Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2021:647
2021-03-30
Strafrecht
19/03984
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:844 → ECLI:NL:PHR:2021:647
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2021:647 → ECLI:NL:GHSHE:2020:2386
Inhoudsindicatie
Overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 (LPW). Inschrijfplicht. Beroep op vrijstelling ex art. 5.b LPW o.g.v. traditionele katholieke geloofsovertuiging. Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in HR:2021:843. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/03983.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.890 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer19/03984
Zitting 30 maart 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
De procedure in cassatie
1. De verdachte is bij arrest van 21 augustus 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1. “als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen”, veroordeeld tot een geldboete van € 750,00 subsidiair vijftien dagen hechtenis en wegens 2. “als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen”, tot een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair vijftien dagen hechtenis, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.
2. Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte, zijnde de echtgenote van de verdachte, [medeverdachte] . De zaak is bij de Hoge Raad bekend onder nummer 19/03983. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
Een bespreking van de middelen
4. Het eerste middel slaagt en het tweede middel faalt. De redenen daarvoor heb ik opgegeven in mijn conclusie in de zaak tegen de medeverdachte, onder nummer 19/03983.
Slotsom
5. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel faalt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot feit 1, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De middelen die strekken tot cassatie van de veroordelende arresten in deze twee samenhangende zaken zijn afkomstig van dezelfde cassatieadvocaat en zij zijn gelijkluidend. De dragende overwegingen in de veroordelende arresten zijn gelijkluidend. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 augustus 2019 in deze zaak is op slechts geringe, hier niet relevante punten, afwijkend van het proces-verbaal van de terechtzitting in de gelijktijdig behandelde zaak tegen de medeverdachte.
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer19/03984
Zitting 30 maart 2021
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
De procedure in cassatie
1. De verdachte is bij arrest van 21 augustus 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1. “als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen”, veroordeeld tot een geldboete van € 750,00 subsidiair vijftien dagen hechtenis en wegens 2. “als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen”, tot een voorwaardelijke geldboete van € 750,00, subsidiair vijftien dagen hechtenis, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.
2. Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte, zijnde de echtgenote van de verdachte, [medeverdachte] . De zaak is bij de Hoge Raad bekend onder nummer 19/03983. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
Een bespreking van de middelen
4. Het eerste middel slaagt en het tweede middel faalt. De redenen daarvoor heb ik opgegeven in mijn conclusie in de zaak tegen de medeverdachte, onder nummer 19/03983.
Slotsom
5. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel faalt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest ten aanzien van de beslissingen met betrekking tot feit 1, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
De middelen die strekken tot cassatie van de veroordelende arresten in deze twee samenhangende zaken zijn afkomstig van dezelfde cassatieadvocaat en zij zijn gelijkluidend. De dragende overwegingen in de veroordelende arresten zijn gelijkluidend. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 augustus 2019 in deze zaak is op slechts geringe, hier niet relevante punten, afwijkend van het proces-verbaal van de terechtzitting in de gelijktijdig behandelde zaak tegen de medeverdachte.