Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BN6397
2010-10-22
Civiel recht; Personen- en familierecht
10/01801
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BN6397 → ECLI:NL:PHR:2010:BN6397
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2010:BN6397 → ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8583
Inhoudsindicatie
Familierecht. Geen belang bij cassatieberoep, nu geldigheidsduur machtiging tot plaatsing minderjarige in een pleeggezin is verstreken.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.386 tekens)
10/01801
Mr. E.B. Rank-Berenschot
Parket, 17 augustus 2010
CONCLUSIE inzake:
[De moeder],
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
tegen:
de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,
verweerster in cassatie,
niet verschenen.
1. Op verzoek van verweerster in cassatie, hierna: BJZ, heeft de rechtbank Rotterdam bij beschikking van 26 juni 2009 - voor zover in cassatie van belang - de duur van de machtiging tot plaatsing van het minderjarige kind van verzoekster tot cassatie, hierna: de moeder, in een pleeggezin, verlengd tot 5 juli 2010. Bij beschikking van 3 februari 2010 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op het hoger beroep van de moeder de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder tijdig beroep in cassatie ingesteld.
2. BJZ heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.
3. Nu de geldigheidsduur van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing op 5 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang bij haar cassatieberoep. De conclusie strekt mitsdien tot verwerping van het cassatieberoep.(1)
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
A-G
1 Vgl. HR 9 juli 2010, LJN BM2337, RvdW 2010, 835, rov. 4.1.2.
Mr. E.B. Rank-Berenschot
Parket, 17 augustus 2010
CONCLUSIE inzake:
[De moeder],
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
tegen:
de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,
verweerster in cassatie,
niet verschenen.
1. Op verzoek van verweerster in cassatie, hierna: BJZ, heeft de rechtbank Rotterdam bij beschikking van 26 juni 2009 - voor zover in cassatie van belang - de duur van de machtiging tot plaatsing van het minderjarige kind van verzoekster tot cassatie, hierna: de moeder, in een pleeggezin, verlengd tot 5 juli 2010. Bij beschikking van 3 februari 2010 heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op het hoger beroep van de moeder de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder tijdig beroep in cassatie ingesteld.
2. BJZ heeft geen verweerschrift in cassatie ingediend.
3. Nu de geldigheidsduur van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing op 5 juli 2010 is verstreken, heeft de moeder geen belang bij haar cassatieberoep. De conclusie strekt mitsdien tot verwerping van het cassatieberoep.(1)
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
A-G
1 Vgl. HR 9 juli 2010, LJN BM2337, RvdW 2010, 835, rov. 4.1.2.