Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2011:BR2046
2011-09-23
Civiel recht
10/04956
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2011:BR2046 → ECLI:NL:PHR:2011:BR2046
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2011:BR2046 → ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ4463
Inhoudsindicatie
81 RO. Onrechtmatige daad; exploitatie tankstation; bodemverontreiniging; verjaring.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.217 tekens)
10/04956
mr J. Spier
Zitting 24 juni 2011 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
Peha Ontwikkeling BV
tegen
Esso Nederland BV
1. Het cassatieberoep is tijdig ingesteld.
2. 's Hofs arrest berust op twee zelfstandige gronden. De eerste houdt in dat de vordering, zoals in appel aan de orde gesteld, is verjaard (rov. 4.2.3). Dat oordeel wordt in cassatie niet bestreden. Daarmee is het lot van het middel bezegeld; de s.t. van mrs Van Wijk en Nieuwland onder 1 wijst daar terecht op. In zijn repliek probeert Peha de angel uit dat betoog te trekken, maar aldus wordt hetgeen het Hof 4.2.1 overweegt uit het oog verloren. Zelfs als dat oordeel onjuist zou zijn, blijft overeind dat het in cassatie niet wordt bestreden.
3. Het middel behelst slechts klachten tegen hetgeen het Hof "daarnaast" en onmiskenbaar ten overvloede overweegt in rov. 4.3 e.v. Die klachten missen belang, wat daarvan en van 's Hofs oordeel ook zij.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal
mr J. Spier
Zitting 24 juni 2011 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
Peha Ontwikkeling BV
tegen
Esso Nederland BV
1. Het cassatieberoep is tijdig ingesteld.
2. 's Hofs arrest berust op twee zelfstandige gronden. De eerste houdt in dat de vordering, zoals in appel aan de orde gesteld, is verjaard (rov. 4.2.3). Dat oordeel wordt in cassatie niet bestreden. Daarmee is het lot van het middel bezegeld; de s.t. van mrs Van Wijk en Nieuwland onder 1 wijst daar terecht op. In zijn repliek probeert Peha de angel uit dat betoog te trekken, maar aldus wordt hetgeen het Hof 4.2.1 overweegt uit het oog verloren. Zelfs als dat oordeel onjuist zou zijn, blijft overeind dat het in cassatie niet wordt bestreden.
3. Het middel behelst slechts klachten tegen hetgeen het Hof "daarnaast" en onmiskenbaar ten overvloede overweegt in rov. 4.3 e.v. Die klachten missen belang, wat daarvan en van 's Hofs oordeel ook zij.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal