Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:2303
2013-11-26
Strafrecht
11/04663
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:190 → ECLI:NL:PHR:2013:2303 gevolgd
Inhoudsindicatie
N-o verklaring verdachte in h.b. Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BJ7810, ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357. Het middel klaagt terecht dat het Hof het voorgaande heeft miskend, nu uit het p.v. van de tz. in h.b. blijkt dat verdachte en de raadsman op die tz. zijn verschenen en het aldaar verhandelde bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. te doen instellen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2011:BR2337 Hoge Raad 01-11-2011
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.401 tekens)
Mr Jörg
Nr. 11/04663
Zitting 26 november 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 12 september 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep op de grond dat in de akte rechtsmiddel niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid ten onrechte is uitgesproken. Daarvoor worden twee gronden aangevoerd. (i) De akte is ter griffie opgemaakt en aldaar door de raadsman ondertekend; de raadsman mag er dan op vertrouwen dat in een standaardakte geen omissies voorkomen. (ii) De verdachte is (met haar raadsman) ter zitting verschenen en heeft verklaard dat zij hoger beroep wilde instellen.
4. Het middel slaagt op grond van hetgeen in (i) ECLI:NL:HR:2011:BR2337 en (ii) ECLI:NL:HR:2013: BY8357 is overwogen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G
Nr. 11/04663
Zitting 26 november 2013
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 12 september 2011 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep op de grond dat in de akte rechtsmiddel niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van het hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de niet-ontvankelijkheid ten onrechte is uitgesproken. Daarvoor worden twee gronden aangevoerd. (i) De akte is ter griffie opgemaakt en aldaar door de raadsman ondertekend; de raadsman mag er dan op vertrouwen dat in een standaardakte geen omissies voorkomen. (ii) De verdachte is (met haar raadsman) ter zitting verschenen en heeft verklaard dat zij hoger beroep wilde instellen.
4. Het middel slaagt op grond van hetgeen in (i) ECLI:NL:HR:2011:BR2337 en (ii) ECLI:NL:HR:2013: BY8357 is overwogen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G