Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:BZ5408
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ5408 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ5408
Inhoudsindicatie
Beschikking. Vordering tenuitvoerlegging lijfsdwang ex art. 577c Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige, waarbij verlof is verleend tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang a.b.i. art. 577c Sv, beroep in cassatie openstaat, kan veroordeelde in het ingestelde beroep niet worden ontvangen. Dit wordt niet anders doordat in HR LJN BP9449 is geoordeeld dat de in art. 577c Sv voorziene maatregel van lijfsdwang heeft te gelden als ‘penalty’ i.d.z.v. art. 7.1 EVRM. Ook in het licht van dit oordeel kan immers uit art. 13 EVRM niet volgen dat tegen de rechterlijke beslissing waarbij die maatregel is opgelegd steeds een rechtsmiddel moet openstaan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (779 tekens)
Mr. Vellinga
Zitting: 29 januari 2013
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het beroep in cassatie heeft betrekking op een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 23 juli 2012.
2. Zoals de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 9 november 2010, LJN BL1706 staat voor de veroordeelde tegen een beschikking op een vordering op de voet van art. 577c Sv tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang geen rechtsmiddel open. De veroordeelde kan derhalve niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG