Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2022:1028
2022-09-20
Strafrecht
21/02163
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1585 → ECLI:NL:PHR:2022:1028
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Falende klacht over onjuiste beëdigingen gerechtshof 's-Hertogenbosch. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 21/02164.
Citeert (1)
- ECLI:NL:PHR:2022:819 Parket bij de Hoge Raad 13-09-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.934 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/02163
Zitting 20 september 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 6 mei 2021 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 november 2019 bevestigd met aanvulling van gronden. Bij dat vonnis is de verdachte wegens 1 tot en met 4 telkens “diefstal” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
Er bestaat samenhang met de zaak 21/02164. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
4. Het middel bevat de klacht dat het arrest is gewezen door één of meer raadsheren die onjuist is of zijn beëdigd, zodat het arrest nietig dient te worden verklaard en de zaak naar het hof dient te worden teruggewezen.
5. Het middel faalt op de gronden als vermeld in de vordering tot cassatie in het belang der wet van de procureur-generaal van 13 september 2022 over onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren(-plaatsvervangers) in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Slotsom
6. Het middel faalt.
7. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
ECLI:NL:PHR:2022:819.
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/02163
Zitting 20 september 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 6 mei 2021 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 november 2019 bevestigd met aanvulling van gronden. Bij dat vonnis is de verdachte wegens 1 tot en met 4 telkens “diefstal” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
Er bestaat samenhang met de zaak 21/02164. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
4. Het middel bevat de klacht dat het arrest is gewezen door één of meer raadsheren die onjuist is of zijn beëdigd, zodat het arrest nietig dient te worden verklaard en de zaak naar het hof dient te worden teruggewezen.
5. Het middel faalt op de gronden als vermeld in de vordering tot cassatie in het belang der wet van de procureur-generaal van 13 september 2022 over onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren(-plaatsvervangers) in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Slotsom
6. Het middel faalt.
7. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
ECLI:NL:PHR:2022:819.