betaalt u de premienota niet op tijd? Dan sturen wij u eerst een herinnering. Betaalt u daarna nog niet? Dan krijgt u geen juridische hulp bij nieuwe conflicten. De premienota moet u nog steeds betalen. Bovendien moet u dan ook incassokosten en wettelijke rente betalen. (…)





2.8.
Het artikel bestaat uit een bepaling met betrekking tot incassokosten en een bepaling met betrekking tot rente. Nu deze bepalingen geen zodanig verband met elkaar hebben dat zij niet van elkaar kunnen worden gescheiden zonder de inhoud van het gehele beding te herzien, worden ze afzonderlijk getoetst.



2.9.
Het beding over de rente is niet oneerlijk, omdat wordt verwezen naar en aangesloten bij de wettelijke rente.



2.10.
Het beding over de incassokosten wordt wel als oneerlijk aangemerkt, omdat het beding het mogelijk maakt om ten nadele van de consument af te wijken van de wettelijke regeling, die van dwingend recht is. Het is immers mogelijk om in de betalingsherinnering geen of een kortere termijn te geven dan 14 dagen ingaande de dag na ontvangst van de herinnering. Als wordt afgeweken van dwingend recht, dan levert dat oneerlijkheid op (zie ECLI:NL:HR:2023:198).



2.11.
Nu eisende partij zich bij voorbaat heeft gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter, wordt zij niet in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het buiten toepassing laten van het beding over de incassokosten. Gevolg van het oneerlijke beding is dat eisende partij zich daar niet meer op kan beroepen en haar evenmin een beroep toekomt op de wettelijke regeling die van toepassing zou zijn als het beding niet in de algemene voorwaarden zou staan. De gevorderde incassokosten worden daarom afgewezen.



2.12.
Eisende partij heeft in de algemene voorwaarden geen beding staan over proceskosten, zodat zij een rechtsgeldig beroep kan doen op de wettelijke regeling.



2.13.
Gedaagde partij is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


130,48







- griffierecht


€


128,00







- salaris gemachtigde


€


82,00


(1 punt × € 82,00)




- nakosten


€


20,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


360,48














3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 302,06, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 11 september 2023 tot de dag van de volledige betaling,



3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten van € 360,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.





991