Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2015:604
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1251 → ECLI:NL:PHR:2015:604 contrair
Inhoudsindicatie
Diefstal. Wegnemen i.d.z.v. art. 310 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BP2627 m.b.t. het feit dat voor een veroordeling t.z.v. diefstal van een aan een ander toebehorend goed – e.e.a. a.b.i. art. 310 Sr – o.m. is vereist dat de dader zich de feitelijke heerschappij over dat goed heeft verschaft dan wel dit aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken en dat de vraag of daarvan sprake is mede afhankelijk is van waarderingen van feitelijke aard die in cassatie slechts in beperkte mate kunnen worden getoetst. I.c. heeft het Hof vastgesteld dat verdachte d.m.v. het gebruik van een valse kopie van een “toestemming tot wegvoering” de in de bewezenverklaring genoemde goederen uit de macht van de rechthebbende heeft gehaald. ’s Hofs klaarblijkelijke oordeel dat verdachte zich aldus een zodanige feitelijke heerschappij over die goederen heeft verschaft dat sprake is van wegneming i.d.z.v. art. 310 Sr geeft – gelet op de blijkens de bewijsvoering vastgestelde gang van zaken – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is naar de eis der wet met redenen omkleed. Dat verdachte mogelijkerwijs ook t.z.v. oplichting had kunnen worden vervolgd, maakt dit niet anders, vgl. ECLI:NL:HR:2009:BH5232. Conclusie AG: anders (art. 80a RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (871 tekens)
Zitting: 7 april 2015
E.J. Hofstee
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG