Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2026:901

2026-09-01 Strafrecht 24/04205
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-09-01
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
24/04205
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens overschrijding appeltermijn. Betekening in eerste aanleg. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.276 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL


BIJ DE


HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


Nummer24/04205

Zitting 1 september 2026



CONCLUSIE



B.F. Keulen




In de zaak




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte




De verdachte is bij arrest van 7 oktober 2014 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (parketnr. 21-007055-13) niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Almelo van 23 mei 2002 waarin de verdachte wegens ‘poging tot zware mishandeling’ is veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.


Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. D. Greven , advocaat in Borne , heeft een middel van cassatie voorgesteld.


Voordat ik het middel bespreek, vraagt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, dat op 18 november 2024 is ingesteld, de aandacht. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de dagvaarding van de verdachte in hoger beroep niet in persoon is betekend. De verdachte is niet op die terechtzitting, gehouden op 7 oktober 2014, verschenen. Uit het dossier blijkt ook niet dat zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte tevoren bekend was. Ten slotte blijkt ook niet dat cassatie niet is ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het arrest de verdachte bekend is (art. 432 Sv).


Derhalve is het cassatieberoep ontvankelijk.


Het middel behelst de klacht dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het ingestelde hoger beroep. Aangevoerd wordt dat uit de stukken van het geding niet blijkt dat de oproeping voor de zitting in eerste aanleg van 23 mei 2002 in persoon aan de verdachte is betekend, terwijl hij betwist die oproeping te hebben ontvangen.


Het bestreden arrest houdt onder meer in:





‘Ontvankelijkheid van het hoger beroep


Blijkens de akte van uitreiking is de oproeping van verdachte voor de zitting van de politierechter op 23 mei 2002 in persoon aan hem uitgereikt. Verdachte kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Daarom zal verdachte: niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.’
7. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, gehouden op 7 oktober 2014, houdt onder meer het volgende in:



‘De verdachte genaamd:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,



is niet verschenen.



De oudste raadsheer deelt mede, zakelijk weergegeven:



De dagvaarding van verdachte in hoger beroep kon niet aan hem worden uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [geboorteplaats] . De dagvaarding is niet afgehaald op het postkantoor, retour gezonden naar de afzender, ter griffie betekend en per gewone brief verzonden naar voormeld adres. De brief is teruggestuurd met de mededeling dat verdachte daar al zeven jaar niet meer woont. Op voormeld adres stond verdachte ingeschreven in de gemeentelijke basis administratie vanaf 16 januari 2002 tot 28 mei 2002. Vanaf 28 mei 2002 is de woon- of verblijfplaats van verdachte onbekend. Volgens de appelakte d.d. 23 augustus 2013 verbleef verdachte op dat moment in P.I. […] te [plaats] . Hij is niet meer gedetineerd volgens SKSB-gegevens d.d. 23 september 2014. De dagvaarding van verdachte in hoger beroep is correct betekend.



Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.



De advocaat-generaal vordert dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn hoger beroep, nu dit niet tijdig is ingesteld.



De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van heden.



De voorzitter spreekt het arrest uit.’
8. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg gehouden op 1 november 2001 houdt het volgende in:



‘Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde arrondissementsrechtbank op 1 november 2001.



Tegenwoordig: mr. [betrokkene 1] , politierechter,
mr. [betrokkene 2] , officier van justitie
en [betrokkene 3] , griffier



De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.



De verdachte, genaamd:





[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1963,
wonende te [geboorteplaats] , [b-straat 1] ,




is niet verschenen.


Op vordering van de officier van justitie verleent de politierechter verstek tegen de niet verschenen verdachte.



Wel is de benadeelde partij verschenen, te weten [benadeelde] .



De politierechter, gehoord de officier van justitie, schorst het onderzoek tot een, in overleg met de officier van justitie, nader te bepalen tijdstip,
zulks n.a.v. het telefonische verzoek van verdachte om aanhouding wegens rugklachten,



met bevel tot oproeping van verdachte tegen de nadere terechtzitting,
met verzoek tot kennisgeving van die zitting aan de benadeelde partij, voornoemd.


Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.’

9. De aantekening mondeling vonnis houdt onder meer het volgende in:


‘Uitspraak van de politierechter mr. [betrokkene 4] van 23 mei 2002, in de zaak tegen de verdachte:



naam : [verdachte]
voornamen : [verdachte]
geboren op : [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats]
adres : [a-straat 1]
plaats : [postcode] [geboorteplaats]



Verstek, na aanhouding niet verschenen



KWALIFICATIE:
primair
Poging tot zware mishandeling;’

10. Op 20 december 2024 heeft D. Greven zich gesteld namens de verdachte. Op 7 april 2025 heeft D. Greven het volgende verzoek aan de Hoge Raad gericht:


‘Edelhoogachtbare,



In de zaak met nummer S24/04205 verzoek ik U mij aanvullende stukken toe te zenden, te weten de betekeningsstukken met betrekking tot de oproeping voor de politierechterzitting op 23 mei 2002.



Bij voorbaat dank.’

11. Tot de stukken van het geding behoort voorts een bericht van 14 juli 2025 aan de Hoge Raad der Nederlanden, ondertekend door een medewerker van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat het volgende inhoudt:


‘Op 7 en 17 april 2025 heeft u in de bovenstaande zaak de betekeningsstukken met betrekking tot de oproeping voor de politierechter zitting op 23 mei 2002 opgevraagd. Hierbij deel ik mee dat die stukken geen onderdeel (meer) uitmaken van het dossier.’


12. Uit deze brief kan worden afgeleid dat de betekeningsstukken met betrekking tot de oproeping voor de zitting van de politierechter op 23 mei 2002 geen onderdeel (meer) uitmaken van het dossier. Langs andere weg valt ook niet na te gaan of de oproeping in persoon is betekend. Van een aanhouding voor bepaalde tijd was op de zitting van 1 november 2001 voorts geen sprake; het tijdstip waarop de zitting zou worden hervat diende nog nader te worden bepaald.
12. Dat de betekeningsstukken van de oproeping voor de zitting van de politierechter op 23 mei 2002 niet meer beschikbaar zijn, brengt mee dat de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst. Zij kan daarom niet in stand blijven.


14. Het middel slaagt.
14. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.



De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden




AG



Vgl. HR 6 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4965. In dat arrest heeft Uw Raad de inleidende dagvaarding nietig verklaart. In deze zaak ligt het naar het mij voorkomt in de rede terug te wijzen naar het gerechtshof nu de mogelijkheid bestaat dat het hof de zaak na terugwijzing zelf kan afdoen (vgl. art. 422a Sv).