Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2021:2748
2021-05-25
Strafrecht
13/730035-20
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vrijspraak van oplichting. De RB kan niet vaststellen dat een valse naam is gebruikt voor de advertenties op marktplaats. Enkele omstandigheid dat iemand zich voordoet als bonafide verkoper geeft geen valse hoedanigheid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.337 tekens)
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/730035-20
Datum uitspraak: 25 mei 2021
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[naam verdachte]
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[BRP-adres]
1Onderzoek op de zitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2021. Verdachte was hierbij aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, naar voren hebben gebracht.
2Beschuldiging
Aan verdachte is kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
medeplegen van of medeplichtig zijn aan oplichting van [aangever] via Marktplaats in de periode van 23 juli 2019 tot en met 24 juli 2019.
De precieze tekst van de verdenking, de tenlastelegging, is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.
3Vrijspraak
3.1
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Op grond van de bewijsmiddelen kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [aangever] .
3.2
Standpunt van de verdediging
Verdachte moet worden vrijgesproken omdat geen sprake is geweest van oplichting. Wanneer de rechtbank daar anders over denkt, is er onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid te komen, waardoor ook in dat geval vrijspraak moet volgen.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak van oplichting
De rechtbank vindt de oplichting niet bewezen. Verdachte wordt daarom vrijgesproken. De rechtbank overweegt het volgende.
Voor een bewezenverklaring van oplichting is vereist dat gebruik is gemaakt van één of meer oplichtingsmiddelen die specifiek genoemd staan in artikel 326, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). In dit geval is ten laste gelegd dat aangever is bewogen tot afgifte van € 375,- doordat de verkoper zich op Marktplaats heeft voorgedaan als bonafide verkoper en de naam [naam] als valse naam heeft gebruikt, waarna een overeenkomst is gesloten en een tikkie-betaalverzoek aan aangever is gestuurd.
Nadat door aangever is betaald, waarbij het geld is overgemaakt naar de rekening van verdachte, is de Marktplaatsadvertentie verwijderd en zijn de door aangever gekochte spullen niet geleverd.
Volgens de Hoge Raad levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide (ver)koper nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid op in de zin van artikel 326 Sr. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er voor het aannemen van een valse hoedanigheid méér moet zijn dan de enkele leugen. De rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen door wie de advertentie op Marktplaats is gezet en of de naam [naam] daadwerkelijk als valse naam is gebruikt. De rechtbank kan wel vaststellen dat het geld door aangever is overgemaakt naar de bankrekening van verdachte, dat vervolgens de advertentie is verwijderd van Marktplaats en dat de door aangever gekochte spullen niet zijn geleverd. Hoewel het dossier de indruk geeft dat sprake is van meer dan alleen een civielrechtelijke wanprestatie, zijn de bovengenoemde feiten en omstandigheden onvoldoende om te kunnen spreken van een strafbare oplichting in de zin van artikel 326 Sr, nog daargelaten de vraag of kan worden bewezen dat verdachte – al dan niet samen met anderen – degene is geweest die de advertentie heeft geplaatst en het betaalverzoek heeft gedaan.
4Vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij, [aangever] , vordert in totaal € 375,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.
5Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en A.C.J. Klaver, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mud, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 mei 2021.
[...]
[...]
.
VONNIS
Parketnummer: 13/730035-20
Datum uitspraak: 25 mei 2021
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[naam verdachte]
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[BRP-adres]
1Onderzoek op de zitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2021. Verdachte was hierbij aanwezig.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, naar voren hebben gebracht.
2Beschuldiging
Aan verdachte is kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
medeplegen van of medeplichtig zijn aan oplichting van [aangever] via Marktplaats in de periode van 23 juli 2019 tot en met 24 juli 2019.
De precieze tekst van de verdenking, de tenlastelegging, is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis.
3Vrijspraak
3.1
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Op grond van de bewijsmiddelen kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [aangever] .
3.2
Standpunt van de verdediging
Verdachte moet worden vrijgesproken omdat geen sprake is geweest van oplichting. Wanneer de rechtbank daar anders over denkt, is er onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van medeplegen of medeplichtigheid te komen, waardoor ook in dat geval vrijspraak moet volgen.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak van oplichting
De rechtbank vindt de oplichting niet bewezen. Verdachte wordt daarom vrijgesproken. De rechtbank overweegt het volgende.
Voor een bewezenverklaring van oplichting is vereist dat gebruik is gemaakt van één of meer oplichtingsmiddelen die specifiek genoemd staan in artikel 326, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). In dit geval is ten laste gelegd dat aangever is bewogen tot afgifte van € 375,- doordat de verkoper zich op Marktplaats heeft voorgedaan als bonafide verkoper en de naam [naam] als valse naam heeft gebruikt, waarna een overeenkomst is gesloten en een tikkie-betaalverzoek aan aangever is gestuurd.
Nadat door aangever is betaald, waarbij het geld is overgemaakt naar de rekening van verdachte, is de Marktplaatsadvertentie verwijderd en zijn de door aangever gekochte spullen niet geleverd.
Volgens de Hoge Raad levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide (ver)koper nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid op in de zin van artikel 326 Sr. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er voor het aannemen van een valse hoedanigheid méér moet zijn dan de enkele leugen. De rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen door wie de advertentie op Marktplaats is gezet en of de naam [naam] daadwerkelijk als valse naam is gebruikt. De rechtbank kan wel vaststellen dat het geld door aangever is overgemaakt naar de bankrekening van verdachte, dat vervolgens de advertentie is verwijderd van Marktplaats en dat de door aangever gekochte spullen niet zijn geleverd. Hoewel het dossier de indruk geeft dat sprake is van meer dan alleen een civielrechtelijke wanprestatie, zijn de bovengenoemde feiten en omstandigheden onvoldoende om te kunnen spreken van een strafbare oplichting in de zin van artikel 326 Sr, nog daargelaten de vraag of kan worden bewezen dat verdachte – al dan niet samen met anderen – degene is geweest die de advertentie heeft geplaatst en het betaalverzoek heeft gedaan.
4Vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij, [aangever] , vordert in totaal € 375,- aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan.
Omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.
5Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,
mrs. F. Dekkers en A.C.J. Klaver, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mud, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 mei 2021.
[...]
[...]
.