Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2008:BG4411
2008-12-23
Strafrecht
08/02398 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2008:BG4411 → ECLI:NL:PHR:2008:BG4411
Inhoudsindicatie
Cassatieberoep beschikkingen. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke beroep in cassatie openstaat tegen een beschikking als bedoeld in art. 410a.4 Sv van de voorzitter van een gerechtshof om een ingesteld h.b. buiten behandeling te laten, kan de verdachte in het ingestelde beroep niet worden ontvangen (vgl. Kamerstukken I, 2005-2006, 30 320, C, p. 7).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.063 tekens)
Nr. 08/02398 B
Mr. Machielse
Zitting 11 november 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Op 23 mei 2008 heeft de voorzitter op de voet van art. 410a lid 4 Sv beslist dat het hoger beroep tegen de veroordeling door de kantonrechter te Rotterdam van 6 december 2007 tot een geldboete van € 250,- voor het handelen in strijd met een in artikel 3 lid C Opiumwet, buiten behandeling wordt gelaten.
2. Mr. M. de Boorder, advocaat te 's-Gravenhage, heeft beroep in cassatie ingestekld en een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3. De bestreden beslissing is een beschikking waartegen ingevolge art. 445 Sv beroep in cassatie slechts openstaat in de gevallen bij wet aangewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van cassatieberoep tegen de beschikking van art. 410a lid 4 Sv. Het beroep zal niet kunnen worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
Bij de Hoge Raad der Nederlanden
Mr. Machielse
Zitting 11 november 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Op 23 mei 2008 heeft de voorzitter op de voet van art. 410a lid 4 Sv beslist dat het hoger beroep tegen de veroordeling door de kantonrechter te Rotterdam van 6 december 2007 tot een geldboete van € 250,- voor het handelen in strijd met een in artikel 3 lid C Opiumwet, buiten behandeling wordt gelaten.
2. Mr. M. de Boorder, advocaat te 's-Gravenhage, heeft beroep in cassatie ingestekld en een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3. De bestreden beslissing is een beschikking waartegen ingevolge art. 445 Sv beroep in cassatie slechts openstaat in de gevallen bij wet aangewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van cassatieberoep tegen de beschikking van art. 410a lid 4 Sv. Het beroep zal niet kunnen worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
Bij de Hoge Raad der Nederlanden