Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2009:BJ1247

2009-09-25 Civiel recht; Personen- en familierecht 09/00201
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-09-25
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
—
Zaaknummer
09/00201
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 1105 | JWB 2009/345

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Familierecht. Wijziging kinderalimentatie art. 1:401 BW; geschil tussen voormalige echtelieden over bijdrage onderhoudsplichtige in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarig kind (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.826 tekens)
09/00201
Mr. E.M. Wesseling-van Gent
Parket, 26 juni 2009


Conclusie inzake:

[De moeder]

tegen

[De vader]

Deze zaak leent zich voor een verkorte conclusie.


1.1 Verzoekster tot cassatie, de moeder, heeft de rechtbank Amsterdam bij inleidend verzoekschrift van 11 juli 2007 om wijziging verzocht van de beschikking van het hof te Amsterdam van 12 mei 2005, waarbij - voor zover van belang - is bepaald dat verweerder in cassatie, de vader, aan de moeder voor hun drie minderjarige kinderen een bedrag van € 147,- per maand per kind aan kinderalimentatie dient te betalen.
De moeder heeft daarbij om een verhoging verzocht naar € 350,- per maand per kind met ingang van de datum dat de vader de echtelijke woning heeft verkocht op de gronden dat de vader meer draagkracht heeft na verkoop van de echtelijke woning en lage woonlasten heeft nu hij samenwoont met zijn nieuwe partner.


1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 6 februari 2008 het verzoek gedeeltelijk toegewezen en de beschikking van het hof van 12 mei 2005 in zoverre gewijzigd dat de vader met ingang van 1 augustus 2006 € 300,- per maand per kind zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Op het door de vader ingestelde hoger beroep heeft het gerechtshof te Amsterdam bij beschikking van 14 oktober 2008 de beschikking van de rechtbank van 6 februari 2008 vernietigd.

1.3 Het tijdig(1) door de moeder ingestelde cassatieberoep bevat één middel dat is gericht tegen de rechtsoverwegingen 4.3 en 4.4 van de beschikking van het hof waarin is geoordeeld dat de moeder in gebreke is gebleven inzicht te verschaffen in haar financiële situatie en dat zij haar verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie onvoldoende heeft onderbouwd.

1.4 Het middel klaagt dat het hof het in zijn beschikking ten onrechte doet voorkomen dat de moeder zich heeft beperkt tot het overleggen van de door het hof genoemde stukken, maar dat zij (haar raadsman) ter zitting echter uitvoerig een weergave van de overgelegde producties heeft verstrekt waardoor de draagkracht en de behoefte van de moeder voor het hof en de vader duidelijk was.


1.5 Het middel faalt.
De aangevallen oordelen van het hof zijn feitelijk en kunnen mitsdien niet met een rechtsklacht worden bestreden.
Voor zover het middel heeft bedoeld te klagen dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, faalt het middel eveneens. De bij brief van 13 augustus 2008 overgelegde producties betreffen de onvertaalde Spaanse stukken die het hof blijkens het proces-verbaal van de zitting van het hof van 28 augustus 2008 buiten de procedure heeft gesteld. Dat zoals het middel betoogt de inhoud ervan ter zitting uitvoerig aan de orde is geweest vindt geen grondslag in het proces-verbaal. Daarnaast
wordt in de pleitnota van de moeder - dat aan het proces-verbaal is gehecht - bij de bespreking van de grieven II en III louter verwezen naar deze producties (1 en 3), zodat onbegrijpelijk is op welk uitvoerige toelichting de moeder doelt. Het middel stuit in zoverre ook af op art. 407 lid 2 Rv. Het (slot)oordeel van het hof dat de moeder haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd is mitsdien niet onbegrijpelijk gemotiveerd.


1.6 Nu in deze zaak geen vragen worden opgeworpen die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoording behoeven, kan het cassatieberoep worden verworpen met toepassing van art. 81 RO.

2. Conclusie

De conclusie strekt verwerping van het cassatieberoep.


De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden


A-G

1 Het verzoekschrift tot cassatie is op 13 januari 2009 per fax ingekomen ter griffie van de Hoge Raad.