Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:8800

2023-09-27 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht C/13/739553 / HA RK 23-289
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2023-09-27
Publicatiedatum
2024-04-26
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste en enige aanleg
Zaaknummer
C/13/739553 / HA RK 23-289
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.805 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer


Beslissing op het onder rekestnummer C/13/739553 HA RK 23/289 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:




mr. L.Z. Achouak El Idrissi, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.





1Verloop van de procedure


1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder kenmerk AMS 23/2466 een zaak aanhangig die is toegewezen aan de rechter.





2Het verzoek


2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de mondelinge behandeling is gebleken dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.





3De beoordeling


3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 van de Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.



3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.



3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak (de rechter behandelt geen zaak waarbij iemand uit zijn kennissenkring als procespartij is betrokken). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.



De rechtbank:



 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak met zaaknummer AMS 23/2466 WOZ wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan:

 de bij de zaak betrokken partijen;
 de rechter.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. A.W.J. Ros, leden, op 27 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.








Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.