Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2019:902
2019-08-27
Strafrecht
18/00043
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- nadereConclusie ECLI:NL:PHR:2019:902 → ECLI:NL:HR:2019:1083
Inhoudsindicatie
HR ambtshalve: OM n-o in vervolging. Verdachte overleden (art. 69 Sr). Samenhang met ECLI:NL:HR:2019:1135.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.468 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00043
Zitting 27 augustus 2019
CONCLUSIE
P.C. Vegter
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,
hierna: de verdachte.
Op 14 mei 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
Inmiddels is echter uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente gebleken dat de verdachte op 9 juli 2019 aldaar is overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00043
Zitting 27 augustus 2019
CONCLUSIE
P.C. Vegter
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,
hierna: de verdachte.
Op 14 mei 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
Inmiddels is echter uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente gebleken dat de verdachte op 9 juli 2019 aldaar is overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG