Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:1980

2025-03-26 Strafrecht; Europees strafrecht 13-017610-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2025-03-26
Publicatiedatum
2025-03-26
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
13-017610-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executie-EAB uit Polen. Situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder a, OLW. Poolse detentieomstandigheden: Barczewo geen algemeen gevaar. Overlevering toegestaan.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.252 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER



Parketnummer: 13-017610-25




Datum uitspraak: 26 maart 2025







UITSPRAAK





op de vordering van 17 januari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 oktober 2019 door the Circuit Court in Nowy Sącz, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:




[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,



hierna ‘de opgeëiste persoon’.





1Procesgang


De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 maart 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.



De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.



Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.





2Identiteit van de opgeëiste persoon


Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.






3Grondslag en inhoud van het EAB


Het EAB vermeldt een





judgement of Sąd Rejonowy [District Court] in Nowy Sącz issued on

30 November 2015 made in the case ref. no. II K 976/15, which became final and absolute on 25.12.2015;




judgement of Sąd Rejonowy [District Court] in Nowy Sącz issued on

23 March 2016 made in the case ref. no. II K 1443/15, which became final and absolute on 14 May 2016.





De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van respectievelijk één jaar (II K 976/15) en twee jaren (II K 1443/15), door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straffen resteren volgens het EAB respectievelijk nog negen maanden (II K 976/15) en één jaar, vijf maanden en achtentwintig dagen (II K 1443/15). De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.



Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.



3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW




Vonnis II K 976/15




De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.



Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.



De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.



Uit de stukken volgt dat de opgeëiste persoon voor het feit waarvoor hij is veroordeeld is verhoord. De opgeëiste persoon heeft daarbij een bekennende verklaring afgelegd en heeft een overeenkomst met de officier van justitie gesloten over de straf. Uit de aanvullende informatie van 13 februari 2025 volgt verder dat de opgeëiste persoon tijdens zijn verhoor een adresinstructie heeft ontvangen, waarbij hij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan. De oproep voor de zitting die tot de beslissing heeft geleid is gezonden aan het door de opgeëiste persoon opgeven adres. De rechtbank stelt dan ook vast dat de opgeëiste persoon van de procedure tegen hem op de hoogte was, zodat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot dit vonnis heeft geleid, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.




Vonnis II K 1443/15




De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de stukken stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op 16 maart 2016 de oproep in persoon heeft opgehaald, waarbij hij ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt. De rechtbank stelt daarom vast dat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces. De rechtbank is gelet op voornoemde van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing.




De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen van vonnis II K 976/15 en vonnis II K 1443/15




De vrijheidsstraffen zijn aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij latere beslissing is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraffen bevolen vanwege de niet naleving van opgelegde bijzondere voorwaarden.



Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023 volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW.



De beslissing tot tenuitvoerlegging zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Dit betekent dat de rechtbank geen andere beslissing aan artikel 12 OLW hoeft te toetsen dan de veroordeling waarbij de voorwaardelijke straffen zijn opgelegd.






4Strafbaarheid


4.1

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW



De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten, m.u.v. feit 1, aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:




illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.


Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.



Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.




4.2

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist



De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het onder 1 genoemd feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.



De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.



Het feit levert naar Nederlands recht op:




diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.







5Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden in Barczewo


De rechtbank heeft in een andere zaak vragen gesteld over de detentieomstandigheden in de gevangenis in Barczewo. De rechtbank heeft in die zaak op 14 februari 2025 uitspraak gedaan, waarin zij tot het oordeel komt dat er geen algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden die daar worden gedetineerd worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden. Derhalve is de gestelde vraag of de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis in Barczewo wordt gedetineerd niet langer relevant.





6Slotsom


De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.





7Toepasselijke wetsbepalingen


De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.






8Beslissing



STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Nowy Sącz, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.




Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. Ch.A. van Dijk en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en D. Kloos, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 maart 2025.







































Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.




Zie artikel 23 Overleveringswet.


Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.


Zie onderdeel e) van het EAB.


HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)).


HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)).


Rb. Amsterdam d.d. 16 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:326).


ECLI:NL:RBAMS:2025:909.