Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2002:AE2182
2002-08-09
Civiel recht
C01/194HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2002:AE2182 → ECLI:NL:PHR:2002:AE2182
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.454 tekens)
C 01/194 HR
Mr. F.F. Langemeijer
Zitting 19 april 2002
Conclusie inzake:
Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in de gemeente Wûnseradiel
tegen
[Verweerster]
Deze zaak is de tweede van drie samenhangende geschillen over de vraag of een lerares in het bijzonder basisonderwijs, bij wie de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenvalt met de schoolvakantie, in de gelegenheid behoort te worden gesteld de niet-genoten vakantiedagen alsnog op te nemen buiten de schoolvakanties. Ook in deze zaak staat centraal de uitleg van art. I-C2 RpbO.
Het geding in feitelijke instanties en in cassatie heeft synchroon gelopen met de zaak die onder nr. C 01/193 aan de Hoge Raad is voorgelegd; het betreft een lerares aan dezelfde basisschool. Het cassatiemiddel is met dezelfde argumenten toegelicht, respectievelijk tegengesproken. Slechts het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof verschilt: van 15 juni tot 5 oktober 1999. Zes weken hiervan vielen samen met de schoolvakantie.
Op gelijke gronden als vermeld in mijn conclusie in de zaak onder nr. C 01/193 HR, strekt mijn conclusie tot vernietiging van het bestreden vonnis van de rechtbank te Leeuwarden d.d. 7 maart 2001 (rolnr. 41106 HaZa 00/584) en tot verwijzing van de zaak naar het hof van het ressort.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederland
Mr. F.F. Langemeijer
Zitting 19 april 2002
Conclusie inzake:
Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs in de gemeente Wûnseradiel
tegen
[Verweerster]
Deze zaak is de tweede van drie samenhangende geschillen over de vraag of een lerares in het bijzonder basisonderwijs, bij wie de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenvalt met de schoolvakantie, in de gelegenheid behoort te worden gesteld de niet-genoten vakantiedagen alsnog op te nemen buiten de schoolvakanties. Ook in deze zaak staat centraal de uitleg van art. I-C2 RpbO.
Het geding in feitelijke instanties en in cassatie heeft synchroon gelopen met de zaak die onder nr. C 01/193 aan de Hoge Raad is voorgelegd; het betreft een lerares aan dezelfde basisschool. Het cassatiemiddel is met dezelfde argumenten toegelicht, respectievelijk tegengesproken. Slechts het tijdvak van het zwangerschaps- en bevallingsverlof verschilt: van 15 juni tot 5 oktober 1999. Zes weken hiervan vielen samen met de schoolvakantie.
Op gelijke gronden als vermeld in mijn conclusie in de zaak onder nr. C 01/193 HR, strekt mijn conclusie tot vernietiging van het bestreden vonnis van de rechtbank te Leeuwarden d.d. 7 maart 2001 (rolnr. 41106 HaZa 00/584) en tot verwijzing van de zaak naar het hof van het ressort.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederland