Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BN4241
2010-10-12
Strafrecht
08/05002
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BN4241 → ECLI:NL:PHR:2010:BN4241
Inhoudsindicatie
Verbeurdverklaring. Het Hof heeft niet vastgesteld of de verbeurdverklaarde auto toebehoorde aan verdachte zelf of aan een ander, in welk laatste geval de voorwaarden, genoemd in art. 33a.2 Sr, een nadere motivering van de oplegging van de straf vergen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.384 tekens)
Nr. 08/05002
Mr. Vellinga
Zitting: 6 juli 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld bij arrest van 31 oktober 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof er aan is voorbijgegaan dat de op de voet van art. 33a lid 1, aanhef en onder c, Sr verbeurdverklaarde auto niet aan de verdachte toebehoorde.
4. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de inbeslaggenomen auto niet aan hem maar aan zijn vrouw toebehoorde. Tegen deze achtergrond en gelet op het bepaalde in art. 33a lid 2 Sr heeft het Hof de verbeurdverklaring onvoldoende met redenen omkleed.
5. Het middel slaagt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de straf van verbeurdverklaring, tot terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Vellinga
Zitting: 6 juli 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld bij arrest van 31 oktober 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof er aan is voorbijgegaan dat de op de voet van art. 33a lid 1, aanhef en onder c, Sr verbeurdverklaarde auto niet aan de verdachte toebehoorde.
4. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de inbeslaggenomen auto niet aan hem maar aan zijn vrouw toebehoorde. Tegen deze achtergrond en gelet op het bepaalde in art. 33a lid 2 Sr heeft het Hof de verbeurdverklaring onvoldoende met redenen omkleed.
5. Het middel slaagt.
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de straf van verbeurdverklaring, tot terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG