Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2019:1196
2019-09-17
Strafrecht
18/00102
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1819 → ECLI:NL:PHR:2019:1196
Inhoudsindicatie
Openlijke geweldpleging door samen met zijn zoon en zwager minderjarige scholier n.a.v. eerdere ruzie met zoon in schoolgebouw te schoppen en te slaan, art. 141 Sr. Levert geweldpleging in school ”openlijk” geweld op? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft vastgesteld dat geweld tegen persoon zoals vermeld in bewezenverklaring heeft plaatsgevonden in schoolgebouw. ’s Hofs kennelijk op deze vaststelling gebaseerde oordeel dat sprake is van “openlijk” geweld in de zin van art. 141 Sr, is gelet op ECLI:NL:HR:2018:20 niet toereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:20 Hoge Raad 09-01-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.502 tekens)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00102
Zitting 17 september 2019
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 29 december 2017 de verdachte ter zake van “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek als vermeld in het arrest. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 440,- en ter hoogte van dit bedrag aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd.
Namens de verdachte heeft mr. J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging getuigt van een onjuiste rechtsopvatting over het bestanddeel ‘openlijk’, dan wel dat de bewezenverklaring daarvan ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat het geweld tegen een persoon zoals vermeld in de bewezenverklaring heeft plaatsgevonden in een schoolgebouw. Het kennelijk op deze vaststelling gebaseerde oordeel van het Hof dat sprake is van ‘openlijk’ geweld in de zin van art. 141 Sr, is, gelet op HR 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:20, niet toereikend gemotiveerd.
3.3
Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/00102
Zitting 17 september 2019
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 29 december 2017 de verdachte ter zake van “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek als vermeld in het arrest. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 440,- en ter hoogte van dit bedrag aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd.
Namens de verdachte heeft mr. J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging getuigt van een onjuiste rechtsopvatting over het bestanddeel ‘openlijk’, dan wel dat de bewezenverklaring daarvan ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat het geweld tegen een persoon zoals vermeld in de bewezenverklaring heeft plaatsgevonden in een schoolgebouw. Het kennelijk op deze vaststelling gebaseerde oordeel van het Hof dat sprake is van ‘openlijk’ geweld in de zin van art. 141 Sr, is, gelet op HR 9 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:20, niet toereikend gemotiveerd.
3.3
Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG