Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2006:AX4369
2006-05-16
Strafrecht
00565/06 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2006:AX4369 → ECLI:NL:PHR:2006:AX4369
Inhoudsindicatie
Herziening.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.639 tekens)
Nr. 00565/06 H
Mr. Fokkens
Parket: 21 maart 2006
Vordering tot herziening inzake:
[aanvrager]
1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.
2. Uit het door de Officier van Justitie aan mij gezonden dossier komt naar voren dat een ander, te weten [betrokkene 1], het feit zou hebben begaan en dat deze [betrokkene 1] destijds bij zijn aanhouding de personalia van [aanvrager] (zijn broer) zou hebben opgegeven. Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.
3. Met de Officier van Justitie meen ik dat het ernstig vermoeden bestaat dat [aanvrager] zou zijn vrijgesproken, indien de Politierechter met deze gegevens bekend was geweest ten tijde van de berechting en dat er gegronde redenen zijn een vordering houdende een aanvrage tot herziening bij Uw Raad in te dienen.
4. Ik moge daarom vorderen dat Uw Raad deze aanvrage tot herziening van de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht gegrond zal achten, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof ten einde deze opnieuw te onderzoeken en te beslissen als bedoeld in art. 467, eerste lid, Sv.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Mr. Fokkens
Parket: 21 maart 2006
Vordering tot herziening inzake:
[aanvrager]
1. Veroordeelde is bij uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 12 oktober 2004 vrijgesproken van het primair ten lastegelegde en bij verstek veroordeeld wegens subsidiair "opzetheling" tot een gevangenisstraf van twee weken. Blijkens een mededeling van de Officier van Justitie van het Arrondissementsparket te Utrecht is dit vonnis onherroepelijk.
2. Uit het door de Officier van Justitie aan mij gezonden dossier komt naar voren dat een ander, te weten [betrokkene 1], het feit zou hebben begaan en dat deze [betrokkene 1] destijds bij zijn aanhouding de personalia van [aanvrager] (zijn broer) zou hebben opgegeven. Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.
3. Met de Officier van Justitie meen ik dat het ernstig vermoeden bestaat dat [aanvrager] zou zijn vrijgesproken, indien de Politierechter met deze gegevens bekend was geweest ten tijde van de berechting en dat er gegronde redenen zijn een vordering houdende een aanvrage tot herziening bij Uw Raad in te dienen.
4. Ik moge daarom vorderen dat Uw Raad deze aanvrage tot herziening van de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht gegrond zal achten, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof ten einde deze opnieuw te onderzoeken en te beslissen als bedoeld in art. 467, eerste lid, Sv.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,