Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2022:4350

2022-07-27 Bestuursrecht AMS 21/5910
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Uitspraakdatum
2022-07-27
Publicatiedatum
2022-07-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
AMS 21/5910
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Anders dan eiser stelt, heeft de bewaarder van het kadaster terecht geen onderzoek verricht naar de juistheid van de inhoud van de akte of de wijze van totstandkoming daarvan bij de notaris. De bewaarder heeft namelijk slechts een lijdelijke rol.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.530 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht


zaaknummer: AMS 21/5910


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2022 in de zaak tussen


[eiser] , te Amsterdam,


en


de bewaarder van het kadaster en de openbare registers, verweerder
(mr. P.A.M. Schamp).


Partijen worden hierna [eiser] en de bewaarder genoemd.




Procesverloop


Met een besluit van 28 augustus 2020 heeft de bewaarder het resultaat van de bijwerking van de Basisregistratie Kadaster aan [eiser] bekendgemaakt.



Bij besluit van 28 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft de bewaarder het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.




[eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2022. Eiser was niet aanwezig. De bewaarder is verschenen in de persoon van mr. P.A.M. Schamp, die aanwezig was via een videoverbinding.




Overwegingen

1. [eiser] heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. De rechtbank acht dit verzoek voldoende onderbouwd, omdat is gebleken dat het netto inkomen van [eiser] lager is dan 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt dan ook toegewezen.

2. De bewaarder heeft de Basisregistratie Kadaster bijgewerkt op basis van de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers. Als gevolg daarvan staat [eiser] niet meer geregistreerd als rechthebbende van de percelen met kadastrale aanduiding [perceel] , [perceel] en [perceel] . De bewaarder heeft het resultaat van deze bijwerkingen aan [eiser] bekendgemaakt. [eiser] heeft daartegen bezwaar gemaakt. De bewaarder heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

3. [eiser] voert in beroep aan dat de bewaarder onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van de inschrijving van de notariële akte in de openbare registers en de bijwerking van de Basisregistratie Kadaster.

4. De rechtbank overweegt dat in deze bestuursrechtelijke procedure niet de inschrijving van de akte in de openbare registers als zodanig ter beoordeling staat. De enige vraag die voorligt, is of de bewaarder (overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling 1994) de gegevens van de betreffende percelen in de Basisregistratie Kadaster in overeenstemming heeft gebracht met de gegevens in de openbare registers. De bewaarder heeft daarin slechts een lijdelijke rol, wat betekent dat het niet zijn taak is om de juistheid van de inschrijving in de openbare registers te controleren.

5. Anders dan [eiser] stelt, heeft de bewaarder daarom terecht geen onderzoek verricht naar de juistheid van de inhoud van de akte of de wijze van totstandkoming van daarvan bij de notaris. Nu tussen partijen verder niet in geschil is dat de Basisregistratie Kadaster is bijgewerkt in overeenstemming met de in de openbare registers ingeschreven aktes, zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren.

6. De rechtbank merkt tot slot op dat [eiser] zich kan wenden tot de burgerlijke rechter indien hij wenst op te komen tegen de inschrijving van de notariële akte. Indien uit de uitspraak van de burgerlijke rechter blijkt dat de notaris onrechtmatig heeft gehandeld, dan kan het vonnis ter inschrijving worden aangeboden zodat de Basisregistratie Kadaster kan worden bijgewerkt.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Camps, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2022.



griffier

rechter



Afschrift verzonden aan partijen op:



Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.



Dit blijkt bijvoorbeeld uit overweging 2.3.1. van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4507.