Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2021:7743
2021-12-31
Civiel recht
C/13/712050 / HA RK 21-449
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot veschoning toegewezen vanwege praktische redenen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.933 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/712050 / HA RK 21-449 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. A.M. van der Linden-Kaajan, lid van de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1Verloop van de procedure
1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de Rechtbank te Amsterdam zijn onder zaaknummer AMS 20/4056 en 20/4074 twee zaken aanhangig die bij de rechter in behandeling zijn. De mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 17 maart 2022.
2Het verzoek
2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding is gebleken dat in beide zaken een advocaat optreedt die tot voor kort verbonden was aan het advocatenkantoor dat mede is opgericht door de zus van de rechter. De rechter wil iedere schijn van partijdigheid vermijden en verzoekt om zich te mogen verschonen.
3De beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 van de Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaken niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de procedures in de hoofdzaak met zaaknummer AMS 20/4056 en 20/4074 worden voortgezet voor een andere rechter;2
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan:
partijen die bij de zaak zijn betrokken,
de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner, leden, op 31 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/712050 / HA RK 21-449 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. A.M. van der Linden-Kaajan, lid van de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1Verloop van de procedure
1.1.
Bij de afdeling Publiekrecht van de Rechtbank te Amsterdam zijn onder zaaknummer AMS 20/4056 en 20/4074 twee zaken aanhangig die bij de rechter in behandeling zijn. De mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 17 maart 2022.
2Het verzoek
2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding is gebleken dat in beide zaken een advocaat optreedt die tot voor kort verbonden was aan het advocatenkantoor dat mede is opgericht door de zus van de rechter. De rechter wil iedere schijn van partijdigheid vermijden en verzoekt om zich te mogen verschonen.
3De beoordeling
3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8:15 van de Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaken niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de procedures in de hoofdzaak met zaaknummer AMS 20/4056 en 20/4074 worden voortgezet voor een andere rechter;2
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:20 Awb wordt toegezonden aan:
partijen die bij de zaak zijn betrokken,
de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner, leden, op 31 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.