Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2006:AV4196

2006-04-11 Strafrecht 03367/05 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-04-11
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
03367/05 H
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herziening.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.756 tekens)
Griffienr. 03367/05 H
Mr. Wortel
Zitting:28 februari 2006


Conclusie inzake:

[aanvrager]

1. Namens de bovengenoemde persoon - hierna te noemen: de aanvrager - heeft mr. A.W.A.P. Doesburg, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend, inhoudende een aanvraag tot herziening van een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter in de Rechtbank te Haarlem, waartegen geen gewoon rechtsmiddel (meer) openstaat.

2. Ter ondersteuning van de aanvraag wordt het volgende aangevoerd en met stukken onderbouwd. Op 16 augustus 2001 is op Schiphol een persoon aangehouden die opgaf te zijn [aanvrager], geboren [geboortedatum] 1980. Dit zijn de (juiste) persoonsgegevens van de aanvrager, en zij kwamen overeen met alle (valse) documenten die de aangehouden persoon bij zich had. De pasfoto op het paspoort was van de aangehouden persoon, maar het was niet de originele, door de uitgevende autoriteit aangebrachte, foto. Aan de aangehouden persoon is een dagvaarding uitgereikt voor een zitting van de politierechter in de Rechtbank te Haarlem. Na een behandeling bij verstek is de in de dagvaarding genoemde persoon (de aanvrager dus) wegens "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.


3. Van de bovenbedoelde, op Schiphol aangehouden, persoon is een dactyloscopisch signalement vervaardigd.
Op 4 november 2005 is de aanvrager aangehouden ter tenuitvoerlegging van de bovengenoemde straf. Naar aanleiding van zijn betoog dat er - kort gezegd - sprake is van een persoonsverwisseling zijn diens vingerafdrukken vergeleken met het eerder vastgelegde dactyloscopisch signalement. Daaruit bleek dat de aanvrager niet de op 16 augustus 2001 aangehouden persoon is.



4. Het is dus aannemelijk dat iemand anders zich op die datum van de personalia van de aanvrager heeft bediend.
De officier van justitie neemt dat ook aan en heeft blijkens de bijgevoegde stukken inmiddels last gegeven de tenuitvoerlegging van de straf te staken.


5. Vanzelfsprekend vormt het bovenstaande een omstandigheid waarmee de rechter geen rekening heeft kunnen houden, en derhalve een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid onder ten tweede Sv.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de aanvraag gegrond zal worden verklaard; voor zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 17 december 2001 gewezen vonnis zal worden bevolen, en de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam zal worden verwezen teneinde op de voet van art. 467 Sv opnieuw te worden behandeld en afgedaan.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,