Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2014:710
2014-05-16
Civiel recht
14/00972
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:1638 → ECLI:NL:PHR:2014:710 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn; art. 12 Fw.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:1987:AC0458 Hoge Raad 08-07-1987
- ECLI:NL:HR:2005:AT1097 Hoge Raad 10-06-2005
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.297 tekens)
14/00972
Mr. F.F. Langemeijer
16 mei 2014
Conclusie inzake:
[verzoekers]
tegen
Ontvanger van de Belastingdienst/MKB
1. Bij afzonderlijke vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 2 januari 2014 zijn verzoekers tot cassatie (de schuldenaren) op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard.
2. Op het gezamenlijk hoger beroep van de schuldenaren heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 11 februari 2014 beide vonnissen bekrachtigd. Bij verzoekschrift, gedateerd 20 februari 2014 en op diezelfde dag ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, hebben de schuldenaren gezamenlijk beroep in cassatie ingesteld.
3. Op grond van art. 12 Faillissementswet bedraagt de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek op woensdag 19 februari 2014. Het cassatieberoep is derhalve te laat ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de schuldenaren in hun cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Vgl. HR 8 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0458, NJ 1988/105. Van een uitzondering wegens een apparaatsfout (vgl. HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1097, NJ 2005/372), is in deze zaak niet gebleken.
Mr. F.F. Langemeijer
16 mei 2014
Conclusie inzake:
[verzoekers]
tegen
Ontvanger van de Belastingdienst/MKB
1. Bij afzonderlijke vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 2 januari 2014 zijn verzoekers tot cassatie (de schuldenaren) op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard.
2. Op het gezamenlijk hoger beroep van de schuldenaren heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 11 februari 2014 beide vonnissen bekrachtigd. Bij verzoekschrift, gedateerd 20 februari 2014 en op diezelfde dag ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, hebben de schuldenaren gezamenlijk beroep in cassatie ingesteld.
3. Op grond van art. 12 Faillissementswet bedraagt de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek op woensdag 19 februari 2014. Het cassatieberoep is derhalve te laat ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de schuldenaren in hun cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Vgl. HR 8 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0458, NJ 1988/105. Van een uitzondering wegens een apparaatsfout (vgl. HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1097, NJ 2005/372), is in deze zaak niet gebleken.