Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2012:BX6962
2012-11-02
Civiel recht
11/03153
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BX6962 → ECLI:NL:PHR:2012:BX6962
Inhoudsindicatie
Voogdij. Interlandelijke adoptie. Conflictenrecht. In buitenland verrichte erkenning; openbare orde-exceptie art. 9 en 10 Wet conflictenrecht afstamming (art. 10:100, 101 BW). In buitenland uitgesproken adoptie; geldigheid; Haags Adoptieverdrag 1993.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.517 tekens)
Zaaknr. 11/03153
Mr. Huydecoper
Zitting van 7 september 2012
Aanvullende conclusie inzake
1. [De man]
2. [De vrouw]
verzoekers tot cassatie
tegen
1. de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, locatie Rotterdam
2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland
verweerders in cassatie
1. In deze zaak is door mij geconcludeerd op 2 maart 2012. In de vervolgens gegeven beschikking van 1 juni 2012, NJ 2012, 342, rechtspraak.nl LJN BV8216, heeft de Hoge Raad oproeping bevolen van de moeder van de minderjarige [de minderjarige], als belanghebbende.
Deze oproeping heeft inmiddels plaatsgehad. De moeder van de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening over het cassatieberoep kenbaar te maken.
2. In de op 2 maart jl. genomen conclusie heb ik uiteengezet dat de aangevoerde cassatiemiddelen volgens mij ongegrond waren. Er zijn sedert die conclusie geen argumenten of gegevens anderszins aan de orde gesteld die mij aanleiding geven om anders te concluderen, dan in die conclusie werd verdedigd; met dien verstande dat die conclusie uitmondde in het advies, de moeder van [de minderjarige] alsnog op te roepen. Nu dat inmiddels gebeurd is, moet de conclusie thans luiden, zoals hieronder weergegeven.
Conclusie
Ik concludeer tot verwerping.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Mr. Huydecoper
Zitting van 7 september 2012
Aanvullende conclusie inzake
1. [De man]
2. [De vrouw]
verzoekers tot cassatie
tegen
1. de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Rijnmond, locatie Rotterdam
2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland
verweerders in cassatie
1. In deze zaak is door mij geconcludeerd op 2 maart 2012. In de vervolgens gegeven beschikking van 1 juni 2012, NJ 2012, 342, rechtspraak.nl LJN BV8216, heeft de Hoge Raad oproeping bevolen van de moeder van de minderjarige [de minderjarige], als belanghebbende.
Deze oproeping heeft inmiddels plaatsgehad. De moeder van de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om haar mening over het cassatieberoep kenbaar te maken.
2. In de op 2 maart jl. genomen conclusie heb ik uiteengezet dat de aangevoerde cassatiemiddelen volgens mij ongegrond waren. Er zijn sedert die conclusie geen argumenten of gegevens anderszins aan de orde gesteld die mij aanleiding geven om anders te concluderen, dan in die conclusie werd verdedigd; met dien verstande dat die conclusie uitmondde in het advies, de moeder van [de minderjarige] alsnog op te roepen. Nu dat inmiddels gebeurd is, moet de conclusie thans luiden, zoals hieronder weergegeven.
Conclusie
Ik concludeer tot verwerping.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden