Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2017:447
2017-04-18
Strafrecht
16/02647
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:1090 → ECLI:NL:PHR:2017:447 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beschikking, beslag i.h.k.v. Duits rechtshulpverzoek in woning van klager op registermappen en twee ordners waarbij een foto is gemaakt van een brief van een Duitse advocaat. Vordering tot het verlenen van verlof ex art. 552p Sv. Middel: Gegrondbevinding van middelen in klaagschriftprocedure brengt mee dat beschikking in verlofprocedure niet in stand kan blijven. HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar beschikking in samenhangende zaak 16/02321 Bv (verwerping).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:1110 Hoge Raad 05-11-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.857 tekens)
Nr. 16/02647 B
Zitting: 18 april 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[klager]
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 6 april 2016 het door de officier van justitie gevorderde verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv verleend, met dien verstande dat bij de afgifte aan de buitenlandse autoriteiten wordt bedongen dat de stukken zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.
Namens de klager heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, cassatieberoep ingesteld en een schriftuur ingediend.
In het middel wordt gewezen op de twee ingediende cassatiemiddelen in de samenhangende beslagzaak van de klager met zaaknummer 16/02321 B (art. 552a Sv-procedure). Het middel berust op de stelling dat gegrondbevinding van (één van) de cassatiemiddelen in de klaagschriftprocedure meebrengt dat ook de beschikking in de onderhavige verlofprocedure niet in stand kan blijven.
3.1. In de samenhangende zaak heb ik vandaag geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Dat leidt er toe dat in de onderhavige zaak het middel faalt.
4. Gronden voor ambtshalve cassatie heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Deze zaak hangt samen met zaak 16/02321 B betreffende het door dezelfde klager ingediende klaagschrift ex art. 552a Sv, waarin ik ook vandaag zal concluderen.
Vgl. 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1110.
Zitting: 18 april 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[klager]
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 6 april 2016 het door de officier van justitie gevorderde verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv verleend, met dien verstande dat bij de afgifte aan de buitenlandse autoriteiten wordt bedongen dat de stukken zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt.
Namens de klager heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, cassatieberoep ingesteld en een schriftuur ingediend.
In het middel wordt gewezen op de twee ingediende cassatiemiddelen in de samenhangende beslagzaak van de klager met zaaknummer 16/02321 B (art. 552a Sv-procedure). Het middel berust op de stelling dat gegrondbevinding van (één van) de cassatiemiddelen in de klaagschriftprocedure meebrengt dat ook de beschikking in de onderhavige verlofprocedure niet in stand kan blijven.
3.1. In de samenhangende zaak heb ik vandaag geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Dat leidt er toe dat in de onderhavige zaak het middel faalt.
4. Gronden voor ambtshalve cassatie heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Deze zaak hangt samen met zaak 16/02321 B betreffende het door dezelfde klager ingediende klaagschrift ex art. 552a Sv, waarin ik ook vandaag zal concluderen.
Vgl. 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1110.