Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2013:BY9997

2013-03-12 Strafrecht 12/01328 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-03-12
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
12/01328 B
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NbSr 2013/174

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag. Artt. 94a en 552a Sv, art. 1:116.1 BW. Het ten laste van de echtgenoot van klaagster gelegde conservatoir beslag strekt tot bewaring van het recht van verhaal van een op vordering van de OvJ door de rechter aan hem op te leggen verplichting een bedrag te betalen aan de Staat ter ontneming van w.v.v. Voor de door de OvJ in dit verband uit te oefenen bevoegdheden is bekendheid met het tussen de beslagene en klaagster geldende huwelijksgoederenregime niet van belang. Een beroep van de OvJ op de in art. 1:116.1 BW bedoelde bescherming tegen de niet-inschrijving van de akte van huwelijkse voorwaarden in het huwelijksgoederenregister is daarom niet aan de orde. Het oordeel van de Rb. is juist. Het middel, dat niet klaagt dat de Rb. - die heeft vastgesteld dat de sieraden en auto eigendom zijn van klaagster - niet heeft onderzocht of zich de situatie van art. 94a.3 en 4 Sv voordoet (HR LJN BL2823, rov. 2.15) is tevergeefs voorgesteld. Conclusie AG: anders.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.797 tekens)
Nr. 12/01328 B
Mr. Vellinga
Zitting: 4 december 2012


Conclusie inzake:

[Klaagster]

1. Bij beschikking van 11 mei 2011 heeft de Rechtbank te 's-Hertogenbosch het klaagschrift van klaagster strekkende tot teruggave van onder meer sieraden en een personenauto gegrond verklaard.

2. De Officier van Justitie bij de Rechtbank heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat de Rechtbank aan de gegrondverklaring van het beslag ten grondslag heeft gelegd dat het beslag in de kern ziet op een verbintenis uit onrechtmatige daad, het openbaar ministerie geen beroep toekomt op de derdenwerking van art.1:116 BW en derhalve geen verhaal heeft op de goederen toebehorende aan de echtgenote van verdachte.

4. Het oordeel van de Rechtbank moet aldus worden begrepen dat het bepaalde in art.1:116 BW zich niet uitstrekt tot het geldend maken van rechten die hun grondslag vinden in de wet, zoals het recht tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e Sr). Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.(1) In geval een vordering ontstaat uit de wet is er immers niet een derde die beschermd dient te worden tegen onbekendheid met de huwelijkse voorwaarden, omdat deze vordering ontstaat ongeacht enige (rechts)betrekking tussen de derde en degene die onder huwelijksvoorwaarden gehuwd is.

5. Niettemin kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. Conservatoir beslag kan worden gelegd onder een derde mits is voldaan aan het bepaalde in art. 94a lid 3 Sv. Door te oordelen dat de omstandigheid dat het Openbaar Ministerie geen beroep toekomt op de derdenwerking van art.1:116 BW meebrengt dat het Openbaar Ministerie geen verhaal heeft op de goederen toebehorend aan de echtgenote van verdachte zonder de vraag onder ogen te zien of is voldaan aan de in art. 94a lid 3 Sv genoemde voorwaarden, heeft de Rechtbank dit miskend.

6. Het middel slaagt.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden


AG

1 Vgl. HR 18 juni 1952, NJ 1953, 530 t.a.v. inschrijving in het Handelsregister, m.nt. Ph.A.N.H., alsmede Asser's Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Recht, Personenrecht, eerste stuk, 9e druk, bewerkt door J. de Boer, Deventer 2010, nr. 425, Asser's Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Recht, Personenrecht, eerste stuk, 9e druk, bewerkt door J. Wiarda, Zwolle 1957, p. 256, H.C.F. Schoordijk, Het nieuwste huwelijksvermogensrecht, Groningen 1969, p. 68.