Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BN1713
2010-10-05
Strafrecht
08/05027
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BN1713 → ECLI:NL:PHR:2010:BN1713
Inhoudsindicatie
Bewijsklacht medeplegen. Gelet op ’s Hofs vaststellingen heeft het Hof tot de bewezenverklaarde diefstal in vereniging kunnen komen. Conclusie AG: anders.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.505 tekens)
Nr. 08/05027
Mr. Vellinga
Zitting: 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 20 november 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel stelt terecht dat uit de omstandigheden dat de verdachte deel uitmaakte van een groep van vijf personen, die alle vijf schichtig om zich heen keken en één voor één een blik wierpen door de ruit van een personenauto waar die groep bij stond, waarna één van hen - niet zijnde verdachte - de ruit insloeg en een laptoptas uit de auto wegnam en de verdachte vervolgens wegliep samen met een ander, niet zijnde degene die de ruit insloeg en de laptoptas wegnam, niet zonder meer kan volgen dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van tezamen en in vereniging met anderen plegen van diefstal met braak.(1)
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 22 december 2009, LJN BK3356, NJ 2010, 193, m.nt. P.A.M. Mevis, HR 19 januari 2010, LJN BK4816, NJ 2010, 72 en HR 9 februari 2010, LJN BK6147.
Mr. Vellinga
Zitting: 29 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld bij arrest van 20 november 2008.
2. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel stelt terecht dat uit de omstandigheden dat de verdachte deel uitmaakte van een groep van vijf personen, die alle vijf schichtig om zich heen keken en één voor één een blik wierpen door de ruit van een personenauto waar die groep bij stond, waarna één van hen - niet zijnde verdachte - de ruit insloeg en een laptoptas uit de auto wegnam en de verdachte vervolgens wegliep samen met een ander, niet zijnde degene die de ruit insloeg en de laptoptas wegnam, niet zonder meer kan volgen dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat sprake is van tezamen en in vereniging met anderen plegen van diefstal met braak.(1)
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 22 december 2009, LJN BK3356, NJ 2010, 193, m.nt. P.A.M. Mevis, HR 19 januari 2010, LJN BK4816, NJ 2010, 72 en HR 9 februari 2010, LJN BK6147.