Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:BZ0007
2013-01-15
Strafrecht
12/02779 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ0007 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ0007
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.232 tekens)
Nr. 12/02779 B
Mr. Knigge
Zitting: 11 december 2012
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het beroep in cassatie van klager heeft betrekking op een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 mei 2012 waarbij een namens klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift ongegrond is verklaard.
2. Het middel steunt op de opvatting dat een beslag ex art. 94 Sv en een beslag ex art. 94a Sv niet naast elkaar kunnen bestaan. Die opvatting is onjuist. Zie HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, waarin in rov. 2.7 wordt gesproken van de "bepalingen of bepalingen" die aan het beslag ten grondslag "ligt of liggen" en waarbij ten aanzien van "liggen" voetnootsgewijs wordt verwezen naar onder meer HR 5 september 2006, LJN AU6712, NJ 2006/612 waarin sprake was van een beslag dat - na handhaving ex art. 103 Sv - zowel op art. 94 Sv als op art. 94a Sv was gebaseerd.
3. Uit het voorgaande volgt dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep niet ontvankelijk wordt verklaard op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Mr. Knigge
Zitting: 11 december 2012
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het beroep in cassatie van klager heeft betrekking op een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 mei 2012 waarbij een namens klager ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift ongegrond is verklaard.
2. Het middel steunt op de opvatting dat een beslag ex art. 94 Sv en een beslag ex art. 94a Sv niet naast elkaar kunnen bestaan. Die opvatting is onjuist. Zie HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654, waarin in rov. 2.7 wordt gesproken van de "bepalingen of bepalingen" die aan het beslag ten grondslag "ligt of liggen" en waarbij ten aanzien van "liggen" voetnootsgewijs wordt verwezen naar onder meer HR 5 september 2006, LJN AU6712, NJ 2006/612 waarin sprake was van een beslag dat - na handhaving ex art. 103 Sv - zowel op art. 94 Sv als op art. 94a Sv was gebaseerd.
3. Uit het voorgaande volgt dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep niet ontvankelijk wordt verklaard op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG