Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2022:475
2022-03-22
Strafrecht
21/02472
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:709 → ECLI:NL:PHR:2022:475
Inhoudsindicatie
Conclusie AG, beklag tegen beslag op twee telefoons. De AG merkt ambtshalve op dat het klaagschrift is ingediend meer dan drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen en dat de rechtbank de klager daarom ex art. 552a lid 3 Sv niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn beklag. De conclusie strekt ertoe dat de beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2004:AP1482 Hoge Raad 24-08-2004
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.235 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/02472 B
Zitting 22 maart 2022
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1Het cassatieberoep
1.1.
De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij beschikking van 17 mei 2021 het klaagschrift van de klager strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons ongegrond verklaard.
1.2.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift.
2Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De klager is door de rechtbank veroordeeld wegens (een gewoonte maken van) het bezitten, vervaardigen en middels een geautomatiseerd werk en communicatiedienst zich toegang verschaffen van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen. In het kader van deze strafzaak zijn twee mobiele telefoons (Samsung S6 en Samsung S9) in beslag genomen. De strafrechter heeft in het vonnis geen beslissing genomen over het beslag. Het vonnis bevindt zich in het dossier dat is toegezonden aan de Hoge Raad en dateert van 25 juni 2020. Uit namens mij ingewonnen inlichtingen volgt dat tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingediend. Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft de klager ontvankelijk geacht en het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de strafzaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.
2.3.
Ik zal dan ook concluderen dat de Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had behoren te doen, zodat ik niet toekom aan een inhoudelijke bespreking van het middel.
3Conclusie
3.1.
Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De ondertekening van het klaagschrift met 13 april 2020 doet anders vermoeden, maar de begeleidende e-mail van 13 april 2021, de inhoud van het klaagschrift en overige stukken in het dossier laten zien dat het 13 april 2021 is geweest.
Vgl. HR 24 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1482.
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/02472 B
Zitting 22 maart 2022
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1Het cassatieberoep
1.1.
De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij beschikking van 17 mei 2021 het klaagschrift van de klager strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons ongegrond verklaard.
1.2.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift.
2Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De klager is door de rechtbank veroordeeld wegens (een gewoonte maken van) het bezitten, vervaardigen en middels een geautomatiseerd werk en communicatiedienst zich toegang verschaffen van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen. In het kader van deze strafzaak zijn twee mobiele telefoons (Samsung S6 en Samsung S9) in beslag genomen. De strafrechter heeft in het vonnis geen beslissing genomen over het beslag. Het vonnis bevindt zich in het dossier dat is toegezonden aan de Hoge Raad en dateert van 25 juni 2020. Uit namens mij ingewonnen inlichtingen volgt dat tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingediend. Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft de klager ontvankelijk geacht en het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de strafzaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag.
2.3.
Ik zal dan ook concluderen dat de Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had behoren te doen, zodat ik niet toekom aan een inhoudelijke bespreking van het middel.
3Conclusie
3.1.
Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De ondertekening van het klaagschrift met 13 april 2020 doet anders vermoeden, maar de begeleidende e-mail van 13 april 2021, de inhoud van het klaagschrift en overige stukken in het dossier laten zien dat het 13 april 2021 is geweest.
Vgl. HR 24 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1482.