Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2006:AV4010

2006-04-11 Strafrecht 00715/05
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-04-11
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
00715/05
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 223 | RvdW 2006, 404

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rechtsmiddelentermijn 14 dagen bij optreden gemachtigde raadsman. Het cassatieberoep tegen het arrest van 27-12-04 is ingesteld op 11-01-05, zodat verdachte - die zich ter terechtzitting van 13-12-04 ex art. 279.1 Sv heeft laten verdedigen - in het beroep niet kan worden ontvangen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.759 tekens)
Griffienr. 00715/05
Mr. Wortel
Zitting:28 februari 2006


Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarbij verzoeker wegens "diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren" is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.

2. Namens verzoeker heeft mr. A. Arslan, advocaat te Zwolle, bij schriftuur één cassatiemiddel voorgesteld, waarin wordt betoogd dat het Hof niet de vrijheid had om, naar aanleiding van een verweer betreffende de geldigheid van de inleidende dagvaarding, een onjuiste datum op een akte van uitreiking als een kennelijke misslag te beschouwen.

3. Zou ik aan bespreking van dat middel toe kunnen komen, dan zou ik opmerken dat niet valt in te zien welke rechtsnorm door die verbeterde lezing is geschonden, terwijl het Hof daarvoor begrijpelijke argumenten heeft genoemd.


4. Aan het middel kom ik evenwel niet toe, aangezien het cassatieberoep één dag te laat is ingesteld. De bestreden uitspraak is na een behandeling op tegenspraak - namelijk in bijzijn van een door verzoeker gemachtigde raadsman, vgl. HR NJ 2003, 390 - gewezen op 27 december 2004. Derhalve was 10 januari 2005 - een maandag, niet zijnde (gelijkgesteld aan) een algemeen erkende feestdag - de laatste dag voor het instellen van cassatie, vgl. art. 432, eerste lid, aanhef en onder b, Sv.
Dit beroep is evenwel op 11 januari 2005 ingesteld.


5. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoeker in dit beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,