Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2019:750
2019-06-11
Strafrecht
16/03103
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1147 → ECLI:NL:PHR:2019:750
Inhoudsindicatie
Profijtontneming in economische zaak. Herhaling bewijsklacht hoofdzaak dat het Hof ten onrechte tot bewezenverklaring is gekomen in de strafzaak en betrokkene daardoor ten onrechte is veroordeeld tot betaling van het w.v.v. HR: art. 80a RO. CAG: aangevoerde is geen cassatiemiddel. Samenhang tussen 16/03096 E en 16/03103 E P.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:2010 Hoge Raad 30-10-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.031 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 16/03103
Zitting 11 juni 2019
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.
De Economische Kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 1 juni 2016 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 23.180,00 en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/03096. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat, doordat het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betrokkene in het kalenderjaar 2011 een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op dat bedrijf rustende varkensrecht, de betrokkene ten onrechte is veroordeeld om het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel over 2011 te betalen. In de toelichting wordt de argumentatie die aan het middel in de hoofdzaak ten laste is gelegd herhaald.
Het middel richt zich tegen de bewijsbeslissing in de hoofdzaak. Daarmee is het geen stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Vgl. HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010, rov. 3.2.
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 16/03103
Zitting 11 juni 2019
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[betrokkene] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de betrokkene.
De Economische Kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 1 juni 2016 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 23.180,00 en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de staat.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/03096. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat, doordat het hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de betrokkene in het kalenderjaar 2011 een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op dat bedrijf rustende varkensrecht, de betrokkene ten onrechte is veroordeeld om het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel over 2011 te betalen. In de toelichting wordt de argumentatie die aan het middel in de hoofdzaak ten laste is gelegd herhaald.
Het middel richt zich tegen de bewijsbeslissing in de hoofdzaak. Daarmee is het geen stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het ingestelde beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Vgl. HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2010, rov. 3.2.