Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2009:BG9914

2009-02-27 Civiel recht 08/03480
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2009-02-27
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
—
Zaaknummer
08/03480
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2009, 377 | JWB 2009/72

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

WSNP. Afwijzing verzoek tot definitieve toelating tot de schuldsaneringsregeling op grond van art. 287 lid 2 F. wegens niet-nakoming door de schuldenaar van de verplichting om de in art. 285 lid 1 sub f bedoelde verklaring bij het verzoekschrift te voegen (81 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.986 tekens)
08/03480
mr. L. Timmerman
Parket, 30 december 2008


Conclusie inzake:


[Verzoeker]
Verzoeker tot cassatie



Verkorte conclusie
1. Het hof heeft bij arrest van 6 augustus 2008 in hoger beroep met zaaknummer HV 200.008.351/01, de beschikking van de rechtbank , waarin de rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaart in zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, bekrachtigd.


2. Tegen het hiervoor vermelde arrest heeft [verzoeker] bij verzoekschrift -tijdig(1)- cassatieberoep ingesteld.

3.1 Het verzoekschrift bevat 3 cassatiemiddelen.

3.2 De in het eerste en tweede cassatiemiddel opgeworpen klachten miskennen dat het verzoekschrift niet aan de daaraan gestelde eisen voldoet indien de in artikel 285 lid 1 Fw bedoelde informatie ontbreekt. In het geval de ingevolge artikel 285 lid 1 Fw vereiste informatie ontbreekt, brengt artikel 287 lid 2 Fw met zich mee dat de rechter een verzoek tot schuldsanering niet kan toewijzen(2). Op de schuldenaar rust de verplichting om de in art. 285 lid 1 sub f bedoelde verklaring te verkrijgen en bij zijn verzoekschrift te voegen en aan de rechtbank te verstrekken. Gelet op de omstandigheden die het Hof in rov. 4.5.7, 4.5.8. en 4.5.9. in aanmerking neemt, is het oordeel van het Hof dat aangenomen moet worden dat het niet-afgeven van de bedoelde verklaring te wijten is aan [verzoeker], begrijpelijk. Hieruit volgt dat het eerste en tweede cassatiemiddel falen.

3.3 Het derde cassatiemiddel mist belang en faalt daarom.

4. Conclusie

Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep.


De procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden


A-G


1 Het verzoekschrift is per fax ingediend en 12 augustus 2008 op de griffie van de Hoge Raad ontvangen.
2 Zie ook de toelichting bij artikel 285 in Kamerstuk 2004-2005, 29942, nr. 3, TK