Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2024:5726

2024-09-13 Civiel recht 11208791 CV EXPL 24-8645
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-09-13
Publicatiedatum
2024-09-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11208791 CV EXPL 24-8645
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De Kantonrechters Amsterdam houden huurzaken waarin een indexerings- en opslagbeding speelt aan naar aanleiding van de conclusie van de PG, in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.981 tekens)
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11208791 CV EXPL 24-8645
vonnis van: 13 september 2024
fno.: 364




vonnis van de kantonrechter




I n z a k e




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


MONTECORONA PROPERTIES B.V.

gevestigd te Luchthaven Schiphol
eiseres
nader te noemen: Montecorona Properties
gemachtigde: mr. O.J. Boeder, gerechtsdeurwaarder



t e g e n





1
1. [gedaagde 1]


2. [gedaagde 2]

beiden wonende te [woonplaats]
gedaagden
niet verschenen.






1De procedure


Montecorona Properties heeft gedaagden gedagvaard. Die zijn niet verschenen en tegen hen is verstek verleend. Daarna is vonnis bepaald.





2Gronden van de beslissing
De vordering


2.1.
Montecorona Properties vordert veroordeling van gedaagden tot betaling van een bedrag van € 1.772,68 aan huurachterstand, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, en de proceskosten.



Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen





2.2.
De overeenkomst die in deze procedure centraal staat, is gesloten met twee consumenten. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).



2.3.
De kantonrechter moet in iedere procedure ten aanzien van ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de overeenkomst en in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Bij die beoordeling is van belang of bedingen waaraan een consument gebonden is, zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. Of Montecorona Properties de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant.



2.4.
Nu Montecorona Properties de aanvangshuurprijs gedurende de loop van de huurovereenkomst heeft verhoogd en zij deze verhoogde huurprijs vordert, dient allereerst artikel 5.2 van de huurovereenkomst te worden getoetst. Deze bepaling luidt als volgt:


Als het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs voor woonruimte betreft, is het onder 5.1 gestelde niet van toepassing. In dat geval wordt de huurprijs voor het eerst per 1 oktober 2023 en vervolgens jaarlijks aangepast overeenkomstig het gestelde in artikel 16 van de Algemene Bepalingen. Bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig artikel 16 van de Algemene Bepalingen, heeft de verhuurder het recht om de huurprijs te verhogen met maximaal 5%.




2.5.
In artikel 16 van de Algemene Bepalingen staat, kort gezegd, dat de jaarlijkse huurprijswijziging plaatsvindt op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (inflatiecorrectie).



2.6.
De kantonrechter Amsterdam heeft in de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:131 bij tussenvonnis een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk verklaard. In de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:129 heeft de kantonrechter Amsterdam bij tussenvonnis het voornemen geuit om een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk te verklaren. In deze tussenvonnissen heeft de kantonrechter hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld. Plaatsvervangend procureur-generaal mr. M.H. Wissink heeft vervolgens in beide zaken op 19 juli 2024 een gelijkluidende conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2024:771/770). Deze conclusie geeft geen aanleiding om ten aanzien van het onderhavige huurprijswijzigingsbeding nu al een oordeel te geven over de geldigheid en eerlijkheid daarvan. De conclusie geeft wel aanleiding om de onderhavige zaak – en overigens alle zaken waarin een huurprijswijzigingsbeding bestaande uit indexatie en een opslag een rol speelt – aan te houden tot de Hoge Raad de prejudiciële vragen heeft beantwoord. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol van 13 december 2024.





3De beslissing


De kantonrechter:



I. verwijst de zaak naar de rol van 13 december 2024 in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen zoals hiervoor onder 2.6 beschreven.



Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.