Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744

2007-04-27 Civiel recht C06/091HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-04-27
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
—
Zaaknummer
C06/091HR
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2007, 314 | RvdW 2007, 472 | NJB 2007, 1061 | JWB 2007/153 | Viditax (FutD) 2007050808

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Invorderingszaak. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.995 tekens)
Rolnr. C06/091HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 16 febr. 2007


conclusie inzake

[Eiser]

tegen

De Ontvanger van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Eindhoven

Edelhoogachtbaar College,

1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep is gericht tegen het tussen thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als principaal appellant en thans verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, als principaal geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 maart 2006, waarbij de door [eiser] ingestelde incidentele vordering ex art. 85 lid 2 Rv tot het verlenen van inzage in het originele exemplaar van een door de Ontvanger in afschrift overgelegd stuk, is afgewezen en in de hoofdzaak de zaak is verwezen naar de rol voor beraad partijen.

2. Het bestreden arrest is een tussenarrest als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, aangezien het niet een beslissing inhoudt die is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het door [eiser] in conventie of door de Ontvanger in reconventie gevorderde een einde wordt gemaakt. Zie o.m. HR 10 oktober 2003, NJ 2003, 709, HR 9 juli 2004, NJ 2005, 256 nt. HJS, HR 4 februari 2005, NJ 2005, 142, en HR 17 maart 2006, RvdW 2006, 289.

3. Tussentijds cassatieberoep van een tussenarrest is ingevolge art. 401a lid 2 Rv uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald of art. 75 lid 1 Rv van toepassing is. Noch het één, noch het ander is hier het geval. Het hof heeft bij uitspraak van 18 juli 2006 op het verzoek van [eiser] om tussentijds cassatieberoep tegen het thans bestreden arrest toe te staan, afwijzend beslist, en art. 75 lid 1 Rv is in deze zaak niet van toepassing.

4. [Eiser] kan in zijn cassatieberoep derhalve niet worden ontvangen.

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden